Vandaag krijgt Paul Sackett, professor aan de universiteit van Minnesota, een eredoctoraat aan de universiteit van Gent. Gisteren gaf hij een lezing voor de Gentse vereniging voor alumni van de opleiding psychologie (GAP) over een onderwijsonderwerp dat behoorlijk actueel is: toegang tot het hoger onderwijs.
De man situeert zichzelf duidelijk in de Evidence Based stroming, en maakte dit in het begin van zijn lezing zeer duidelijk door een onderscheid te maken tussen beleidsdiscussies en eerder technische keuzes. Als je al dan niet de toegang helemaal openzet voor het hoger onderwijs of als je eerder rekening houdt met de resultaten van het secundair onderwijs of een ingangsexamen doet, dit zijn beleidskeuzes. Ook of je begint met een algemene richting waarin je nog veel van opleidingsthema kan wisselen is een beleidskeuze. Hij stelde wel vast dat 60 procent van de studenten in de VS in de eerste 3 jaar van hun universiteitsleven van ‘major’ veranderen.
Onderzoek kan enkel maar bekijken of bijvoorbeeld een algemeen toegangsexamen een betere voorspeller is dan een specifiek toegangsexamen. Of als punten in het secundair onderwijs betere voorspellers zijn dan toegangsexamens.
Hij baseert zich in zijn uitspraken het liefst op meta-onderzoeken (cfr Evidence Based Education) en behandelde een reeks mythes. Ik pik enkele van de opvallendste elementen uit zijn lezing. Ik hoop trouwens dat zijn presentatie nog online komt.
Eerst en vooral: hoe de toegang tot de universiteiten geregeld wordt is zeer verschillende naargelang de landen en de regio’s. China kent bijvoorbeeld specifieke, vakgerelateerde toegangsproeven, de VS kent algemene proeven, je hebt ook landen waar de toegang vrij is. Verder zijn er veel mengvormen (bijvoorbeeld in Vlaanderen is de toegang vrij, behalve bijvoorbeeld voor de opleiding geneeskunde die een vrij specifieke test kent).
Eerste belangrijke vaststelling: als er een test gebruikt wordt voor de toegang tot het hoger onderwijs, is deze meestal cognitief gericht. Hij kende slechts een paar voorbeelden waarbij ruimer dan kennis en inzicht gekeken werd.
Zijn het goede voorspellers? De correlatie tussen studieresultaten en de ingangstest bedraagt .35. Dit is op het eerste gezicht niet zo veel, maar Sackett bracht 2 belangrijke nuances aan. Deze correlatie hoort bij studenten die effectief toegelaten worden. Als je kijkt naar de jongeren die op basis van de test niet mogen deelnemen aan het hoger onderwijs, dan is er een correlatie van .55.
Een tweede nuance: deze correlatie is trouwens hoger naarmate de score op de test hoger is.
Als je kijkt naar de voorspellende waarde van de schoolresultaten in het secundair onderwijs, dan merken we dat deze een iets betere voorspeller zijn van succes in het hoger onderwijs. Een combinatie van beide is een nog betere voorspeller.
De mythe dat boven een bepaald niveau de test geen voorspellende waarde is, die onder door Malcolm Gladwell gesteld wordt, is fout. Hoe beter de resultaten op bijvoorbeeld de Amerikaanse SAT-toegangstest, hoe beter de resultaten door de band aan de universiteit, hoe meer kans op een later PhD, enz.
Specifieke toegangstesten scoren iets beter qua voorspellers.
Als we kijken naar later loon en hoe ingangstesten dit kunnen voorspellen, dan is dit vaak zeer moeilijk te onderzoeken. Als iemand met zeer fijne resultaten kiest om daarna in het onderwijs te gaan, en iemand met mindere resultaten bijvoorbeeld eerder naar een economische job verhuist, dan zijn de verschillen groot. Als men echter binnen een beroepsgroep kijkt, dan lijken ook hier de lonen gerelateerd te zijn aan de resultaten op de toegangstest.
Verder is het zo dat het een mythe blijkt dat een toegangstest vooral de resultaten van het eerste jaar voorspelt. De correlatie blijft.
Nog 2 interessante mythes: je kan je (duur) laten voorbereiden op de SAT-test? Ontnuchterend blijkt dat de invloed van je laten coachen voor deze test slechts een zeer beperkt effect heeft.
Over de invloed van de socio-economische status ligt het allemaal iets genuanceerder. Er zijn verschillen naargelang de SES van de student, maar het is vooral triest dat studenten met een lage SES, maar die toch hoog scoren op de algemene toegangstesten, meestal niet aan de betere Amerikaanse universiteiten studeren.
Deze lezing gaf het gevoel dat Sackett pro toegangstesten is. Toch herhaalde hij op het einde van zijn lezing dat dit beleidskeuzes zijn.