Helpt welbevinden kinderen leren door cognitieve belasting te verlagen? Het is complexer dan je denkt

In een oudere blogpost op mijn Engelse blog schreef ik over een reviewstudie van Hawthorne en collega’s die tot een interessante hypothese leidde: welzijn helpt mogelijk bij leren doordat het de cognitieve belasting zou verlagen. Het idee is intuïtief aantrekkelijk. Als leerlingen zich slecht voelen, gespannen zijn of ergens mee zitten, gaat een deel van hun mentale capaciteit daarnaartoe. Dat is duidelijk en ligt in lijn met onder andere het werk van Mullanaithan en Shafir. Dat laat minder ruimte over voor het eigenlijke leerproces. Omgekeerd zou een positieve emotionele toestand het werkgeheugen minder belasten en zo leren vergemakkelijken. Maar is dat echt zo?

Een studie in Learning and Individual Differences van deels dezelfde onderzoekers probeerde vorig jaar precies dat mechanisme te onderzoeken bij leerlingen die algebra leren. De onderzoekers lieten meer dan driehonderd leerlingen uit het eerste en tweede jaar secundair onderwijs een korte reeks instructievideo’s bekijken over algebraïsche vergelijkingen. Voor en tijdens de taak werd gemeten hoe leerlingen zich voelden en hoeveel cognitieve belasting ze ervaarden. Daarna volgde een toets om te zien wat ze hadden geleerd.

De resultaten zijn interessant, maar ook minder simpel dan de stelling uit de oorspronkelijke reviewstudie.

Eerst het deel dat weinig zal verrassen. Leerlingen die meer zogenaamde “pijnlijke emoties” ervaren zoals verdriet, schaamte of angst, rapporteren ook een hogere extraneous cognitive load. Met andere woorden: hun werkgeheugen lijkt sterker belast te worden door factoren die niets met de leerstof zelf te maken hebben. Dat extra beslag op cognitieve capaciteit hangt vervolgens samen met minder leren. Dat past mooi bij wat we al langer weten uit onderzoek naar bijvoorbeeld angst, stress en wiskundeangst. Als een deel van je mentale energie naar zorgen of negatieve emoties gaat, blijft er simpelweg minder over voor het oplossen van een probleem.

Maar bij positieve emoties gebeurt iets onverwachts. Leerlingen die zich positiever voelen, leren wel degelijk meer. Alleen blijkt dat effect niet te lopen via een lagere cognitieve belasting. De studie vindt geen aanwijzing dat positieve emoties de extraneous cognitive load verminderen.

Dat betekent dat positieve emoties waarschijnlijk via een ander mechanisme werken. De auteurs suggereren bijvoorbeeld motivatie, volharding of mentale inzet. Wie zich beter voelt, is misschien meer geneigd om moeite te doen, door te zetten wanneer iets moeilijk wordt of aandachtiger te blijven bij de taak. Het voordeel van een positieve emotionele toestand zit dan niet in extra cognitieve capaciteit, maar in meer engagement.

Dat is een kleine maar belangrijke nuance. In sommige populaire vertalingen van cognitieve load theory wordt soms impliciet aangenomen dat positieve emoties het werkgeheugen “vrijmaken”. Deze studie suggereert dat de realiteit asymmetrischer is. Negatieve emoties kunnen cognitieve capaciteit wegnemen, maar positieve emoties voegen die capaciteit niet automatisch toe. Ze helpen wel bij leren, maar waarschijnlijk via een ander pad. Ik vind het zelf, nu ik erover nadenk, helemaal niet zo vreemd. Ons werkgeheugen is relatief beperkt van nature. We kunnen wel capaciteit wegnemen, maar je kan niet zomaar ruimte bijmaken. We weten al uit eerder onderzoek hoe moeilijk het is om het werkgeheugen te verbeteren.

Zoals altijd bij dit soort studies zijn er ook beperkingen. De cognitieve belasting werd gemeten via zelfrapportage, wat in de cognitieve load-literatuur regelmatig discussie oproept. Daarnaast gaat het om een momentopname tijdens één type taak, waardoor we voorzichtig moeten zijn met sterke causale conclusies. Toch is het een interessante poging om twee onderzoekstradities – cognitieve load theory en onderzoek naar academische emoties – expliciet met elkaar te verbinden.

Voor de klaspraktijk is de boodschap eigenlijk vrij herkenbaar. Leerlingen die gespannen, angstig of ongelukkig zijn, hebben het moeilijker om hun aandacht bij een complexe taak te houden. Dat kan het leren rechtstreeks ondermijnen. Tegelijk is het creëren van een positieve sfeer in de klas waarschijnlijk nuttig, maar niet omdat het plots extra werkgeheugen creëert. Het helpt eerder doordat leerlingen meer gemotiveerd zijn om met de leerstof aan de slag te gaan. Succeservaringen kunnen hier trouwens bij helpen.

Welzijn is dus geen magische knop die cognitieve belasting wegneemt. Maar het kan wel bepalen hoeveel energie leerlingen bereid zijn te investeren in wat ze leren.

3 gedachten over “Helpt welbevinden kinderen leren door cognitieve belasting te verlagen? Het is complexer dan je denkt

  1. Beste Pedro,

    Dank voor je interessante blogpost – die nuance rond welbevinden en cognitieve belasting raakt precies aan discussies die we in het onderwijsveld voeren rond extreem precair wonen, vooral voor kansarme kinderen of alleenstaande ouders met laag inkomen.

    Je vraagt impliciet of motiverende ondersteuning even zwaar weegt als stressreductie, en daar ben ik voorzichtig mee op basis van de studie die je bespreekt. Het causale en kwantitatieve verband tussen negatieve emoties en belemmerd leren via verhoogde cognitieve belasting is beter onderbouwd: pijnlijke emoties zoals angst of schaamte leggen extra beslag op het werkgeheugen, wat minder ruimte laat voor leren. Het idee dat positieve emoties vooral via motivatie, volharding of engagement werken, is theoretisch plausibel en gesteund door breder onderzoek naar academische emoties en doelen, maar in deze studie niet rechtstreeks gekwantificeerd of vergeleken met de impact van stress.

    Didactisch gezien kun je op basis van dit soort studies sterk beargumenteren dat het verminderen van stress, angst en “pijnlijke” emoties prioriteit verdient, zeker voor kansarme leerlingen die vaak met extra stressor buiten school kampen.

    Een motiverend, positief klimaat helpt waarschijnlijk wel, mede via meer engagement, maar je kunt niet claimen dat dit “evenveel” of “meer” weegt dan stressreductie – de data geven daar geen basis voor. Theoretisch pleit het dus voor een tweesporenmodel (stress verlagen én engagement verhogen), maar methodologisch moeten we de relatieve weging bescheiden en voorlopig formuleren vermoed ik. Graag je gedachten hierover!

    Hartelijk,
    Theo

    • Dank voor de nuance. Ik ben het eens met de voorzichtigheid rond causale claims in deze studie. Tegelijk denk ik dat we in dit soort discussies ook moeten oppassen voor een impliciete éénrichtingsredenering. Welbevinden kan leren ondersteunen, maar leren kan op zijn beurt ook welbevinden en motivatie versterken. Wanneer leerlingen ervaren dat ze iets begrijpen of vooruitgang boeken, stijgen vaak net hun gevoel van competentie en hun engagement. In die zin gaat het misschien minder om kiezen tussen stressreductie of motivatie, maar om een dynamiek waarin goed onderwijs beide kan versterken.

  2. Pingback: Welbevinden en leren: waarom het verband in 2 richtingen werkt

Geef een reactie