Stel je voor: een wetenschapper post een cartoon over AI op Twitter (ik beken guilty) Een zelfrijdende auto met gevoelens, een sarcastische punchline erbij — niets wat je in Nature zou publiceren. Maar hoe komt dat over op het publiek? Volgens een nieuw Amerikaans onderzoek verrassend goed. Humor, zo blijkt, kan niet alleen de sympathie voor een wetenschapper verhogen, maar ook de geloofwaardigheid van wat die persoon zegt versterken. En dat is misschien minder vanzelfsprekend dan het klinkt.
Het team van Alexandra Frank en collega’s onderzocht hoe drie vormen van humor — antropomorfisme (denk: pratende robots), satire (lichte spot), of een combinatie van beide — het oordeel van een breed publiek beïnvloeden. Meer dan 2.000 Amerikanen kregen een fictieve Twitterdiscussie over AI te zien, inclusief een cartoon, en moesten daarna inschatten hoe grappig ze het vonden (mirth, was ook een nieuw woord voor me), hoe sympathiek de poster overkwam, en hoe legitiem ze de post vonden als bron van wetenschappelijke informatie.
De resultaten zijn interessant. Wie de combinatie van satire en antropomorfisme kreeg voorgeschoteld, vond de post het grappigst. Niet alleen dat: hoe meer mensen lachten, hoe sympathieker ze de wetenschapper vonden, én hoe geloofwaardiger ze de boodschap inschatten. Humor werkte dus als brug: eerst lachen, dan luisteren. Zelfs al was de wetenschapper fictief en onbekend.
Toch zit er ook een waarschuwing in het onderzoek. De auteurs testten enkel de mildere vorm van satire niet de scherpe, cynische variant. En de hele opzet — een screenshot van een verzonnen tweet — blijft een kunstmatige setting. Bovendien was de steekproef Amerikaans; in andere culturen kan humor anders uitpakken. Wat hier werkt, kan elders snel ontsporen.
En dan is er nog de ethische kant. Als een gevatte cartoon, gepost door iemand met een “Dr.” in de gebruikersnaam, al voldoende is om mensen te overtuigen van je legitimiteit als wetenschapper — hoe kwetsbaar zijn we dan voor charlatans met humor? Het onderzoek laat zien dat lachen en vertrouwen dicht bij elkaar liggen. Dat is krachtig, maar ook riskant.
Toch biedt dit alles waardevolle inzichten. In tijden van wantrouwen en desinformatie is het goed te weten dat wetenschappers niet per se serieus en droog hoeven te zijn om geloofwaardig te blijven. Een snufje humor, mits goed gedoseerd en doordacht, kan helpen om verbinding te maken met een publiek dat gewend is aan de luchtige stijl van sociale media. Misschien moeten we dus niet bang zijn voor de grap, maar wel kritisch blijven kijken naar wie hem maakt — en waarom.
Abstract van het onderzoek:
We conducted an experiment examining public response to scientists’ use of different types of humor (satire, anthropomorphism, and a combination of the two) to communicate about AI on Twitter/X. We found that humor led to increased perceptions of humor, measured as increased mirth. Specifically, we found that combining anthropomorphism and satire elicited the highest levels of mirth. Further, reported mirth was positively associated with the perceived likability of the scientist who posted the content. Our findings indicate that mirth mediated the effects of the humor types on publics’ perceptions that the scientist on social media was communicating information in an appropriate and legitimate way. Overall, this suggests that scientists can elicit mirth by using combining satire and anthropomorphic humor, which can enhance publics’ perceptions of scientists. Importantly, publics’ responses to harsh satire were not examined. Caution should be exercised when using satire due to potential backfire effects.