Veel mensen gaan er intuïtief van uit dat scholen ingrijpen wanneer leerlingen gepest worden. Dat lijkt ook logisch en wenselijk. Pesten op school heeft namelijk duidelijke gevolgen voor welbevinden, schoolervaring en soms zelfs schoolloopbanen (check o.a. hier). Bovendien verwachten we van scholen dat ze een veilige omgeving creëren. Maar wat doen scholen eigenlijk wanneer pesten zich voordoet?
Een recente systematische literatuurstudie van Thao Thanh Nguyen Tran en collega’s probeert daar een antwoord op te geven. In die studie bracht het team 74 empirische onderzoeken uit de periode 2016–2025 samen over hoe leraren reageren op pestgedrag in het secundair onderwijs. Het beeld dat daaruit naar voren komt, is tegelijk herkenbaar, genuanceerd en wellicht ook wel ergens teleurstellend.
Het eerste wat opvalt, is dat scholen vaak teruggrijpen naar vrij klassieke reacties. Veel leraren proberen pesten te stoppen door te waarschuwen, te controleren of sancties op te leggen aan de pester. Strafgerichte of autoriteitsgebaseerde reacties komen in de literatuur het vaakst voor. Dat is op zich niet verrassend. Wanneer een acute situatie escaleert of onmiddellijk moet worden gestopt, ligt een disciplinaire reactie voor de hand.
Tegelijk toont de review dat andere strategieën minder vaak voorkomen. Ondersteuning van slachtoffers, mediation tussen leerlingen of klasgesprekken over groepsdynamiek zien de onderzoekers wel beschreven, maar duidelijk minder frequent toegepast. Dat betekent niet dat scholen deze aanpakken niet kennen, maar wel dat ze in de praktijk minder dominant aanwezig zijn.
Misschien nog opvallender is een derde patroon dat in veel studies terugkomt: niet ingrijpen. In verschillende onderzoeken geven leerlingen aan dat leraren pestgedrag soms negeren, minimaliseren of beschouwen als iets dat “er nu eenmaal bij hoort”. Interessant daarbij is dat leraren zelf vaak in de onderzoeken aangeven dat ze zelden niets doen. Er lijkt dus een kloof te bestaan tussen hoe leraren hun eigen handelen zien en hoe leerlingen dat ervaren. Is dit omdat ze het minder zien? Is dit omdat ze niet durven? Het wegnuanceren?
Wat blijkt? Hoe scholen reageren op pesten blijkt niet alleen af te hangen van individuele leraren. De literatuur beschrijft een veel breder ecosysteem van factoren die mee bepalen wat er gebeurt wanneer pesten zich voordoet.
Zo spelen persoonlijke overtuigingen en ervaringen van leraren een rol. Leraren die pesten als ernstig beschouwen, grijpen vaker in. Ook factoren zoals empathie of het gevoel dat men effectief kan ingrijpen, blijken invloed te hebben op de kans dat een leraar tussenkomt.
Maar minstens even belangrijk zijn contextfactoren binnen de school. Werkdruk, tijdsdruk, schoolcultuur, in welke mate er duidelijke afspraken in een school bestaan, en welke ondersteuning rond pestgedrag blijken allemaal mee te bepalen hoe leraren reageren. In scholen die sterk op prestaties focussen, bestaat bijvoorbeeld het risico dat academische resultaten onbewust meer aandacht krijgen dan sociale veiligheid.
Ook professionele ondersteuning speelt een rol. In verschillende studies geven leraren aan dat ze zich onvoldoende voorbereid voelen om complexe pestsituaties aan te pakken. Training bestaat wel, maar sluit niet altijd goed aan bij de concrete realiteit in scholen.
Het beeld dat uit de literatuur naar voren komt, is daardoor minder eenvoudig dan soms wordt voorgesteld. De vraag is niet alleen of een individuele leraar ingrijpt, maar ook in welke omstandigheden dat gebeurt en welke ruimte scholen creëren om dat te doen.
Wat ik zelf haal uit deze reviewstudie is dat wie pesten wil aanpakken, best niet alleen kijkt naar individuele reacties van leraren. Minstens even belangrijk zijn schoolcultuur, samenwerking binnen het team en de ondersteuning die scholen bieden om met zulke situaties om te gaan.