Hoe maak ik een lezing? Deel 2: inoefenen, spontane opmerkingen en overgangen

Gisteren besprak ik de drie stappen die ik zet bij het maken van een compleet nieuwe lezing.

Wat ik vandaag in deel 2 beschrijf zou je een vierde stap kunnen noemen, maar staat voor me persoonlijk apart. Ik maak meestal mijn presentaties een tweetal weken op voorhand. Zeker bij helemaal nieuwe verhalen, volgt een periode waarin ik de lezing heel vaak in mijn hoofd overloop. Ik heb het geluk dat ik mijn presentatie niet per se hoef te zien of bij me te hebben om dit te doen, dus het kan als ik sta te wachten aan de kassa, als ik door de stad wandel naar school, enzovoort.

Bij het overlopen van mijn lezing in mijn hoofd let ik specifiek op 2 zaken: spontane opmerkingen en overgangen.

  • Spontane opmerkingen. Als ik studenten heb die een van mijn lessen moeten komen observeren, vraag ik hen steeds om 2 parallellessen bij te wonen. Na de eerste les krijg ik dan vaak opmerkingen dat alles zo spontaan en vlot verloopt, maar ik weet wel beter daarom net dat ze dezelfde les nog een keertje moeten zien. Ze schrikken dan namelijk dat de tweede les voor 95% exact het zelfde verloopt. Hoe komt dit?
    Het is het gevolg van een heel persoonlijk probleem dat ik moet tackelen. Veel te lang geleden volgde ik een cursus waarbij een pedagoog me er op wees dat ik snel en vrij associatief nadenk waardoor ik vaak letterlijk te veel vertel waardoor de essentie voor het publiek dreigt verloren te gaan. Hij beschreef dat ik nood had aan een harnas als ik les geef waar ik me strak aan hou.
    Tegelijk wil ik mezelf zijn als ik op een podium sta. Terwijl ik de lezing in mijn hoofd overloop let  ik steeds weer op welke spontane opmerkingen/grapjes/toevoegingen in me opkomen. Naar het einde toe bekijk ik welke van deze spontane invallen al dan niet bruikbaar zijn omdat ze een meerwaarde betekenen of afleiden. De opmerkingen, grapjes, enz. die ik dus op een podium maak, zijn ook de opmerkingen die ik spontaan zou maken, maar tegelijk zit er een selectieprocedure achter. Improviseer ik dan nooit? Zeker, ik noem het zelf in jazz-modus gaan. Dit gebeurt bij onverwachte gebeurtenissen en zeker in vragenrondes.
  • Overgangen. Een tweede zaak waar ik op let bij het (mentaal) overlopen van mijn presentaties zijn de overgangen tussen de verschillende scenes van mijn lezing. Ik leerde vanuit mijn lerarenopleiding lang geleden en de jaren dat ik al les geef dat overgangen vaak het moment zijn dat je een publiek kan verliezen.
    Vragen die ik hierbij bekijk:

    • Vloeit alles logisch in elkaar over?
    • Is er genoeg voorkennis om alles te begrijpen?
    • Moet ik te vaak vooruit verwijzen? Enkel als ik een cliffhanger kan smokkelen in mijn lezing, vermijd ik vooruitverwijzingen.

Vaak verander ik mijn presentatie nog de avond voor de eigenlijke lezing en dan zijn het net vaak die overgangen (en dus indirect ook soms de structuur) die veranderen, los van het toevoegen van actualiteit.

Morgen deel 3!

4 gedachten over “Hoe maak ik een lezing? Deel 2: inoefenen, spontane opmerkingen en overgangen

  1. Pingback: Hoe maak ik een lezing, deel 3: wees concreet | X, Y of Einstein?

  2. Pingback: Hoe maak ik een lezing, deel 4: wat is het verschil met les geven? | X, Y of Einstein?

  3. Pingback: Hoe maak ik een lezing, slot: technisch gesproken | X, Y of Einstein?

  4. Pingback: Al mijn spreken-voor-publiek-tips op een rijtje | X, Y of Einstein?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.