Tussen recht op onderwijs en draagkracht van de klas

Het Kinderrechtencommissariaat vraagt aandacht voor de stijging van het aantal definitieve uitsluitingen in scholen. De verhalen bijvoorbeeld die de VRT deelt over Joppe en Evrim maken duidelijk hoe groot de gevolgen zijn voor leerlingen en hun gezinnen. Wie eenmaal uit de boot valt, dreigt al snel in een spiraal terecht te komen van leerachterstand, motivatieverlies en isolement. Je hoeft geen expert te zijn om te zien hoe moeilijk het dan wordt om opnieuw aansluiting te vinden.

En toch is het te eenvoudig om scholen hier als schuldige aan te wijzen. Scholen dragen namelijk de verantwoordelijkheid voor alle kinderen in de klas. Als het gedrag van één leerling de veiligheid of het leren van anderen voortdurend in het gedrang brengt, kunnen teams soms niet anders dan ingrijpen. Dat gebeurt echt meestal niet lichtzinnig. Integendeel: voor leerkrachten en directies voelt het vaak als falen wanneer ze een leerling definitief moeten loslaten.

Het spanningsveld is dus duidelijk. Enerzijds hebben kinderen recht op onderwijs en op een tweede kans. Anderzijds zijn er grenzen aan wat een schoolteam met de middelen die het vandaag heeft kan dragen, en dat bovenop het lerarentekort dat scholen al onder druk zet. Als een klasgroep al onder hoge druk staat, kan het onhoudbaar worden om daarbovenop nog een leerling met een zware rugzak op te nemen.

Daarom is de oproep van de Kinderrechtencommissaris en de directeurs in dit artikel zo terecht: scholen hebben nood aan meer structurele ondersteuning. Zorgteams die meer zijn dan een lappendeken van vrijgemaakte uren, expertise van welzijnsprofessionals die echt verankerd is in het schoolleven, en ruimte om met leerlingen preventief aan de slag te gaan. Dan wordt een definitieve uitsluiting niet langer de laatste uitweg, maar écht de uitzondering.

Terwijl ik dit schrijf, bekruipt me tegelijk ook een andere angst, ingegeven door Engeland waar deze discussie al een tijdje loopt. We moeten namelijk ook oppassen voor de valkuil van de psychologisering van onderwijs. Er is snel de reflex om elk probleem vooral te benaderen als een individueel of klinisch vraagstuk dat moet worden opgelost. Natuurlijk is psychologische expertise waardevol en vaak noodzakelijk, maar onderwijs is in de eerste plaats een pedagogische praktijk. Moeilijk gedrag is niet altijd een symptoom van een stoornis; het is vaak ook een kwestie van groepsdynamiek, klasmanagement en cultuur, binnen en buiten de school.

De echte uitdaging ligt dus in het vinden van een evenwicht: scholen ondersteunen met extra expertise zonder de pedagogische kern van hun werk uit handen te geven. Een school is geen kliniek, en mag dat ook niet worden. De vraag is niet alleen hoe we meer psychologische begeleiding voorzien, maar ook hoe we leerkrachten sterker maken in hun rol, zodat uitsluiting écht de uitzondering blijft.

Het debat zou dus niet moeten gaan over de vraag of scholen uitsluiten, maar over hoe we hen de middelen geven om zoveel mogelijk leerlingen aan boord te houden zonder dat de rest van de klas uit de boot valt.

Een gedachte over “Tussen recht op onderwijs en draagkracht van de klas

  1. Pingback: Lectuur op zaterdag: de fantasie genaamd beleefdheid, de geletterde burger, de ware grootte en meer | X, Y of Einstein?

Geef een reactie