“Ja, maar de context is anders.” Het is een reactie die ik regelmatig hoor en zelf ook schrijf wanneer onderzoek uit een ander land wordt besproken. Een studie uit Engeland? Andere context. Een studie uit de Verenigde Staten? Andere context. Ik twijfel zelf soms om onderzoek uit China of Japan te bespreken. Maar… voor je het weet, lijkt elk onderzoeksresultaat vooral een lokale curiositeit waar we elders weinig mee kunnen. Het is iets wat ik deze week al tijdens een vergadering de achillespees van evidence-informed onderwijs heb genoemd.
Tegelijk gebeurt het omgekeerde ook vaak. Dan wordt een bevinding uit één studie of één land vrij snel vertaald naar een algemene aanbeveling voor iedereen. Ook dat voelt niet helemaal juist.
Een nieuwe studie in Studies in Educational Evaluation probeert die spanning beter te begrijpen. Zin Oo en collega’s gebruikten gegevens uit PIRLS, het internationale onderzoek naar leesvaardigheid van leerlingen in het vierde leerjaar. Ze bekeken niet één land, maar tientallen landen verspreid over drie meetmomenten: 2011, 2016 en 2021. Vervolgens stelden ze een eenvoudige vraag: als een verband in het ene land wordt gevonden, hoe groot is de kans dat we hetzelfde verband ook elders terugzien?
Het antwoord blijkt genuanceerd. Had je iets anders verwacht? Sommige verbanden blijken opvallend stabiel. Sociaaleconomische status blijft vrijwel overal samenhangen met leesprestaties. Hetzelfde geldt voor leeszelfvertrouwen. Leerlingen die meer vertrouwen hebben in hun leesvaardigheid, scoren gemiddeld beter. De grootte van die verbanden verschilt wel van land tot land, maar de richting blijft opmerkelijk consistent.
Andere factoren gedragen zich heel anders. Leesplezier, betrokkenheid tijdens leeslessen, pesten en schooldiscipline blijken veel gevoeliger voor context. Soms is het verband positief, soms zwakker en soms bijna afwezig. Wat in het ene land lijkt samen te hangen met betere leesprestaties, doet dat elders veel minder.
Dat maakt deze studie interessant, niet omdat ze iets revolutionair nieuws vertelt over lezen, maar omdat ze ons dwingt anders naar context te kijken. De vraag is namelijk niet of context belangrijk is. Dat weten we al lang. Onderwijs speelt zich altijd af binnen een specifieke omgeving. De scholen verschillen. In die scholen verschillen de leraren ook al onderling. Culturen verschillen, merkbaar bijvoorbeeld in onder andere de verwachtingen van ouders. Beleidskeuzes verschillen, ook al kijken landen steeds vaker naar elkaar. Niemand twijfelt daar nog aan.
De echte vraag is veel interessanter: Voor welke inzichten maakt context veel uit en voor welke weinig? Want als context werkelijk alles bepaalt, wordt wetenschap een vreemde bezigheid. Dan kunnen we nooit iets leren van een studie uit een andere school, laat staan uit een ander land. Elke bevinding zou gevangen blijven binnen de grenzen van de oorspronkelijke context.
Maar dat is duidelijk niet wat deze studie laat zien. Sommige verbanden blijken verrassend goed de wereld rond te reizen. Andere blijven veel sterker verbonden met hun lokale context. Het is dus niet zo dat context altijd alles bepaalt, maar ook niet dat context onbelangrijk is. Daarom is context als eindantwoord niet aangewezen. “Ja, maar de context” is vaak geen verklaring. Het is het begin van een nieuwe vraag.
Welke mechanismen zijn zo fundamenteel dat ze in veel verschillende onderwijssystemen terugkeren? Welke effecten zijn afhankelijk van cultuur, beleid of organisatie? En wanneer verandert een verschil in context een onderzoeksbevinding werkelijk? Dat zijn uiteindelijk de vragen die evidence-informed werken interessant maken. Niet of onderzoek uit een ander land bruikbaar is, maar onder welke voorwaarden het bruikbaar wordt.
Of anders gezegd: sommige inzichten reizen verrassend goed de wereld rond. Andere blijven liever thuis. De kunst is weten welke van de twee je voor je hebt.
Prima tekst. Bedankt.
Pingback: Emoties van leraren correleren met leskwaliteit en leerlingprestaties