Wat vinden leerlingen eigenlijk van teamteaching?

Co-teaching en team-teaching is een beetje een persoonlijke frustratie van me. Populair onderwerp, maar wereldwijd relatief weinig onderzoek. Gelukkig dat men in Vlaanderen daar iets aan doet. In 2025 werd er een onderzoek gepubliceerd over een mogelijk leereffect. Dit onderzoek, als ik kijk naar het traject van het artikel, dateert wellicht uit dezelfde periode, maar werd pas nu gepubliceerd. Alles draait nu om de leerlingen die dagelijks in de les zitten. Hoe kijken zij naar teamteaching?

Dries Mariën, Ruben Vanderlinde en Elke Struyf bevroegen 428 leerlingen uit het lager onderwijs voor het antwoord op deze vraag. Via surveys en focusgroepen onderzochten ze hoe leerlingen lessen ervaren waarin twee leerkrachten samen lesgeven.

De resultaten zijn overwegend positief. Leerlingen waarderen vooral de extra ondersteuning. Met twee leerkrachten in de klas krijgen ze sneller hulp als ze vastlopen. Ze geven ook aan dat ze meer leren (let op, dit is perceptie). Niet noodzakelijk omdat de leerstof anders is, maar omdat ze vaker uitleg krijgen en soms verschillende manieren zien om hetzelfde probleem aan te pakken.

Dat laatste blijkt trouwens een tweesnijdend zwaard. Voor veel leerlingen zijn die verschillende uitleggen net een voordeel. Ze krijgen extra tips en strategieën en begrijpen de leerstof beter. Maar soms leidt het ook tot verwarring. Wanneer twee leerkrachten een oefening anders uitleggen of verschillende verwachtingen lijken te hebben, weten sommige leerlingen niet meer goed wat ze moeten doen.

Een tweede interessante bevinding is dat niet alle vormen van teamteaching gelijk zijn. De onderzoekers vinden de meest positieve ervaringen wanneer twee leerkrachten samenwerken binnen één klasgroep. Wanneer twee klassen, en zeker twee verschillende leerjaren, worden samengevoegd, worden leerlingen minder positief. Ze ervaren minder ondersteuning en klagen vaker over lawaai en onrust.

Teamteaching is geen wondermiddel dat automatisch werkt zodra er twee volwassenen in een lokaal staan. De organisatie ervan blijkt minstens even belangrijk als het principe zelf.

De studie heeft uiteraard beperkingen. Ze meet geen leerwinst, maar percepties van leerlingen. Toch zijn die percepties niet onbelangrijk. Leerlingen brengen immers veel meer tijd door in de klas dan een onderzoeker die een les observeert. Hun ervaringen vertellen ons dus iets over hoe ze onderwijs in de praktijk beleven.

Geef een reactie