Het is intussen bijna een vanzelfsprekendheid geworden met social-media bans die steeds populairder worden bij politici. Jongeren brengen steeds meer tijd door op sociale media. De mentale gezondheid lijkt onder druk te staan. Dus zal het ene wel de oorzaak zijn van het andere. De afgelopen jaren verschenen dan ook heel wat studies die een verband suggereerden tussen meer sociale media en meer depressieve of angstklachten. Maar… wat blijft daar eigenlijk van over als je jongeren niet enkele maanden, maar vijf jaar volgt?
Een nieuwe Zweedse cohortstudie bekeek precies dit. De onderzoekers Martina Zetterqvist en collega’s volgden ruim 3.000 Zweedse jongeren. Op hun vijftiende vroegen ze hoeveel tijd ze op sociale media doorbrachten. Vijf jaar later maten ze hun mentale gezondheid. Dat maakt deze studie interessanter dan veel eerder onderzoek, dat jongeren vaak slechts enkele maanden volgde of slechts een momentopname was.
Op het eerste gezicht lijkt het verhaal eenvoudig. Jongeren die meer tijd op sociale media doorbrachten, rapporteerden vijf jaar later gemiddeld iets meer angst- en depressieve klachten.
Maar dat beeld houdt geen stand.
Zodra de onderzoekers rekening hielden met verschillen die al bestonden toen de jongeren vijftien waren, verdween het verband. Sommige jongeren hadden al meer emotionele problemen, waren impulsiever, kwamen uit een andere sociaaleconomische context of kregen meer of minder steun van hun ouders. Dat bleek veel belangrijker. De tijd die ze op sociale media doorbrachten voorspelde op zichzelf hun mentale gezondheid vijf jaar later niet meer.
Misschien geldt dat alleen voor bepaalde groepen? Voor meisjes bijvoorbeeld? Of voor jongeren uit kwetsbare gezinnen? Ook dat vonden de onderzoekers niet. Het verband was niet sterker bij meisjes, niet bij jongeren met een lagere sociaaleconomische status en ook niet bij jongeren die minder fysiek actief waren.
Betekent dit dat sociale media geen invloed hebben op mentale gezondheid? Nee. Deze studie zegt iets veel beperkters. Ze toont dat de hoeveelheid tijd die jongeren op sociale media doorbrengen op zichzelf geen goede voorspeller is van hun mentale gezondheid vijf jaar later.
Dat is eigenlijk niet zo verrassend. We kennen hetzelfde uit onderzoek naar videogames. Tijd is vaak een erg ruwe maat. Drie uur chatten met vrienden is iets heel anders dan drie uur passief scrollen, jezelf vergelijken met anderen of het slachtoffer worden van cyberpesten. Toch tellen die in deze studie allemaal even zwaar mee. De auteurs wijzen daar zelf ook op. Misschien meten we al jaren niet het juiste. Niet hoeveel tijd jongeren online zijn, maar wat ze er precies doen, is wellicht de interessantere vraag. En eerlijk gezegd zeggen onderzoekers dat al geruime tijd.