Wantrouw influencers die ook de negatieve aspecten van een product bespreken (Linda Duits)

Deze post verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

Influencers worden vaak gezien als de toekomst van reclame. Consumenten houden immers niet van reclame, en bedrijven doen er dus alles aan om hun reclame zo onherkenbaar mogelijk te maken. Er is bovendien nog maar weinig regelgeving voor vloggers en insta-celebs, wat hen een goudmijn maakt voor merken die hun producten willen laten aansmeren door mensen met veel volgers. Klik hier voor een lijstje met de meest succesvolle Nederlandse influencers.

Collega Suzanne de Bakker is gespecialiserd in contentmarketing en werd onlangs door Marketingtribune geïnterviewd over influencers. Op basis van onderzoek legt zij uit dat het niet alleen draait om de deskundigheid en de persona van de influencer. Juist de inhoud is belangrijk:

“Bij een eenzijdige boodschap worden alleen de positieve aspecten van een product benadrukt. Bij een tweezijdige boodschap worden zowel de negatieve als de positieve aspecten van het product besproken. Deze studie toont aan dat tweezijdige boodschappen leiden tot een hogere geloofwaardigheid van de influencer en hogere gedragsintentie van het publiek. Dit betekent dat een influencer als betrouwbaarder wordt gezien als deze niet alleen de positieve aspecten beschrijft maar ook zeker de negatieve en dat dit soort posts effectiever en persuasiever is dan posts die alleen maar positief zijn.”

Het draait dus om geloofwaardigheid en geloofwaardigheid kan geveinsd worden.

Wat beïnvloedt de taalontwikkeling van risicopeuters in de peuterklas?

Kleutergewijs

Blij dat ik eens iets over peuters mag schrijven, en dan nog over peuters die zich trager ontwikkelen en uit een lage SES-familie komen. Je hebt er waarschijnlijk ook in jouw peuterklas zitten. De aanleiding van dit blogbericht is een diepgaande studie van een speciaal klasje waarin dergelijke peuters extra gestimuleerd werden in hun ontwikkeling. Wanneer profiteerden deze peuters daar het meeste van?

Spitstechnologie om talige interactie in te schatten

Stel je voor. ’s Ochtends kregen alle peuters van de klas identiek hetzelfde T-shirtje aan. In enkele T-shirtjes zat een automatische taalmeter verborgen (de LENA). Gedurende een volledig schooljaar werd het taalgedrag van de peuters en hun leerkracht wekelijks in kaart gebracht met deze taalmeter, en uiteindelijk werd onderzocht hoe dit taalgedrag zich verhield tot de taalgroei van de peuters. Wat bleek uit deze studie?

Niet zozeer de hoeveelheid taalaanbod, maar wel het aantal gespreksbeurten beïnvloeden de taalontwikkeling

De peuters…

View original post 500 woorden meer

Nieuwe praktijkgids ‘Extra kansen voor laaggeletterde nieuwkomers’

Gisteren lanceerde de Universiteit Antwerpen een nieuwe praktijkgids voor kinderen in OKAN-klassen. Ik kreeg hierover de volgende mail:

Van maart tot juni 2018 liep aan de Universiteit Antwerpen het onderzoeksproject ‘Extra kansen voor laaggeletterde anderstalige jongeren’.
Doel van dit project was om op basis van een literatuurstudie een praktijkgids te ontwikkelen voor leerkrachten. 
Uit een analyse van het onthaalonderwijs voor anderstalige nieuwkomers in Vlaanderen bleek immers dat deze leerkrachten een dringende behoefte aan de nodige professionalisering hebben, in het bijzonder rond het onderwijs aan laaggeletterde adolescenten.
De praktijkgids is intussen klaar.
Op basis van de meest recente wetenschappelijke inzichten formuleert de gids aanbevelingen voor het leesonderwijs aan laaggeletterde jongeren in de Okan-/ISK-klas.
Wat werkt in het (lees)onderwijs aan deze doelgroep? En hoe vertaal je dat naar de klaspraktijk?
De aanbevelingen worden geïllustreerd door concrete werkvormen en herkenbare getuigenissen uit de klas.
Je kan de gids downloaden viawww.uantwerpen.be/extra-kansen.
In een latere fase vullen we de website nog aan met praktijkvoorbeelden en filmpjes.
Ik denk zelf dat veel leerkrachten hier voordeel kunnen uithalen. Ik word zelf blij van de aankondiging:

Deze gids formuleert drie onderzoeksgeïnformeerde aanbevelingen om laaggeletterde anderstalige jongeren te leren lezen in het Nederlands. Elke aanbeveling legt in heldere richtlijnen uit hoe de leerkracht deze theoretische principes kan vertalen naar de klaspraktijk.

Verder voorziet de gids voor elke aanbeveling een samenvatting van het wetenschappelijk bewijs, concrete werkvormen en lesideeën voor in de klas en kaders met achtergrondinformatie voor wie meer over een bepaald thema wil weten.

Uit de complexiteit van het leesproces volgt dat niet alle instructie om te leren lezen moet vertrekken vanuit geschreven tekst. Mondelinge processen zijn minstens zo belangrijk. Veel van de richtlijnen uit deze praktijkgids mogen dan ook niet in isolatie toegepast worden, maar worden best met elkaar en met andere praktijken verbonden.

Daarnaast is elke klascontext uniek en hebben laaggeletterde leerlingen elk hun eigen profiel. Een bepaalde opdracht kan in de ene groep perfect werken, maar kan in een andere groep veel minder succes oogsten.

Een kleine oefening met mooie impact in de klas

Telkens een onderzoek – of beter een persbericht over een onderzoek – grote resultaten belooft in onderwijs, is voorzichtigheid geboden. Dit is zeker het geval in tijden van de replicatiecrisis. Maar Larry Ferlazzo bericht over een geslaagde replicatie van een eenvoudige oefening met grote resultaten waarbij dus het vorige onderzoek bevestigd werd.

Waarover gaat het? Larry beschreef de oefening hier:

They had students write three-to-five times during one school year about their values.

The first two times, students were given this list of values:

athletic ability, being good at art, being smart or getting good grades, creativity, independence, living in the moment, membership in a social group (such as your community, racial group, or school club), music, politics, relationships with friends or family, religious values, and sense of humor.

The first time, they were asked to circle one; the second time,they were asked to circle the two or three on the list that were most important to them.

Next, they were asked to think about times when those two or three values (the first time, they just wrote about the one they circled) were most important to them, and then to write a few sentences about why they were important to them.

Finally, students were asked to write if they agreed or disagreed with these statements (there were six levels of agreement/disagreement that students could check):

“These values have influenced my life”
“In general, I try to live up to these values”
“These values are an important part of who I am.”

Een eenvoudige oefening, maar wat is het resultaat? Het vermindert de groei van de kloof tussen ethnische minderheden in de klas met 50%. Ik snap het als je de vorige zin nog eens opnieuw moet lezen. De kloof kan sowieso vaak vergroten in onderwijs tussen bepaalde groepen. Maar die kloof vergroot minder door deze oefening.

Elke keer ik lees dat intelligentie deterministisch is… (opgelet veel links)

…vraag ik me af waar die mensen de voorbije dertig jaar zaten.

Voor alle duidelijkheid:

Toch worden mensen die naar IQ of intelligentie verwijzen door sommigen steevast weggezet als deterministen of erger, lijkt IQ daarom voor velen per definitie taboe en dreigt erfelijkheidsonderzoek snel dezelfde weg op te gaan. Voorwaar een behoorlijk anti-wetenschappelijke houding, even onwetenschappelijk als stellen dat alles genetisch vastgelegd zou zijn of dat IQ allesbepalend zou zijn.

Of om het toch nog een pedagogenpost te maken: volledig pedagogisch optimisme (puur nurture of blank slate), noch volledig pedagogisch pessimisme (puur nature) zijn mijn inziens gerechtvaardigd. Pedagogisch rationeel optimisme dan maar?

Begeleiding bij blokkenspel mag meer aan bod komen

Het belang van vrij én gestructureerd spel, ook in de blokkenhoek!

Kleutergewijs

Dé klassieker onder de hoeken is ongetwijfeld de bouwhoek of blokkenhoek. Sommige peuters maken er zelfs een werkwoord van: “Ik ga blokkenhoeken.” ‘Blokkenhoekt’ u wel eens mee?

In vele gevallen is de blokkenhoek het uitgelezen terrein voor vrij spel. Een recente interventiestudie (Schmitt et al., 2018) wijst erop dat begeleid blokkenspel niet mag vergeten worden: het stimuleert de wiskundige vaardigheden en de executieve functies, in het bijzonder bij lage SES-kleuters.

Het onderzoek: begeleid blokkenspel stimuleert de wiskundige vaardigheden en de executieve functies

Het ging hier om een interventiestudie met drie- tot vijfjarigen van de interventiegroep kregen 14 begeleide sessies blokkenspel van telkens 15 à 20 minuten. In elke sessie kregen ze een bouwopdracht en deze opdrachten werden moeilijker naarmate de sessies vorderden: van de eenvoudige opdracht ‘bouw een toren’ tot het bouwen van een complexe structuur op basis van foto’s. De sessies resulteerden in positieve effecten voor de wiskundige…

View original post 756 woorden meer