Wat kunnen scholen doen tegen eenzaamheid?

De OESO publiceerde een nieuwe deelrapportje over trends die onderwijs vormgeven en als Beatles-liefhebber kon ik de titel wel appreciëren: “All the lonely people“. Het gaat dus inderdaad over eenzaamheid, iets wat door Corona niet echt beter is geworden.

Voor alle duidelijkheid, iedereen kan zich wel eens eenzaam voelen, maar als de eenzaamheid chronisch en langdurig wordt, dan bestaat er een verhoogd risico op leerachterstand, slechtere fysieke en psychische gezondheid en zelfs kans op vroeger sterven dan gemiddeld.

Ik had het er al over in mijn boek ‘Met de kinderen alles goed’, dat eenzaamheid in ons taalgebied nog meevalt, en dat blijkt ook uit de OESO-data, al is er wel sprake van een toename op 15 jaar tijd:

Wat kunnen scholen nu doen om eenzaamheid tegen te gaan bij hun leerlingen? Het rapport beschrijft vier manieren:

1) improving social skills (e.g. teaching children how to initiate maintain and end interactions, conflict resolution, and social problem-solving)

2) enhancing social support (e.g. for children with recently divorced parents or other family trauma

3) increasing opportunities for social interaction (design of space, instructional strategies)

4) addressing abnormal cognition (e.g. impaired executive function, emotional regulation, biases in attention and cognition such as non-realistic appraisals and self-defeating attributions).

 

Lectuur op zaterdag: veel betere eindtermen, alle vragen over de cello beantwoord, ‘hey guys’ en meer

De weekendbijlage bij deze blog:

Tot slot: Yo Yo Ma over de cello:

Kunstenaars willen de G7 wijzen op de enorme berg elektronisch afval en bouwen “Mount Recyclemore”

Het kunstwerk is geïnspireerd op de bekende presidentskoppen van Mount Rushmore, maar Joe Rush en Alex Wreckage maakten dit grote werk voor en over de G7-top. Lees hier een interview met de kunstenaars.

Ook ‘goede’ representatie van verkrachting creëert verkeerde beelden (Linda Duits)

Deze post verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

Het bestrijden van seksueel geweld staat hoog op de agenda van hedendaagse feministen. Er is veel aandacht voor wat ‘verkrachtingscultuur’ genoemd wordt, een term die is overgenomen van radicaalfeministen uit de jaren 70 (zie hier voor bezwaren bij het gebruik van dit woord). Die aandacht bestaat logischerwijs ook in de media. Zo werd de film Promising Young Woman, waarin een vrouw wraak neemt voor een verkrachting, genomineerd voor diverse Oscars. In een recent artikel [abstract] analyseert communicatiewetenschapper Emily Ryalls twee series over deze problematiek: 13 Reasons Why en Sweet/Vicious.

Beide series gaan over aanranding en seksueel lastigvallen. De focus ligt niet bij het individu, maar bij de cultuur (seksuele grensoverschrijding is onderdeel van het dagelijks leven) en bij instituties (hoe moeilijk het is aangifte te doen of een klacht in te dienen op school). In de wereld van deze series viert verkrachting hoogtij. Zowel 13 Reasons Why als Sweet/Vicious zoeken de oplossing bij affirmative consent: je partner moet haar ja duidelijk maken, anders mag er geen seks plaatsvinden. Verkrachting is dan een gebrek aan consent, in plaats van doorgaan ook al weigert of protesteert de ander.

In de verhalen worden de slachtoffers geconfronteerd met onwelwillende volwassenen, die de schuld bij henzelf leggen of andere verkrachtingsmythes aanhalen. Ze worden neergezet als ouderwets, wat de suggestie wekt van een toekomst waarin dit niet meer gaat gebeuren – zodra we naar zo’n ja=ja-model gaan.

Kritiek
De series zijn een hele vooruitgang met de eerdere representatie van verkrachting, waar daders vieze en weerzinwekkende mannen waren. Toch is Ryalls kritisch op deze nieuwe manier van representeren. Terwijl enerzijds het ja=ja-model gepromoot wordt, wordt anderzijds het idee in stand gehouden dat je niet geloofd gaat worden. Volwassenen zijn de slechteriken van wie je geen hulp hoeft te verwachten.

Bovendien wordt er in de series een tegenstelling gecreëerd tussen slechte want verkrachtende gasten, en goede mannen die wel consent zoeken. De laatsten zijn vaak wit. In 13 Reasons Why komen jongens op een school van soms slecht tot altijd slecht. ‘Kleine’ overtredingen, zoals iemand betasten, worden daarmee geëxcuseerd, zeker als de mannen achteraf spijt betonen. Good guys zijn de mannen die vrouwen beschermen, ook als dat betekent dat ze altijd om deze meisjes heen hangen (wat je kunt zien als stalking). Tegelijkertijd zeggen slachtoffers, zonder uitzondering meisjes, niet altijd wat ze bedoelen, waardoor volgens Ryalls het idee ontstaat dat meisjes en alleen meisjes gemengde signalen geven.

‘Goede’ representatie
Ryalls concludeert dat in deze series het zoeken van affirmative consent “the marker of honorable masculinity” wordt, van goede mannelijkheid.

“In so doing, they regressively rely on myths of rapists as repugnant and evil characters easily recognizable as the opposite of “good” guys. While progressively insisting that a girl need not say “no” in order to not be raped, both shows situate girls as not knowing what is best for them, and, in some cases, that taking a girl at her world puts her in danger. Thus, [13 Reasons Why and Sweet/Vicious] contribute to rape culture by situating rape as inevitable and elevating good guys, as opposed to structural change, as the saviors of girls” (p. 11).

Dat zijn pittige woorden, die direct de vraag oproepen hoe je dit dan wel ‘goed’ representeert. Populaire cultuur is zowel een afspiegeling van de werkelijkheid als normzettend voor die werkelijkheid. Die werkelijkheid is diffuus, wat zou vragen om veel verschillende verhalen over deze problematiek. Tegelijkertijd zorgt dat weer voor het onterechte beeld dat verkrachting alomtegenwoordig is en daders overal – wat ook weer een verkeerd beeld is.

We weten niet hoe kijkers betekenis geven aan deze series: welke boodschappen nemen ze over, welke wijzen af? Dit onderzoek wijst ons erop hoe voorzichtig we moeten zijn met verwachtingen van ‘goede’ representatie: betere representatie leidt niet automatisch tot een betere wereld, daarvoor is meer nodig.

Begrijpend lezen in alle vakken van het secundair onderwijs: een krachtig praktijkvoorbeeld

DUURZAAM ONDERWIJS

Wat hebben de volgende vragen gemeenschappelijk?

  • Hoe werkt Spotify achter de schermen?
  • Wat heeft ons alfabet met economie te maken?
  • Hebben we nog maar vier jaar te leven als de bij sterft?
  • Hoe win je de lotto?

Antwoord: het zijn allemaal vragen die door het Leonardo College van Denderleeuw (secundair onderwijs) werden gebruikt in een vakoverschrijdend project rond begrijpend lezen. Het opzet van de “leescarrousel” was vrij eenvoudig. De leerlingen van het derde jaar gaan tijdens 1 voormiddag naar vier themakamers: STEM, talen, cultuur en economie, geest en lichaam. In elke kamer krijgen ze een lijstje te zien met fascinerende weetvragen zoals hierboven. De leerlingen kiezen 1 vraag die zij interessant vinden en lezen er een informatieve tekst over waarin ze het antwoord op hun vraag kunnen vinden. Daarna bespreken ze hun bevindingen met andere leerlingen; ze worden ook ondersteund door de leerkracht. Na ongeveer 40 minuten trekken ze naar…

View original post 330 woorden meer

OESO lanceert nieuwe blik op de toekomst van onderwijs met ogenschijnlijke herkenbare thema’s maar met belangrijke aandachtspunten

Blockchain! Robots! AI! Zij gaan het onderwijs veranderen.

Mocht je nu geeuwen omdat dit al 10 jaar gezegd wordt, ik geef je geen ongelijk. Op het eerste gezicht klinkt het nieuwe rapport OECD Digital Education Outlook 2021 weinig – euh – vernieuwend.

Je krijgt zeker leuke video’s, maar de echte vernieuwing lees je onder de video’s, en die is misschien minder leuk maar des te belangrijker.

Want, de echte vernieuwing zit ook in de waarschuwingen die vaak ontbreken bij dergelijke rapporten en aanbevelingen:

  • Smart technologies are human-AI hybrid systems. Involving end users in their design, giving control to humans for important decisions, and negotiating their usage with society in a transparent way is key to making them both useful and socially acceptable.
  • Smart technologies support humans in many different ways without being perfect. Transparency about how accurate they are at measuring, diagnosing or acting is an important requirement. However, their limits should be compared to the limits of human beings performing similar tasks.
  • More evidence about effective pedagogical uses of smart technologies in and outside of the classroom as well as their uses for system management purposes should be funded without focusing on the technology exclusively. Criteria for this evidence to be produced quickly could also be developed.
  • The adoption of smart technologies relies on robust data protection and privacy regulation based on risk assessment but also ethical considerations where regulation does not exist. For example, there is mounting concern about the fairness of algorithms, which could be verified through “open algorithms” verified by third parties.
  • Smart technologies have a cost, and cost-benefit analysis should guide their adoption, acknowledging that their benefits go beyond pecuniary ones. In many cases, the identification of data patterns allows for better policy design and interventions that are more likely to improve equity or effectiveness. Policy makers should also encourage the development of technologies that are affordable and sustainable thanks to open standards and interoperability.

Deze video over ‘leren leren’ is een mooie aanvulling op de studieposters

De posters van The Learning Scientists die ik ooit vertaalde zijn nog steeds zeer populair. Deze video die ik vond via Larry Ferlazzo is een mooie aanvulling. Soms heb ik behoorlijk wat moeite met wat Edutopia publiceert, maar hier zie ik verschillende tips die effectief een meerwaarde kunnen betekenen. Het passeert snel, maar de belangrijkste tip voor leraren is dat je het beste werken aan meta-cognitie koppelt aan de eigenlijke inhoud die de leerlingen of studenten moeten studeren.