Wat als je elke dag opnieuw bang bent dat anderen zullen ontdekken dat je eigenlijk niet zo slim bent? Dat je succes het gevolg is van toeval, van een goede dag, van andermans hulp – maar zeker niet van jezelf? Dat is de kern van het impostorfenomeen, en een recent onderzoek van Jiyun Elizabeth L. Shin (Binghamton University) laat zien hoe wijdverspreid dat gevoel is onder vrouwelijke master- en doctoraatsstudenten in de wetenschap en technologie.
Voor haar studie bevroeg Shin tachtig vrouwelijke studenten uit verschillende STEM-richtingen (zoals engineering, informatica, fysica en wiskunde) aan diverse Amerikaanse universiteiten. De respondenten werden geworven via studentenorganisaties en universiteitscommunicatie, en vulden online een vragenlijst in. De steekproef was etnisch divers en varieerde van eerstejaars masterstudenten tot doctorandi in een ver gevorderd stadium. De studie werd uitgevoerd via het platform Qualtrics, en de deelnemers ontvingen een kleine vergoeding voor hun tijd.
De resultaten zijn opvallend: 97,5 procent van de ondervraagde vrouwen gaf aan minstens matige gevoelens van impostorism te ervaren. Dat is niet zomaar onzekerheid. Het is een diepe overtuiging dat je je succes niet verdient, dat je ieder moment door de mand kan vallen – ook al spreken je resultaten dat tegen. En dat knaagt. Niet alleen aan je zelfbeeld, maar ook aan je welzijn: hoe sterker het impostorgevoel, hoe slechter de mentale gezondheid, hoe groter de kans op burn-out en hoe vaker deze vrouwen overwegen om te stoppen met hun opleiding.
Opvallend genoeg blijkt dat gevoel van ‘een bedrieger zijn’ niet samen te hangen met hun daadwerkelijke academische prestaties. Geen verschil in aantal publicaties. Geen verschil in GPA – het gemiddelde van alle behaalde cijfers, dat in de VS doorgaans op een schaal van 0 tot 4 berekend wordt. Met andere woorden: ze zijn wél goed bezig – ze voelen het alleen niet zo.
Waarom treft dit fenomeen vrouwen in STEM zo hard? Volgens Shin speelt stereotypering een grote rol. In technische en wetenschappelijke richtingen, waar succes vaak wordt toegeschreven aan ‘aangeboren talent’, botsen vrouwen op het impliciete idee dat zij dat talent minder zouden bezitten. Voeg daar nog expliciete of subtiele vormen van seksisme aan toe, en je krijgt een perfecte voedingsbodem voor impostorgevoelens. Zeker als je, zoals veel van de respondenten, in een minderheid bent binnen je opleiding.
Het gevolg? Niet alleen individueel leed, maar ook structureel verlies. Want zelfs vrouwen die het goed doen – en dus hard nodig zijn voor diversiteit en innovatie – haken af. Niet omdat ze niet kunnen volgen, maar omdat ze zich niet thuis voelen. Omdat ze geloven dat ze er niet horen.
Dit onderzoek roept dus niet op tot meer veerkracht bij studenten, maar tot structurele verandering. Begeleiding en mentoring kunnen helpen, net als bewustwording bij begeleiders. Maar belangrijker is misschien nog: een cultuurverandering in STEM, weg van het mythische genie en het briljante individu, naar een leeromgeving waar falen, vragen en groeien erbij horen. Zodat niemand zich een bedrieger hoeft te voelen – zeker niet zij die het verschil kunnen maken. (oja, ik schreef er ooit een liedje over.)
Abstract van het onderzoek:
Impostorism is a psychological phenomenon characterized by persistent self-doubt and a fear of being exposed as an intellectual fraud, despite objective records of success. This phenomenon was first observed among high achieving women. The current study investigated impostorism among graduate women in science, technology, engineering, and mathematics (STEM) programs, a group that has historically been underrepresented and often subjected to negative stereotypes and discriminatory treatment, increasing their vulnerability to impostor experiences. A diverse group of 80 graduate women in STEM from various institutions in the U.S. participated in this study. Results demonstrated a high prevalence of impostorism with 97.5% reporting at least a moderate level of impostor experiences. Furthermore, a series of simple linear regression analyses revealed that impostorism predicted poorer mental health as well as greater burnout and dropout consideration, supporting the study hypotheses. Given that impostorism is experienced by high achieving individuals, impostorism was not expected to predict academic achievements. Supporting this hypothesis, impostorism did not predict academic achievements, as measured by the number of publications and graduate GPA. Implications and future directions are discussed.