Er verschenen dit weekend behoorlijk zorgwekkende cijfers over Nederlandse jongeren. Het nieuwe HBSC-onderzoek laat zien dat het met een deel van hen bepaald niet goed gaat. Vooral bij meisjes in het voortgezet onderwijs worden de cijfers over mentale gezondheid steeds slechter. In 2017 rapporteerde 29 procent van de meiden emotionele problemen, in 2025 is dat 43 procent. Bij jongens ging het in dezelfde periode van 9 naar 13 procent. Er wordt naar schooldruk gekeken. Maar ik vrees dat er nog veel meer aan de hand is.
Zo vinden jongeren school minder leuk. Verder zijn ze negatiever over de sfeer in de klas en wordt er meer gepest. Ook problematisch gebruik van sociale media blijft een probleem, vooral bij meisjes. Ontbijten wordt minder vanzelfsprekend. En meisjes roken en vapen ondertussen zelfs vaker dan jongens. En dan is er nog dat cijfer waar mijn hart van omdraait. De acceptatie van homoseksualiteit is in vier jaar tijd sterk gedaald. In 2021 stond nog 40 procent van de jongens in het voortgezet onderwijs positief tegenover homoseksualiteit. In 2025 is dat nog 22 procent. Bij meisjes ging het van 78 naar 51 procent, een enorme daling. Ook het percentage jongeren dat denkt dat homoseksuele en lesbische leerlingen op school open kunnen zijn over hun geaardheid daalde, van 60 naar 45 procent. Zover het sombere nieuws, nu de miserie.
Er viel me namelijk nog iets anders op in de berichtgeving over het onderzoek. Een van de verklaringen die al snel naar voren komt voor de mentale issues, is de druk door school en schoolwerk. Zeker: die druk kan als hoog worden ervaren. 54 procent van de meisjes en 36 procent van de jongens in het voortgezet onderwijs stelt dat ze veel druk ervaren door schoolwerk. Dat zijn cijfers die we serieus moeten nemen; maar tegelijk vraag me ik af of we hier oorzaak en gevolg niet te snel dreigen om te draaien.
Ik heb namelijk een sterk vermoeden dat de druk door schoolwerk niet per se de motor is van wat we hier zien of misschien niet op de manier waarop de jongeren zelf denken. School is wellicht eerder een van de plekken waar de veel bredere malaise zichtbaar wordt. Het is namelijk niet toevallig een van de plekken waar jongeren veel van hun tijd doorbrengen.
We hebben op deze blog al veel mogelijke verklaringen voor de mentale problemen van jongeren vermeld. Van te weinig vrij spel in de kindertijd, over sociale media, over school zelf die aan mentale problemen wil werken, tot zelfs een soort van besmettingsgevaar. En dan heb ik het nog niet gehad over alle crisissen die jongeren momenteel wereldwijd meemaken.
Je zou kunnen zeggen: maar De Bruyckere, jij bent van het onderwijs, dus logisch dat je onderwijs nu gaat verdedigen. Nee, dat wil ik niet per se, maar kijk even naar de toename van schooldruk. Die is niet per se toegenomen in de voorbije jaren, terwijl de problemen wel stijgen. Concreet zijn de mentale problemen bij meisjes sinds de grote verslechtering rond de coronaperiode nauwelijks hersteld, terwijl de schooldruk sinds 2021 niet verder lijkt te zijn gestegen volgens de HBSC-cijfers. Dat past alvast moeilijk bij een heel eenvoudig verhaal waarin steeds hogere schooldruk de verdere ontwikkeling verklaart.
Meer nog, je zou kunnen denken dat door AI de schooldruk net is verminderd. Maar ironisch genoeg kan AI wel degelijk mee een slechter gevoel veroorzaken. Een vraag als ‘Heb ik wel zelf mijn taak gemaakt?’ kan voor de nodige negatieve gevoelens zorgen. Maar jongeren doen wel meer baantjes die naast het schoolwerk komen te staan.
Stel dat je je minder goed voelt, slechter slaapt, meer conflicten ervaart met leeftijdsgenoten of het gevoel hebt dat je aan allerlei verwachtingen moet voldoen in een samenleving die om zeep aan het gaan is. Dan kan exact dezelfde hoeveelheid huiswerk zwaarder voelen. De schooldruk is dan niet verzonnen. De leerling ervaart die druk werkelijk. Alleen betekent dat nog niet dat het schoolwerk de oorspronkelijke oorzaak van het probleem is.
Maar ik zie nog een andere manier waarop onderwijs mee de situatie kan verslechteren die net iets anders ligt dan je zou denken. De algemene kwaliteitsdaling – al dan niet in wisselwerking met dalende motivatie – kan misschien gewoon betekenen dat jongeren het gevoel hebben minder echt iets te leren, minder succeservaringen hebben, enz.
Want ook hier moeten we misschien opletten met wat we precies bedoelen met schooldruk. Stel je bijvoorbeeld voor dat twee leerlingen exact dezelfde wiskundetoets krijgen. Hierbij beheerst de ene leerling ruim de voorkennis, begreep die de vorige lessen en weet ongeveer wat er van hem of haar wordt verwacht. De andere daarentegen heeft gaten in de voorkennis, begrijpt de helft van de opgaven niet en heeft al verschillende keren ervaren dat het toch niet lukt. Op papier krijgen beide leerlingen exact dezelfde taak voorgeschoteld. Maar het is niet moeilijk te raden dat ze de zwaarte van de taak net iets anders zullen ervaren.
Je kan deze redenering op veel dingen toepassen. Bijvoorbeeld ook voor lezen, dat andere heikele punt. Een tekst van drie pagina’s is een heel andere opdracht voor iemand die vlot leest dan voor iemand voor wie lezen voortdurend inspanning vraagt. Minder degelijk onderwijs of onderwijs dat zelf steeds meer onder druk staat, kan paradoxaal genoeg tot méér ervaren schooldruk leiden. Zelfs wanneer scholen in de praktijk misschien net minder eisen gaan stellen.
Let wel: ik wil niet beweren dat dit alles dé verklaringen zouden zijn. Ik weet zelfs niet of dit mechanisme een belangrijk deel van de huidige cijfers kan verklaren. Maar het is minstens even goed mogelijk als het te eenvoudige verhaal dat jongeren meer mentale problemen hebben, onder andere omdat scholen te veel druk op hen zouden leggen.
En sowieso ben ik er vrij zeker van dat we hier voortdurend proberen één oorzaak te vinden voor iets dat helemaal geen probleem met één oorzaak is.