Het nieuwe TALIS 2024-rapport samengevat: de wereld van leraren in verandering

Er zijn weinig internationale onderzoeken die zo’n breed en gedetailleerd beeld geven van het leraarschap als TALIS, de grootschalige lerarenenquête van de OESO. De editie van 2024 – met data uit meer dan vijftig landen – verscheen vannacht kort na middernacht in een periode waarin het beroep tegelijk onder druk en in transitie staat. Wat leren we eruit over hoe leraren werken, leren en zich voelen? En hoe plaatsen Nederland en Vlaanderen zich in dat wereldwijde beeld?

De eerste vaststelling is eigenlijk geruststellend: wereldwijd blijft het lerarenberoep opmerkelijk veerkrachtig. Bijna negen op de tien leraren zegt tevreden te zijn met hun job. In landen als Colombia, Denemarken en Canada ligt dat zelfs nog hoger. Ondanks de toenemende werkdruk, hervormingen en personeelstekorten blijft de beroepsidentiteit sterk. Leraren geloven in hun werk, maar vragen meer erkenning, autonomie en ruimte om te leren.

Tegelijk toont TALIS 2024 dat het beroep in beweging is. De gemiddelde leeftijd van leraren blijft rond de 45 jaar, maar in veel Europese landen is er sprake van vergrijzing zoals in de totale samenleving. Om dat op te vangen, zetten steeds meer landen in op zij-instromers: professionals die pas later voor het onderwijs kiezen. In IJsland en Australië heeft bijna één op vijf leraren een eerdere carrière buiten het onderwijs. Dat kan vernieuwing brengen, maar het vraagt ook om begeleiding en gerichte professionalisering.

Een opvallende nieuwkomer in deze editie is de rol van artificiële intelligentie. Ongeveer een derde van de leraren wereldwijd heeft volgens de bevraging vorig jaar AI gebruikt in hun werk. In Singapore of de Verenigde Arabische Emiraten ligt dat aandeel rond 75 procent, in Frankrijk en Japan onder de 20. Leraren gebruiken AI vooral om lesmateriaal te genereren of informatie samen te vatten, veel minder om leerlingen te evalueren of data te analyseren. Dit ligt in lijn met eerder klassiek onderzoek dat toont hoe leraren vaak nieuwe digitale technologie omarmen voor het voorbereiden van lessen. Opvallend: drie op vier leraren voelen zich nog niet voorbereid om AI pedagogisch verantwoord te gebruiken. Er is dus een groeiende kloof tussen gebruik en kennis.

TALIS besteedt ook veel aandacht aan werkdruk en welzijn. Wereldwijd zegt 19 procent van de leraren veel stress te ervaren, met grote verschillen tussen landen. De belangrijkste bronnen van stress blijven dezelfde: administratie, ordeproblemen, en voortdurende beleidswijzigingen. In sommige landen is het beter geworden – Portugal, Denemarken – maar elders juist slechter, zoals in Frankrijk of Australië. In Vlaanderen ligt het aandeel leraren dat veel stress ervaart iets hoger dan het OESO-gemiddelde, maar het is wel licht gedaald ten opzichte van 2018. In Nederland is het opvallend lager, met 13 procent, al blijft ‘te veel administratie’ ook daar veruit de grootste frustratie.

Wat professionalisering betreft, zien we wereldwijd een lichte maar gestage verbetering. Vier op vijf scholen bieden nu mentoring aan voor starters. In Vlaanderen is dat intussen 40 procent, tegenover 22 procent in 2018. Ook de deelname aan inductieprogramma’s – begeleiding bij de start op een nieuwe school – is sterk gestegen: van minder dan de helft in 2018 naar 95 procent in 2024. Leraren waarderen die ondersteuning, maar tijd blijft de grootste barrière. In Vlaanderen noemt 64 procent tijdsgebrek als reden om niet vaker aan nascholing deel te nemen. In Nederland is dat 60 procent. Het tekort aan leraren werkt hier duidelijk door: scholen met veel vervangingen of openstaande vacatures hebben minder ruimte om leraren te laten leren.

Opvallend is dat de inhoud van professionalisering mee evolueert met de tijd. Waar leraren in 2013 vooral behoefte hadden aan ICT-vaardigheden en differentiatie, noemen ze vandaag AI, digitale didactiek en klasmanagement als prioriteiten. In Vlaanderen zegt 57 procent dat de gevolgde nascholing een positieve impact heeft gehad op het lesgeven, een lichte stijging ten opzichte van 2018 en gelijk aan het OESO-gemiddelde. In Nederland is dat exact hetzelfde cijfer. De cijfers suggereren dat professionalisering relevanter wordt, maar dat de structurele condities om te leren – tijd, rust, stabiliteit – niet noodzakelijk verbeterd zijn.

Een ander belangrijk thema in het rapport, is de status van het beroep. Slechts een kwart van de leraren wereldwijd vindt dat leraren in hun land gewaardeerd worden. Toch zien we beweging. In Nederland steeg dat aandeel van 31 naar 37 procent sinds 2018, in Vlaanderen blijft het met 14 procent veel lager. Daartegenover staat dat de tevredenheid over het werk zelf uitzonderlijk hoog blijft: 94 procent in Nederland en 93 procent in Vlaanderen zegt tevreden te zijn met hun job. Leraren houden van hun vak, ook als de samenleving dat niet altijd lijkt te beseffen.

Wat leren we uit al die cijfers samen? TALIS 2024 toont geen crisis, maar een beroep dat laveert tussen stabiliteit en vernieuwing. Leraren blijven gemotiveerd, maar botsen steeds harder op structurele grenzen: werkdruk, tijdsgebrek, en een voortdurende stroom aan hervormingen. De digitalisering en de opkomst van AI bieden kansen, maar ook nieuwe ongelijkheden tussen scholen en leraren. Vlaanderen en Nederland passen goed in dat internationale patroon: hoog op motivatie, degelijk op professionalisering, maar kwetsbaar op tijd en rust.

De les van TALIS is dus minder spectaculair dan sommige headlines zullen doen vermoeden. Ze is belangrijker: de kwaliteit van onderwijs hangt niet alleen af van wat leraren kunnen, maar ook van de omstandigheden waarin ze kunnen blijven leren. Dat lijkt een open deur, maar TALIS herinnert ons eraan dat die deur vaak nog op een kier staat.

2 gedachten over “Het nieuwe TALIS 2024-rapport samengevat: de wereld van leraren in verandering

  1. Pingback: Meer deeltijds, minder lestijd: wat het Vlaamse TALIS-rapport echt laat zien | X, Y of Einstein?

  2. Pingback: Meer deeltijds, minder lestijd: wat het Vlaamse TALIS-rapport echt laat zien - X, Y of Einstein?

Geef een reactie