Beter onthouden, niet beter doen: de grens van retrieval practice

Retrieval practice is zo’n strategie waar je moeilijk tegen kan zijn. Het idee is eenvoudig: laat leerlingen actief informatie ophalen uit hun geheugen in plaats van ze die opnieuw te laten bekijken. Geen passief herlezen, maar proberen, falen, corrigeren en opnieuw proberen. Het effect is al jaren stevig onderbouwd: wat je ophaalt, blijft beter hangen en ook in ons recente boek komt het ook ruim aan bod.

Maar zoals wel vaker: het verhaal stopt daar niet.

Een nieuwe studie van Ophuis-Cox en collega’s kijkt naar iets wat minder vaak onderzocht wordt. Niet of retrieval practice werkt voor feitenkennis – dat weten we ondertussen wel – maar of het ook helpt bij het leren van procedurele kennis. Concreet: werkwoordspelling bij leerlingen in het vierde leerjaar. Geen losse feiten dus, maar regels die je niet alleen moet kennen, maar ook correct moet toepassen.

De opzet is vrij herkenbaar voor de klaspraktijk. Alle leerlingen krijgen eerst instructie via worked examples. Daarna worden ze opgesplitst in twee groepen. De ene groep blijft werken met voorbeelden. De andere groep combineert dat met retrieval practice: ze moeten actief de regels ophalen, krijgen feedback, en zien daarna opnieuw voorbeelden.

Een week later worden twee dingen getest. Ten eerste: kennen ze de regels nog? Ten tweede: kunnen ze ze ook correct toepassen in nieuwe opdrachten?

Het eerste resultaat is duidelijk. Leerlingen die retrieval practice kregen, onthouden de regels veel beter. Het verschil is niet klein, maar substantieel. Dat past perfect in wat we al weten: retrieval practice is een sterke manier om kennis duurzaam op te slaan.

Maar dan komt het tweede resultaat en dat is ook duidelijk en volgens mij ook zelfs logisch.Maar op een andere manier: er is geen verschil in toepassing. Beide groepen gaan vooruit in het correct toepassen van de regels, maar de groep die beter onthoudt, past ze niet beter toe. Meer weten leidt hier niet automatisch tot beter doen.

Dat voelt misschien als contra-intuïtief aan. Als je iets beter kent, zou je het toch ook beter moeten kunnen gebruiken? Maar net daar zit een belangrijk onderscheid dat we soms te snel overslaan: toepassen is geen simpele verlenging van onthouden.

Om een werkwoord correct te spellen, moet je niet alleen de regel kennen. Je moet ook de juiste analyse maken: wat is de tijd, wat is het onderwerp, welke regel hoort hierbij? En dat moet je allemaal combineren, vaak onder tijdsdruk. Dat vraagt niet alleen geheugen, maar ook verwerking, selectie en soms zelfs het al dan niet bewust onderdrukken van intuïtieve – maar foute – antwoorden.

Met andere woorden: je moet niet alleen de regel kunnen ophalen, je moet hem ook op het juiste moment en op de juiste manier gebruiken. En dat is cognitief een ander beest.

De auteurs suggereren een paar mogelijke verklaringen:

  • De combinatie van stappen kan simpelweg te zwaar zijn voor het werkgeheugen, zeker bij beginners, juist, de cognitlve load theory als verklaring.
  • Of leerlingen hebben de regels wel beter opgeslagen, maar nog niet voldoende geautomatiseerd om ze vlot toe te passen.
  • Het kan ook dat ze terugvallen op snellere strategieën, zoals herkenning of taalgevoel, zelfs wanneer ze de juiste regel kennen.

Kortom: wat hier vooral opvalt, is dat retrieval practice doet wat het moet doen. Het versterkt namelijk het geheugen. Maar dat dat niet automatisch doorsijpelt naar complexere taken. Dat maakt dit geen verhaal tegen retrieval practice. Integendeel. Het bevestigt hoe krachtig die strategie is. Maar het plaatst er wel een grens bij. Of beter: een voorwaarde. Als je wil dat leerlingen iets ook beter kunnen toepassen, dan moet je expliciet werken aan die toepassing.

Meer retrieval practice is dan niet noodzakelijk de oplossing. Misschien heb je meer oefening nodig in het uitvoeren van de stappen. Misschien moet je de complexiteit tijdelijk verlagen. En misschien moet je eerst zorgen voor voldoende begrip en pas daarna intensief inzetten op ophalen. Of net omgekeerd, afhankelijk van de taak. Daar geeft de studie geen definitief antwoord op. Maar ze maakt wel duidelijk dat de volgorde en combinatie van strategieën ertoe doen.

Geef een reactie