Gisteren schreef ik op deze blog over een Franse studie die liet zien dat expliciete instructie in kansarme scholen bijzonder effectief is om kinderen basisvaardigheden in rekenen onder de knie te laten krijgen. De boodschap was helder: duidelijke uitleg, begeleide inoefening en feedback maken een groot verschil, zeker voor wie risico loopt achterop te raken. Het grote voordeel van deze blog en de Engelstalige versie is dat ik veel reacties krijg, waardoor ik vaak ook nieuwe zaken ontdek.
Zo deelde Terry Pears deze andere studie (Çibukçiu, 2025) die de balans weer wat lijkt te verschuiven. In Kosovo werd gekeken naar derdeklassers die met constructivistische methoden aan de slag gingen om wiskundige problemen op te lossen. Geen focus op het automatiseren van aftrekken of oppervlaktes, maar op redeneren, verbanden leggen en oplossingen bedenken. De resultaten? Ook hier duidelijke winst: de kinderen die constructivistisch onderwijs kregen, presteerden aanzienlijk beter in probleemoplossende taken dan hun klasgenoten die via meer traditionele methoden werkten.
Wie beide studies naast elkaar legt, ziet eigenlijk geen tegenspraak maar eerder een aanvulling in lijn met wat ik al in mijn eerste blog schreef en met wat in ons komende boek staat (naast veel andere zaken). Het Franse onderzoek gaat over basiskennis en -vaardigheden, waar expliciete instructie zijn kracht toont. Het Kosovaarse onderzoek richt zich op probleemoplossend denken, waar constructivistische methoden de boventoon voeren. Samen maken ze duidelijk dat de eeuwige tegenstelling in de zogenaamde “math wars” – expliciet versus constructivistisch – vooral een schijntegenstelling is. Het gaat niet om óf-óf, maar om het juiste middel op het juiste moment.
Kinderen hebben sterke fundamenten nodig: vlot kunnen rekenen, inzicht hebben in bewerkingen, de basics in hun geheugen verankeren. Daar helpt expliciete instructie het meest. Maar als we willen dat ze wiskunde ook in nieuwe situaties kunnen gebruiken, redeneren en creatieve oplossingen bedenken, dan moeten we ze ook de kans geven om samen te verkennen, te discussiëren en constructief te leren.
De les van beide studies? Goed rekenonderwijs vraagt om didactische precisie en leerkrachten die kijkend naar hun klas, kijkend naar hun doelen, de juiste werkvormen kiezen. En als ze zien dat het niet werkt, iets anders proberen.
Abstract van de studie:
This study examines the impact of constructivist methods on students’ performance in mathematical problem-solving, which is a significant issue in contemporary educational research. Traditional teaching methods, which are often oriented towards rote learning and memorization, have limitations in increasing students’ performance in solving mathematical problems. This research has analyzed how constructivist methods have a major impact on the third-graders’ performance in solving these problems. In this research, a quantitative method with a quasi-experimental design was used. The sample consists of 143 third-graders, who were separated into two groups; the experimental group which used constructivist methods for solving mathematical problems and the controlled group which continued using traditional methods through standard teaching materials and relevant textbooks. All students were tested on mathematical-problem solving twice, once before the intervention and once after the intervention. Statistical analysis was performed using SPSS (version 27) and included Paired Samples T-test analysis. The results of the Paired Samples T-Test show a statistically important difference between the average scores before and after the use of constructivist methods in students’ performance for solving mathematical problems. The average score in the pre-test was M = 39.77, while in the post-test it was M = 59.46, with an average difference of −19.69 and a statistical significance of p < 0.001. This study confirms that the use of constructivist methods in solving mathematical problems has a significant positive impact. These findings suggest that the integration of constructivist methods in teaching mathematics can be an effective strategy to help improve students’ performance in solving mathematical problems.
Maar geldt dit niet voor alles wat we onze studenten moeten leren:
De ( op dat moment) meest optimale onderwijsleervorm hangt af van de:
Leerstof/content.
De context.
De attitude van de klas.
De competenties van de docent.
Pingback: Dit was het onderwijsnieuws… Rinke en ik kijken terug op september 2025 met oa Balder, muzische doelen, fraude, rekenoorlogen en lessen uit Engeland | X, Y of Einstein?