Evidence-informed onderwijs hoort niet bij een kamp

We kijken vaak momenteel naar Engeland als gids-regio voor onderwijs. Het zal dan misschien sommigen verbazen dat iemand als Daisy Christodoulou een behoorlijk sombere post schreef over de toestand van wat sommigen in Engeland de ‘trad’-beweging noemen. De aanleiding was een artikel van Daniel Hannan in The Telegraph, waarin opnieuw het bekende argument opduikt dat we minder hoeven te weten omdat we het toch kunnen opzoeken. Juist, een mythe die ook in ons nieuwe mytheboek aan bod komt. Maar ik weet niet of ik mezelf zo herken in een beweging die trad genoemd wordt.

Christodoulou wijst terecht op de vreemde kronkels die de redenering van Hannan opleveren. Hij pleit er bijvoorbeeld voor dat jongeren leren om onwaarschijnlijke claims te herkennen. Hierbij lijkt hij echter te vergeten dat je kennis nodig hebt om te beoordelen of iets waarschijnlijk of onwaarschijnlijk is. Ook stelt de man dat je dingen gewoon kunt opzoeken, maar negeert daarmee volkomen wat we ondertussen weten over de rol van kennis in het langetermijngeheugen bij denken, begrijpen en leren. Tot daar volg ik Christodoulou, het ligt in lijn met veel onderzoek.

Maar haar eigenlijke punt gaat verder dan dit. Volgens haar heeft de trad-beweging ondanks jaren van boeken, debatten, succesvolle scholen en goede resultaten zoals recent Engeland bij PISA, de bredere ideeënstrijd niet gewonnen. Ze schrijft:

“We wrote the books. We had the debates. We built the schools. We aced the tests. And then it turned out nobody cared.”

Dat is natuurlijk bewust scherp geformuleerd. De invloed van de trad-beweging op het Engelse onderwijs is moeilijk te ontkennen. Tegelijk raakt Daisy iets opvallends. Ideeën waarvan sommigen binnen het onderwijs misschien dachten dat de discussie ondertussen grotendeels beslecht was, blijken nog steeds springlevend. De gedachte dat kennis minder belangrijk wordt omdat we Google hebben, keert nu bijvoorbeeld terug in een nieuwe versie: waarom nog dingen leren als we AI hebben? Ook dit herkenden we bij het schrijven van onze update van het eerste mytheboek.

Maar eerlijk?  Ik heb mezelf nog nooit als een ‘trad’ beschouwd. Ik deel wel verschillende inzichten die sterk met die beweging geassocieerd worden, zoals het belang van voorkennis. Er zijn nog andere inzichten die ik ook in mijn boeken beschreef, zoals de beperktheid van ons werkgeheugen, de potentiële effectiviteit van expliciete instructie, enz.

Maar deze uitspraken zijn voor mij altijd inzichten geweest die ik uit het lezen van veel onderzoek heb geleerd.  Ik weet dat een mens altijd subjectief is bij het maken van keuzes, maar ik was steeds beducht dat ze onderdelen van een onderwijsidentiteit zouden worden. Want volgens mij ontstaat daar precies een enorm risico.

Zodra een verzameling onderzoeksbevindingen onderdeel wordt van een beweging, ontstaat het risico op selectie. Dan krijgt onderzoek dat goed bij het verhaal past sneller aandacht. Onderzoek dat het verhaal ingewikkelder maakt, misschien wat minder. Ik probeer er zelf steeds over te waken dit op deze blog niet te doen.

Dat is overigens absoluut geen exclusief probleem van trads. Ik denk dat je zowat hetzelfde kan zien in elk onderwijsdebat. Wie sterk gelooft in zaken als zelfontdekkend leren, autonomie, technologie, gepersonaliseerd leren of eender welke andere benadering, loopt hetzelfde risico. Trouwens, ik hou niet zo van het woord ‘geloven’ in deze context, ongeacht de visie. Ik geloof vooral in mijn studenten.

Maar daarom vind ik de uitspraak van Christodoulou, “What we do works!”, ook behoorlijk complex. Wat is precies “what we do”? Gaat het dan over de idee dat voorkennis belangrijk is voor begrip? Dat expliciete instructie vaak effectief kan zijn? Dat novices doorgaans meer begeleiding nodig hebben dan experts? Of dat retrieval practice het leren kan ondersteunen? Ja, hiervoor is behoorlijk veel evidentie beschikbaar.

Maar daaruit volgt nog geen volledig onderwijsmodel, laat staan een onderwijsvisie. Laat ik dat concreet maken. Uit het feit dat het werkgeheugen beperkt is, volgt bijvoorbeeld niet dat iedere goede les maximaal leraargestuurd moet zijn. Het belang van voorkennis betekent niet dat motivatie er weinig zou toe doen. Uit wat we weten over expliciete instructie volgt niet dat relaties, autonomie of samenwerking onbelangrijk zouden zijn. En uit het echt wel logische feit dat beginners vaak meer begeleiding nodig hebben, kun je spijtig genoeg nog niet precies afleiden hoeveel begeleiding een specifieke leerling op een bepaald moment nodig heeft. Dat laatste zou trouwens handig zijn.

Wetenschap geeft ons vaak principes, waarschijnlijkheden en grenzen. Onderwijsbewegingen maken daar vervolgens een coherenter verhaal van. Dat laatste spreekt ook meer aan, is hanteerbaarder. Misschien is dat zelfs een deel van wat hier gebeurd is.

Ik merkte dat evidence-informed werken soms in het trad-kamp wordt geplaatst. Ik vind dit aan de basis een foute redenering. Evidentie houdt zich niet aan kampen, of zou dat niet mogen doen. Ik lees ook onderzoek en onderzoeksresultaten die pijn doen en minder in het ‘kraam’ passen dat ik misschien had. Maar een goede wetenschapper verandert dan zijn kraam.

Geef een reactie