Ik deed zelf onderzoek naar wat een leerkracht in de ogen van zijn of haar leerlingen een echte leerkracht maakt. Geen makkelijke vraag. De vraag ‘Wat maakt iemand tot een goeie leerkracht?’ is ook zo’n vraag waarop bijna iedereen wel een antwoord denkt te hebben, maar de discussies ontstaan als je er langer bij stilstaat. De logische zaken vind je al snel. Je moet natuurlijk je vak kennen. Zaken goed kunnen uitleggen, lijkt ook evident. Enthousiast – of in mijn onderzoek gepassioneerd – zijn helpt. En enig talent om een klas onder controle te houden is ook meer dan mooi meegenomen. Maar welke kenmerken van leerkrachten hangen volgens onderzoek nu werkelijk samen met de kwaliteit van hun onderwijs?
Dat is de vraag die Nicoletta Bürger en collega’s proberen te beantwoorden in een recente, behoorlijk omvangrijke meta-analyse. Ze verzamelden daarvoor 2.122 correlaties uit 197 artikels. Daarbij keken ze naar een hele reeks kenmerken van leerkrachten en hoe die samenhangen met de kwaliteit van hun onderwijs. En voor je reageert: maar kwaliteit is ook een moeilijk begrip, klopt, maar laten we kijken hoe ze alles operationaliseren.
De onderzoekers delen die kenmerken grofweg op in vier groepen:
- Professionele kennis: vakkennis, vakdidactische kennis en algemene pedagogische kennis.
- Opvattingen van leerkrachten over leren en lesgeven.
- Motivationele kenmerken, zoals enthousiasme, interesse, engagement en self-efficacy, het vertrouwen dat je als leerkracht hebt in je eigen kunnen.
- Zelfregulatie in het beroep, bijvoorbeeld hoe leerkrachten omgaan met hun energie en met de belasting van het beroep.
Goed en kwalitatief lesgeven delen de onderzoekers vervolgens op in drie bekende dimensies:
- cognitieve activatie, waarbij leerlingen worden aangezet om echt na te denken over wat ze leren,
- ondersteuning van het leren,
- klasmanagement.
Het is dus een behoorlijk enge, maar vatbare definitie van ‘goed onderwijs’.
En wat blijkt nu? De belangrijkste conclusie is dat heel wat kenmerken ertoe doen, maar dat geen enkel kenmerk allesbepalend is. De meeste onderzochte kenmerken hangen met minstens één aspect van onderwijskwaliteit samen, maar de gevonden verbanden zijn meestal klein tot middelgroot. Je zou dus kunnen stellen dat de theoretische modellen over de kenmerken van een goede leerkracht vaak wat sterkere en consistentere verbanden lijken te suggereren dan onderzoek daadwerkelijk laat zien.
Laat ik dat concreet maken met bijvoorbeeld kennis, een belangrijk woord in het huidige onderwijsdebat. Het klinkt logisch dat een goede leerkracht veel over zijn of haar vak moet weten. Dat is ook zo, voor alle duidelijkheid. Maar zoals we al langer weten blijkt gewoon vakkennis niet bijzonder sterk samen te hangen met de drie onderzochte dimensies van onderwijskwaliteit. Voor cognitieve activatie vinden de onderzoekers bijvoorbeeld een correlatie van slechts .09, die bovendien niet statistisch significant is. Voor ondersteuning en klasmanagement zijn de verbanden nog kleiner. Dit zagen we ook al bij Hattie jaren geleden.
Dat betekent dus echt niet dat vakkennis onbelangrijk is. Zonder de nodige kennis wordt lesgeven behoorlijk moeilijk. Maar enkel weten en begrijpen wat de leerstof is, is nog niet hetzelfde als weten hoe je iets moet onderwijzen. Daarom spreekt men vaak over een soort van vertaler-tolk functie van lesgevers.
Daarom is het ook niet onlogisch dat vakdidactische kennis, in het Engels pedagogical content knowledge, meer duidelijke verbanden vertoont. Dan gaat het bijvoorbeeld concreet over weten welke misvattingen leerlingen vaak hebben over een bepaald onderwerp, waarom bepaalde leerstof moeilijk is en welke vormen van een goede uitleg kunnen helpen. De correlatie met cognitieve activatie bedraagt 0,22, met ondersteuning 0,16 en met klasmanagement 0,21. Voor wie hiermee vertrouwd is, zijn dit nog steeds geen spectaculaire verbanden.
Laten we kijken naar de andere aspecten. Ook wat leerkrachten denken over leren en lesgeven, hun overtuigingen, hangt samen met wat er in hun klas gebeurt. Vooral wat je kan omschrijven als constructivistische overtuigingen, concreet de overtuiging dat leren actieve cognitieve verwerking door leerlingen vereist, hangen samen met ‘cognitieve activatie’. Wanneer de onderzoekers verschillende kenmerken tegelijkertijd in hun model opnemen, blijken deze overtuigingen zelfs sterker met cognitieve activatie samen te hangen dan met professionele kennis of motivatie.
Maar ook hier is er voorzichtigheid nodig. Het label constructivistisch kan in onderwijsdiscussies snel een heel eigen leven gaan leiden. Yep, ik weet wie nu al wou reageren. Het betekent voor alle duidelijkheid in deze studie niet simpelweg dat directe instructie slecht zou zijn of dat leerlingen alles zelf moeten ontdekken. Het gaat om de overtuiging dat leerlingen de leerstof cognitief moeten verwerken en dat onderwijs zulke denkactiviteiten moet uitlokken.
Bij ondersteuning van leerlingen ontstaat dan weer een ander beeld. Daaruit blijkt dat professionele kennis, wanneer verschillende lerarenkenmerken tegelijkertijd worden bekeken, nauwelijks een rol speelt. Motivationele kenmerken en de zelfregulatie van de leerkracht hangen er sterker mee samen, al blijven ook deze verbanden relatief klein. De onderzoekers vatten dit mooi samen: ondersteuning lijkt meer samen te hangen met de ‘will’ van de leerkracht dan met diens ‘knowledge’.
Ten slotte is ook bij klasmanagement geen eenvoudige succesformule vindbaar. Enthousiasme en interesse hangen er positief mee samen. Voor engagement vinden de onderzoekers zelfs een middelgroot positief verband, terwijl self-efficacy opnieuw een kleiner positief verband laat zien.
Je zou dus kunnen concluderen dat de goede leerkracht veel moet weten, enthousiast moet zijn, de juiste overtuigingen moet hebben en zichzelf goed moet kunnen reguleren. De blog is klaar, mooi? Helaas, zo eenvoudig is het ook weer niet. Er zitten grote verschillen in de onderzoeken en het gaat vaak over correlaties. En, veel onderzoek gebeurde opvallend genoeg rond wiskundeleerkrachten.
Rest er nog de vraag in de titel: Wat maakt dan een goeie leerkracht? Het belangrijkste antwoord is wellicht: niet één ding. En dat, dat wisten de meeste leerkrachten zelf ook al.