Publiek vs. privé in PISA: het antwoord is minder eenvoudig dan je denkt

Er zijn van die studies waarvan je meteen voelt: dit gaat gelezen worden op een manier die de auteurs niet bedoeld hebben. Dit is er zo één. Deze nieuwe analyse in het British Educational Research Journal bekijkt meer dan twintig jaar PISA-data (2000–2022) in elf Europese landen en stelt een ogenschijnlijk eenvoudige vraag: doen leerlingen in publiek gefinancierde privéscholen het beter dan leerlingen in publieke scholen?

Het korte antwoord van Priya Maurya en collega’s: soms wel. Het langere antwoord: het hangt ervan af. En dat langere antwoord is net het interessante en de reden waarom ik deze blogpost schrijf.

Wie alleen naar de ruwe cijfers kijkt, ziet inderdaad in verschillende landen hogere prestaties in publiek gefinancierde privéscholen. België zit in die groep (ze splitsen de data niet op naar taalregio’s), samen met onder andere Spanje en Ierland. Maar de auteurs zijn daar meteen voorzichtig over. Ze spreken expliciet over associaties, niet over oorzakelijke effecten. Lezers van deze blog weten al langer dat PISA enkel correlaties toelaat. In dit geval is het belangrijk te beseffen dat leerlingen zelden willekeurig verdeeld worden over scholen. Ouders kiezen, scholen selecteren, en die processen zijn allesbehalve neutraal.

Dat zie je ook terug in de data. Leerlingen in die scholen komen gemiddeld vaker uit meer bevoorrechte milieus. En wanneer je daarmee rekening houdt, krimpen verschillen vaak. Soms verdwijnen ze zelfs. Met andere woorden: een deel van het “voordeel” zit niet in wat scholen doen, maar in wie er les volgt.

Er is nog een tweede laag die vaak verloren gaat in het debat. De studie toont namelijk dat het patroon sterk verschilt van land tot land. In sommige systemen zijn er kleine positieve verschillen, in andere nauwelijks, en in Luxemburg zelfs negatieve. Het gaat niet om “publiek versus privé”, maar om hoe onderwijssystemen georganiseerd zijn.

België is in dat opzicht een bijzonder geval. Ons systeem van publiek gefinancierde privéscholen is historisch diep ingebed. Het vrije net is geen kleine aanvulling op het publieke aanbod, maar een volwaardig en (over)groot deel van het systeem. Scholen volgen dezelfde leerplannen, krijgen publieke middelen en staan onder inspectie. Tegelijk is er ruimte voor autonomie en – belangrijker – voor verschillen in instroom. Dit alles ligt trouwens in lijn met oudere analyses van Jan Van Damme en collega’s in TORB.

Net daar wringt het. De studie laat zien dat de positieve associaties vaak sterker zijn voor leerlingen uit midden- en hogere sociaal-economische groepen. Voor leerlingen uit meer kwetsbare groepen zijn de effecten kleiner of minder consistent. Dat is geen sluitend bewijs van ongelijkheid, maar het is wel een signaal dat je niet zomaar kan negeren.

Het maakt ook duidelijk waarom dit soort onderzoek zo snel gevoelig kan worden in België. Voor sommigen kan het  bevestigen dat het vrije net “beter werkt”. Voor anderen is het net een aanwijzing dat selectie en segregatie een rol spelen. Beide lezingen zitten ergens in de data, maar geen van beide vertelt het volledige verhaal.

Wat deze studie eigenlijk doet, is iets minder spectaculair maar veel relevanter. Ze verschuift de vraag. Niet: welk net is beter? Maar: onder welke voorwaarden werkt een bepaald type school beter, en voor wie? En dat is wellicht een minder comfortabele vraag, omdat ze niet eindigt in een simpel antwoord. Ze dwingt je om te kijken naar governance, regulering, autonomie, maar ook naar sociale samenstelling en toegang. En vooral: naar de combinatie daarvan.

Er zit volgens mij nog een laatste interessante nuance in de studie. Tijdens de COVID-periode bleken er geen consistente voordelen te zijn van een bepaald type school. Soms doen publiek gefinancierde privéscholen het beter, soms publieke scholen. Ook hier geen eenduidig verhaal. Wat opnieuw onderstreept dat context en concrete uitwerking zwaarder wegen dan labels.

Een gedachte over “Publiek vs. privé in PISA: het antwoord is minder eenvoudig dan je denkt

  1. Interessant onderzoek. Doet me denken aan een artikel in Harvard Business Review over de vraag welke bestuursmodel beter is voor nustvoorzieningen, privaat of publiek. Dat onderzoek leerde dat er geen eenduidig antwoord is; de allerbelangrijkste factor (in het succesvol operationeel beheer) bleek of er in de praktijk een hoge mate van verantwoording was van de directie aan de stake-holders.
    Als we dat vertalen naar ons Vlaams onderwijs suggereert dat een ernstig tekort: de reële verantwoording aan ouders, studenten én werkgevers buiten het onderwijs is zeer laag. Veel essentiële gegevens over resultaten krijgen deze stake-holders zelfs totaal niet te zien!
    De vraag ‘onder welke voorwaarden werkt een bepaald type school beter, en voor wie?’ is dus inderdaad meer dan relevant.

Geef een reactie