Waarom ik op 2 december weinig sliep…

De dag stond al maanden in mijn agenda: maandag 2 december. 3 december: de officiële vrijgave van  PISA, maar al een paar keer landde het PISA rapport eerder op mijn bureablad. Of voor de volledigheid: landde het rapport twee keer op mijn bureaublad. Doet er even niet toe hoe dit gebeurt, maar dan begint het zenuwenwerk. Honderden pagina’s te lezen, want dat wil ik: alles gelezen hebben tegen de eigenlijke publicatie.

En met alles bedoel ik letterlijk alles. Ik herinner me dat ik bij PISA 2015 in een voetnoot een opmerking vond over mogelijke impact van de switch van papier naar digitale afname. Deze voetnoot zette me op een speurtocht naar meer. Deze verandering zou namelijk de vergelijkbaarheid in het gedrang brengen. Toen de minister mij hier in citeerde kreeg ze nog de wind van voor, maar maanden later gaf de OESO dit ook toe. Zoiets vind je enkel maar als je alles leest. Wil dit zeggen dat je daarmee alles vindt en alles correct begrijpt? Vergeet het. Gesprekken met collega-onderzoekers doen me vandaag nog vaak naar het rapport teruggrijpen en ik hou me zelf niet bezig met extra analyses te doen. En het is lezen, niet uit het hoofd leren. Ik apprecieer erg de reactie van iemand zoals professor Dirk Jacobs die niet wil reageren vooraleer hij zelf analyses heeft gedaan. Zover ga ik zelf dus niet.

Waarom schrijf ik dit? Het is de achtergrond achter deze tweet:

De ergernis in die tweet ging wel degelijk over verschillende wetenschappers die stukken schreven of meningen gaven over PISA die deden vermoeden dat ze hoogstens de samenvatting hadden gelezen. Ik vrees bij sommigen wel degelijk minder. Het gaat dan voor alle duidelijkheid niet over het oneens zijn met een mening, maar een ergernis over feitelijke fouten. Vergissingen zijn menselijk, en ik ben de laatste om een steen te werpen want op dat vlak zeker zelf niet zonder zonde. Maar als er meerdere vergissingen in hetzelfde stuk staan, dan is er iets anders aan de hand, zoals recent nog in een Nederlandse opinie over PISA. Het is onmogelijk voor een breed publiek om dit door te hebben. Het is de verantwoordelijkheid van de wetenschapper om hier zorgvuldig mee om te gaan.

Nieuw rapport van Kennisnet: Een ethisch perspectief op digitalisering in het onderwijs

Ben zelf al een tijdje lid van de Nederlandse Ethiek Adviesraad, een initiatief van Kennisnet en de PO-raad, waarbij nagedacht wordt over de ethische kant van digitalisering in onderwijs. Recent werd ook door Kennisnet een nieuw rapport/een nieuwe brochure uitgebracht rond dit thema.

De bijhorende perstekst van Kennisnet:

Het rapport is tot stand gekomen met hulp van wetenschappers, onderwijsexperts en onderwijsprofessionals. Uitgangspunt: hoe moeten scholen omgaan met ethische vraagstukken bij digitalisering? Denk aan vragen als:

  • Is het alleen maar handig dat leerlingen en studenten 24/7 hun cijfers kunnen checken of levert dat ook stress op?
  • Wat is de invloed van slimme volgsystemen op het persoonlijke contact tussen leraar en leerling?
  • Is het wenselijk dat smartwatches de hartslag en bloeddruk van leerlingen met een gedragsstoornis monitoren?

Let op de bijwerkingen

De voordelen van digitale technologie zijn talrijk: het maakt onderwijs in veel opzichten aantrekkelijker, makkelijker en efficiënter. Dankzij tablets en digiborden zijn veel lessen beeldend en interactief. Adaptief digitaal leermateriaal verlost leraren van routinematig nakijkwerk. Leerlingen en studenten raken gemotiveerder dankzij oneindig geduldige educatieve apps die zich aanpassen aan de individuele behoeftes van de gebruiker. Dankzij het vastleggen van leerlinggegevens kunnen scholen het leerproces beter sturen. En duur hoeft het allemaal niet te zijn: grote techbedrijven bieden hun digitale diensten deels gratis aan voor het onderwijs. Maar technologie heeft ook bijwerkingen, en die worden steeds meer gevoeld.

3 grote ontwikkelingen

In het rapport worden 3 ontwikkelingen uitgelicht die belangrijke onderwijswaarden beïnvloeden, met bijwerkingen:

  1. De verschuivende verhouding tussen mens en machine

Digitale technologie (de machine) maakt persoonlijk onderwijs mogelijk en verrijkt het didactisch repertoire van de leraar, maar kan ook zijn autonomie verkleinen. Deze ontwikkeling raakt aan waarden als betekenisvol contact en de professionele autonomie van de leraar.

2.     Gelijk en ongelijk: digitale kansen

Digitale technologie vergroot de mogelijkheden voor kwetsbare en minder kansrijke leerlingen en studenten om mee te doen, maar kan ook leerlingen uitsluiten. Bijvoorbeeld als bepaalde leerlingen en studenten minder profiteren van adaptieve materialen. Deze ontwikkeling raakt aan waarden als gelijke kansen en inclusiviteit.

3.  Big tech, big data en het vrije onderwijs

Bedrijven als Apple, Google en Microsoft zorgen voor bevrijdend gemak, maar ook voor toenemende afhankelijkheid. Daarnaast wordt er steeds meer data over leerlingen en studenten verzameld door bedrijven en onderwijsinstellingen. Deze ontwikkeling raakt aan waarden als vrije ruimte, vrijheid om te oefenen en te falen en benaderd worden met een open blik.

Sturen of gestuurd worden

Remco Pijpers, strategisch adviseur van Kennisnet en een van de auteurs van het rapport: “Het is logisch dat scholen onderzoeken hoe technologie kan helpen het onderwijs te verbeteren en problemen het hoofd te bieden. Maar er is een kanttekening: hoe meer we digitalisering instrumenteel inzetten – zonder oog voor ethiek – hoe groter de kans dat er op een ander niveau een prijs moet worden betaald.”

Pijpers benadrukt dat onderwijstechnologie ook sturend werkt. Daarom is het van groot belang dat onderwijsprofessionals zichzelf en elkaar ethische vragen stellen. Uit het rapport: “Digitalisering zou minder vanuit ict en meer vanuit waarden moeten worden gestuurd. Voor de bestuurder, schoolleider, ict-coördinator en leraar zou ethiek een onmisbaar onderdeel moeten zijn in het professionele redeneren over ict.”

Aanbevelingen

Om het gebruik van technologie in het onderwijs in goede banen te leiden, raadt Kennisnet aan op alle niveaus in de school aandacht te besteden aan een ethisch perspectief: van bestuurder tot leraar. Tegelijkertijd erkent het rapport de uitdaging voor de individuele school die grote tech-bedrijven tegenover zich vindt. Daarom benadrukt Kennisnet de noodzaak voor scholen om zich te verenigen en zich stevig te positioneren.

Lectuur op zaterdag: het mooiste dat ik las deze week (en teksten over niks, superherkenners en meer)

De weekendbijlage bij deze blog:

Ten slotte: ik producete een nieuwe single van Augustijn samen met Koen Dewulf, deel gerust indien het je bevalt:

Het Streisand effect in het onderwijs

Toen Barbra Streisand wou voorkomen dat een foto van haar huis gepubliceerd werd, had dit tot gevolg dat veel media schreven over deze zaak en daarbij… de gewraakte foto van haar huis publiceerden.

Volgens Wikipedia leverde dat het streisandeffect op:

Het streisandeffect is het verschijnsel dat pogingen van een persoon of instantie om informatie te verbergen of te verwijderen juist de aandacht op die informatie vestigen.

Gisteren heeft een school in Nederland dit effect aan de lijve ondervonden. Vorig jaar schreef een van de docenten een sleutelroman over de invoering van gepersonaliseerd onderwijs binnen haar instelling. Die docente werd nu daarom geschorst. Dit leverde een artikel in de Gelderlander op en tweets… veel tweets.

De eerste die ik zelf zag was direct van Dirk Van Damme:

 

Het werd ondertussen een echte sneeuwbal die komende week zal culmineren in parlementaire vragen:

Los van de zaak, die in feite zeker deels rond privacy zou draaien, zit de school nu in een storm die ze echt niet wil waarbij andere media het verhaal overnemen.

Wat willen we nu met ons onderwijs?

Enkele eenvoudige feiten: er zijn 24 uren in een dag en een deel daarvan moet je echt wel slapen. Meer nog, kinderen moeten genoeg slapen voor hun gezondheid en hun ontwikkeling. De Vlaamse kinderen hebben bovengemiddeld veel uren les in vergelijking met andere OESO-landen, voor iedereen (nog) meer is wellicht echt geen optie.

Ik begin hierover omwille van twee types van onderwijsartikels in de media. Aan de ene kant lees je berichten over de achteruitgang, zoals recent begrijpend lezen, wiskunde, Frans,… Aan de andere kant zijn er de nodige pleidooien voor extra taken voor het onderwijs. Ik hield het ooit bij, dit is een greep uit de pleidooien:

  • Lessen borstvoeding
  • Lessen over privacy
  • Mediteren
  • Programmeren
  • Financiële geletterdheid

Het is zeker niet zo dat meer uren les noodzakelijk tot meer leren leidt, maar het omgekeerde is nog minder waar: als je minder uren aan lezen besteedt, dan is de kans klein dat begrijpend lezen zal verbeteren. Als je ziet dat het aantal uren dat in Vlaanderen hieraan besteed wordt op tien jaar tijd quasi halveerde, moet je niet verbaasd zijn dat onze kinderen op dit vlak sterk achteruit gaan, idem met het aantal uren wiskunde in de meer uitdagende richtingen. Tijd is zeker niet de enige factor die de huidige achteruitgang kan verklaren, maar speelt volgens mij wel degelijk een rol.

Het opstellen van onderwijscurricula gaat altijd over keuzes maken. Je kan kinderen niet eeuwig in de schoolbanken laten zitten, noch kan je verwachten dat de universiteit een verlengd leerplichtonderwijs wordt waarbij basisvaardigheden aangeleerd worden. Dit zou oneerlijk zijn tegenover de kinderen die niet naar het hoger onderwijs gaan.

Meer en meer zien we dat de basisvaardigheden van onze jongeren onder druk komen te staan. We mogen het als samenleving niet pikken dat bijna 1 op 5 vijftienjarigen laaggeletterd zijn (voor de Nederlandse lezers: bijna 1 op 4). De kans dat ze dit nog inhalen is spijtig genoeg wellicht klein. Ik heb me zelf nog niet vaak uitgesproken over wat al dat niet in de eindtermen moet komen, maar ik denk dat het hoog tijd is voor een kerntakendebat in ons onderwijs. Wat moet op de eerste plaats komen? Wat zijn die basisvaardigheden die onze kinderen nodig hebben?

Laten we die basis in orde brengen en daarna zien waarvoor er nog ruimte is. De kans is trouwens reëel dat als bijvoorbeeld begrijpend lezen, maar ook luister- en schrijfvaardigheden meer aandacht krijgen, de andere inhouden makkelijker en misschien zelfs sneller verwerkt zullen worden.

Over agenda’s

Er zijn verschillende manieren om een agenda door te drukken. Een van deze lijkt heel erg op het werk dat Paul, Casper en ikzelf doen. De voorbije jaren zagen we hoe mensen iets een mythe beginnen noemen om iets dat hen niet bevalt in diskrediet te brengen. Toch verschilt dit essentieel van wat wij willen doen.

Bij de voorstelling van ons tweede mytheboek heb ik behoorlijk luid en duidelijk gemaakt dat er voorlopig geen derde komt van ons hand wegens te slopend. Maar dat wil niet zeggen dat Paul, Casper en ikzelf stil zitten of ons kritische zin in de kast stoppen. Casper werkt zo samen met Christian Bokhove aan een kritische analyse van de cognitive load theory.

Dit zou sommige mensen die in kampen denken kunnen verbazen, maar onze houding is kritisch zijn tav alles, ook de dingen waar je zou kunnen van vermoeden dat we er in geloven. We zijn wetenschappers, als we al in iets geloven is het de kritische zin van wetenschap. Dat mensen die ons werk eerder bejubelden omdat we iets aanvielen waar zij niet achter stonden, nu kwaad zijn, neem je dan voor lief. Vorige week kreeg ik zo ook enkele vragen waarom ik een blog over positief onderzoek over leerstijlen deelde. Als dit zo is, mag ik dat niet negeren, maar de gedeelde post van Jeroen Janssen wees ook op terechte beperkingen van het onderzoek die even belangrijk waren om te delen.

Een andere techniek om agenda’s door te duwen die ik al een tijdje zie opduiken is deze van ‘ik stel enkel maar vragen’. Vragen stellen is essentieel, maar het wordt onwetenschappelijk als je het doet omdat je een bepaald antwoord wil horen. Dan is het een eeuwenoude retorische truc. Het gaat nog meer fout als je op die manier een foute dichotomie naar voor schuift. Je laat dan mensen kiezen tussen ogenschijnlijk twee uitersten zoals bijvoorbeeld tucht of geluk. Maar dit zijn niet noodzakelijk tegenstellingen, integendeel: beide kunnen samen voorkomen. Let wel: ik schreef kunnen, niet per definitie, want anders zou ik even krom redeneren.

Een gezonde reactie – volgens mij – is dan vragen wat de agenda van de persoon is. Zelf wil ik daar graag zeer duidelijk over zijn. Ik wil zelf liefst goed onderwijs voor iedereen, arm en rijk en zie daarbij mijn bijdrage – naast het vormen van leraren – het mogelijk maken van evidence-informed werken. Verder is mijn houding tav pedagogiek, cognitieve psychologie en onderwijskunde eerder zo dat ik die niet zie als tegenstanders van elkaar, maar net takken van de wetenschap die elkaar versterken. Dit vertaalt zich in alles wat ik doe, mijn boeken maar ook in mijn onderzoek en werk dat ik al dan niet wil doen. Is dit de enige goede keuze? Zeer zeker niet, gewoon de mijne.

Een onderwijsvernieuwing die wel werkt?

Een interessante aanpak van de school, waarbij het soms moeilijk te onderscheiden is wat de reden kan zijn waarom het werkt. Het nieuwe kan spelen, maar in de tekst staat iets waar je misschien zal overlezen: de bijna algemeenheid waarmee het team het project omarmt. Vanuit collective teacher efficacy bekeken, is dit wellicht een van de belangrijkste factoren.
Merkte dat gisteren deze post al uiteenlopende reacties uitlokte. Ben benieuwd naar de verdere posts.

De overstap naar evidence-informed lesgeven in het VO

Welkom op mijn eerste blogje. Ik ben me ervan bewust dat er heel veel goede onderwijsblogs zijn en ik geloof nooit dat ik aan de knieën zal komen van die mooie blogs van bv. Pedro de Bruyckere, Paul Kirschner, Martin Ringenaldus, Tom Sherrington, Martin Bootsma, Bertus Meijer en vele anderen (excuus als jouw naam er niet tussen staat, het betekent niet dat ik je blog niet lees).

Het doel van deze blog is vooral zoveel mogelijk mensen meenemen in onze onderwijsvernieuwing en informeren over hoe je evidence-informed kunt werken in het VO én wat de gevolgen daarvan zijn in de praktijk.

Ik werk op een mavo school met ongeveer 650 leerlingen. Zoals zovele scholen in onze regio, moest onze school ook “vernieuwen”. In onze regio is er een krimp, desondanks blijven onze leerlingaantallen heel stabiel en zijn de resultaten goed. Onze school heeft een zeer goede naam in de regio…

View original post 1.371 woorden meer