Opvallend: er zou een link zijn tussen een beter werkgeheugen en als kind op je vingers tellen

Via BPS Digest vond ik deze nieuwe Zwitserse studie waarvan de uitslag anders was dan ik eerst verwachtte.

De onderzoekers deden onderzoek bij 84 zes-jarigen uit 6 scholen die het tellen op de vinger niet stimuleren maar ook niet verbieden (wat soms ook op scholen kan gebeuren). Op deze manier hoopten de onderzoekers spontaan vinger-tellen te kunnen waarnemen.

Van alle deelnemende kinderen werd het werkgeheugen gemeten via de backward digit span taak, waarbij ze een rij getallen moeten herhalen in omgekeerde volgorde. Meer correct herhaalde getallen wijst op een beter werkgeheugen.

Tijdens de sommen die de kinderen vervolgens kregen, werden de kinderen ook discreet gefilmd om het vingertellen in beeld te brengen.

Van de 84 kinderen, deden 52 aan vingertellen en er was een duidelijke correlatie met betere rekenprestaties, maar… er was ook een duidelijke link tussen vingertellen en een groter werkgeheugen.

Dat laatste lijkt verbazend, omdat je zou denken dat deze kinderen net hun vingers wellicht minder nodig zouden hebben.

De onderzoekers vermoeden nu dat de kinderen met een slechter werkend werkgeheugen het vingertellen zelf nog niet ontdekten. En tussen de kinderen die wel vingertelden met een beter en een slechter werkgeheugen was er ook een duidelijk verschil: de vingertellers met een beter werkgeheugen gebruikten een veel efficiëntere manier om met de vingers te tellen dan de kinderen met een slechter werkgeheugen.

De onderzoekers stellen nu dat het wellicht een idee kan zijn om kinderen op jonge leeftijd in eerste instantie wel effectief te leren tellen met hun vingers. Niet zozeer om zo hun werkgeheugen te vergroten, maar wel om beter rekenproblemen te overwinnen.

Abstract van het onderzoek:

In this study, we show that 6-year-old children with high working memory capacity are more likely to use their fingers in an addition task than children with lower capacity. Moreover and as attested by a strong correlation between finger counting and accuracy in the arithmetic task, finger counting appears to be a very efficient strategy. Therefore, discovering the finger counting strategy seems to require a large amount of working memory resources, which could lack in low-span children. Furthermore, when children with low working memory capacities use their fingers to solve addition problems, they more often use the laborious counting-all strategy than children with higher capacities who use more elaborated procedures such as the Min strategy. Consequently, we suggest that explicit teaching of finger counting during the first years of schooling should be promoted because it could help less gifted children to overcome their difficulties in arithmetic.

Een gedachte over “Opvallend: er zou een link zijn tussen een beter werkgeheugen en als kind op je vingers tellen

  1. Na een vluchtige blik op het artikel zelf, heb ik de indruk dat de statistische analyses een beetje eigenaardig zijn. Bijvoorbeeld “correlational analysis between working memory
    scores using the digit span backward and finger use in the addition task revealed that these two variables were positively related (r = .33, p = .002)”. Men verwijst daar naar Figuur 1 maar het is me allesbehalve duidelijk tussen welke variabelen men nu eigenlijk een correlatieanalyse deed, en of men daar wel zo’n besluiten mag uit trekken…
    Zelf zou ik niet het advies durven te geven om te leren op de vingers te tellen op basis van dit onderzoek. Ik hoop dat iemand met meer verstand van zo’n analyses dan ik er even naar kijkt…

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s