Gisteren sprak ik de afsluitende keynote als directeur van Leerpunt op het congres van het NRO, dat voortaan het Nationaal Kennisinstituut Onderwijs heet. De naam verandert, maar de bedoeling blijft dezelfde: goed onderzoek helpen landen in de praktijk. Dat lijkt eenvoudiger dan het is, een beetje zoals de regeringsvorming in Nederland. Die grap had ik klaar voor in mijn lezing, maar liet ik op het laatste moment vallen.
Mijn lezing ging over vrijheid en verantwoordelijkheid. Of preciezer: over twee vormen van vrijheid die me bijzonder na aan het hart liggen: pedagogische en academische vrijheid. Beide klinken mooi, en dat zijn ze ook, maar niet altijd even vanzelfsprekend.
Pedagogische vrijheid betekent niet dat elke leraar zomaar kan doen wat hij wil. Het is de vrijheid om te oordelen binnen een kader van vakkennis, ethiek en verantwoording. Vrijheid dus mét grenzen. Anders gezegd: het verschil tussen professionaliteit en willekeur.
Academische vrijheid draait om iets gelijkaardigs, maar dan binnen onderzoek en hoger onderwijs. Het is het recht én de plicht om te onderzoeken, onderwijzen en publiceren volgens wetenschappelijke normen. En ja, beide vrijheden staan onder druk, van buitenaf, maar soms ook van binnenuit, bijvoorbeeld als de wens om te behagen groter wordt dan de nood om te begrijpen.
In beide gevallen geldt: vrijheid vraagt bewaking. Niet door regels op te stapelen, maar door professionaliteit te versterken. Door zorgvuldigheid, transparantie en verantwoording niet als bedreigingen te zien, maar als voorwaarden om geloofwaardig vrij te kunnen zijn.
Dat betekent ook: werken op basis van kennis, het thema van het congres. Evidence-informed, niet omdat onderzoek altijd het laatste woord heeft, maar omdat het helpt om onze professionele oordelen beter te onderbouwen.
Alleen zo kunnen we naast vrijheid en verantwoordelijkheid ook die derde v, die van vertrouwen, verdienen of waar nodig terugwinnen.
Ik sloot af met een zin die ik vrij naar Isaiah Berlin en Gert Biesta formuleerde:
Vrijheid zonder afspraken wordt willekeur.
Afspraken zonder vrijheid worden bureaucratie.
Tussen die twee proberen we ons werk te doen, lesgeven, onderzoeken, leren, en dat blijft een evenwichtsoefening. Misschien wel een van de belangrijkste die er zijn.
Dat zijn prachtige woorden om in te lijsten Pedro!
Dank voor je mooie verhaal, Pedro! (En die grap was wel op z’n plaats geweest, vrees ik.)
Beste meneer De Bruyckere
Graag voeg ik nog een v toe aan uw verhaal. De v van verbinden, want zonder verbinding met onszelf, de wereld en de leerlingen/studenten die ons worden toevertrouwd, trappelt de pedagogische vrijheid maar in het luchtledige.
Pingback: Academische vrijheid tussen autonomie en vrije meningsuiting