Meer deeltijds, minder lestijd: wat het Vlaamse TALIS-rapport echt laat zien

Gisteren schreef ik al over de nieuwe Teaching and Learning International Survey (TALIS 2024), het wereldwijde onderzoek van de OESO dat leraren en schoolleiders een stem geeft over hun werk, hun beroep en hun uitdagingen. Die eerste post baseerde ik op het internationale rapport en de country notes. Groot was mijn verbazing toen ik op de radio dingen hoorde, die ik niet gelezen had. Maar er is natuurlijk ook nog het (zeer) uitgebreide Vlaamse rapport en dat vult het beeld op een aantal interessante punten aan. Het rapport, opgesteld door het team van de Vrije Universiteit Brussel, is indrukwekkend in omvang en detail. Vlaanderen nam dit keer deel aan alle onderwijslagen van kleuter tot en met het hoger secundair onderwijs – niet aan het hoger onderwijs – waardoor het rapport het meest volledige beeld tot nu toe biedt van het Vlaamse lerarenkorps.

Wat valt extra op? Om te beginnen bevestigt het rapport dat het Vlaamse lerarenkorps nog steeds relatief jong is, maar tegelijk honkvast. De meeste leraren werken op één school en blijven dat jarenlang doen. Opvallend is wel de groei van deeltijdse contracten, vooral bij vrouwen. Meer dan een derde van de Vlaamse leraren werkt niet voltijds, een aandeel dat hoger ligt dan het Europese gemiddelde. Dat kan wijzen op een bewuste keuze voor een betere werk-privébalans, maar het rapport suggereert ook dat deeltijds werk soms een manier is om de werkdruk hanteerbaar te houden. Zeker in het secundair onderwijs, waar lesopdrachten steeds complexer worden, blijft de combinatie van lesgeven, administratie en begeleiding een stevige uitdaging.

Een tweede punt betreft de effectieve lestijd. Vlaamse leraren besteden in vergelijking met veel andere landen nog altijd een groot deel van de klastijd aan effectief lesgeven en leren. Toch nuanceert het rapport dat beeld: bijkomende taken zoals ordehandhaving, overgangsmomenten en administratieve opvolging nemen steeds meer ruimte in. In scholen met een grotere sociaaleconomische of talige diversiteit ligt de druk bovendien merkbaar hoger terwijl net in die scholen de klok voor de leerlingen vaak dubbel telt.

Volgens het rapport gaat in het Vlaamse lager onderwijs iets minder dan 70% van de tijd in de klas naar feitelijk lesgeven en leren. Ongeveer 14% van de tijd wordt besteed aan administratieve taken en 18% aan ordehandhaving. In het secundair onderwijs liggen de cijfers iets gunstiger: 72% van de tijd in de eerste graad en 74% in de tweede en derde graad gaat effectief naar lesgeven en leren. Omgerekend betekent dat dat er per lesuur van vijftig minuten gemiddeld 36 à 37 minuten effectief wordt lesgegeven, 8 à 9 minuten naar ordehandhaving gaan en 5 minuten naar administratie.

Wie de evolutie over de tijd bekijkt, ziet een duidelijke verschuiving. In 2013 ging in Vlaanderen nog bijna vier vijfde van de klastijd naar effectief lesgeven, vandaag is dat drie kwart of minder. Vlaanderen hoort daarmee nog altijd bij de landen waar het lesgeven centraal staat, maar de trend is duidelijk: de tijd voor het eigenlijke onderwijzen krimpt langzaam, opgeslokt door administratie, zorg en ordehandhaving. Het lesgeven zelf blijft de kern van het beroep, maar het wordt steeds moeilijker om er de ruimte voor te behouden.

Het derde opvallende luik gaat over digitalisering en artificiële intelligentie. Dit thema is nieuw in deze cyclus van TALIS, en Vlaanderen blijkt hier voorzichtig maar niet afwijzend. Ongeveer een derde van de leraren gebruikte in de twaalf maanden voor de bevraging AI in de klas of voor de voorbereiding ervan. Dat ligt ongeveer in lijn met of iets hoger dan in vergelijkbare landen, maar het rapport toont dat Vlaamse leraren vooral aarzelen door gebrek aan kennis en opleiding, niet uit principe. Meer dan 70 procent erkent dat AI kansen kan bieden, bijvoorbeeld om lessen te personaliseren of feedback sneller te geven. Tegelijk maken velen zich zorgen over privacy, betrouwbaarheid en de pedagogische meerwaarde. Er is dus een duidelijk potentieel, maar het vraagt ondersteuning en kaders.

Het rapport schenkt ook ruime aandacht aan professioneel leren en welzijn. Vlaamse leraren nemen vaak deel aan nascholingen, vooral rond digitale vaardigheden, omgaan met diversiteit en evaluatie. Toch blijft er een uitgesproken behoefte aan verdere ondersteuning op die domeinen. Positief nieuws dat ik al meegaf: de jobtevredenheid blijft hoog met meer dan 85 procent van de onderwijsmensen die zegt tevreden te zijn met het beroep. Tegelijk nemen stress en werkdruk  verder toe, vooral door administratieve lasten (yep, daar is het planlast-monster terug) en het gevoel steeds meer rollen te moeten combineren.

Wat het Vlaamse rapport toevoegt aan het internationale beeld, is nuance. Het toont een onderwijsveld dat tegelijk veerkrachtig en vermoeid is. Jong, betrokken en beter opgeleid dan ooit, maar ook balancerend op de grens van wat haalbaar blijft. Wie enkel naar gemiddelden kijkt, mist de gelaagdheid die uit deze cijfers spreekt: achter de hoge tevredenheid schuilen structurele spanningen die vragen om beleid dat niet alleen motiveert, maar ook ontlast.

3 gedachten over “Meer deeltijds, minder lestijd: wat het Vlaamse TALIS-rapport echt laat zien

  1. Pingback: Dit was het onderwijsnieuws… Rinke en ik kijken terug op oktober 2025 met oa David Berliner, TALIS, kritisch denken, scaffolding en het beroepsonderwijs - X, Y of Einstein?

  2. Pingback: Wat TALIS 2024 écht laat zien over het Vlaamse kleuteronderwijs

Geef een reactie