Misschien herinner je je nog een post van een tijdje geleden rond een onderzoek waarbij kinderen werden betaald om beter te presteren op school.
De kinderen bleken het beter te doen, maar je blijft met het gevoel achter of dit wel een goed idee is.
Daniel Willingham gaat op die vraag in, en zegt nee, geen goed idee:
“The problem is one of attribution. When we observe other people act, we speculate on their motives. If I see two people gardening—one paid and the other unpaid—I’m likely to assume that one gardens because he’s paid and the other because he enjoys gardening.
It turns out that we make these attributions about our own behavior as well. If my child tries her hardest on a test she’s likely to think ‘I’m the kind of kid who always does her best, even on tasks she don’t care for.’ If you pay her for her performance she’ll think ‘I’m the kind of kid who tries hard when she’s paid.’
This research [on the effect of extrinsic rewards on motivation] began in the 1970′s and has held up very well. Kids work harder for rewards. . . until the rewards stop. Then they engage in the task even less than they did before the rewards started.”
Een man had 2 luidruchtige buurmeisjes. Ze sprongen graag op hun trampoline. De arme man werd horendol van het gekir en gespring. Hij boog zich over de haag en bood ze een snoepje aan omdat ze zo flink sprongen. De dag erna herhaalde zich de feiten en de meisjes waren opgetogen. Ze trokken hun stoute schoenen aan vroegen of ze een ijsje konden krijgen als ze nog harder sprongen. De man vond dat goed. De volgende dag sprongen de meisjes zich de ziel uit het lijf en kregen het ijsje. De volgende dag keek de buurman toe en de meisjes sprongen als nooit tevoren. Toen ze halsreikend uitkeken naar de buurman en zijn beloning gaf hij weer een gewoon snoepje. De volgende dag huppelden ze nog wel even op de trampoline, maar toen ze er niets voor kregen borgen ze ontgoocheld hun trampoline op en hebben nooit meer gesprongen als toen.