Persbericht en rapport KBS over kinderarmoede in België

Een belangrijk nieuw rapport over kinderarmoede waarvan je hier het samenvattende persbericht leest:

Om kinderarmoede te meten, kan men kijken naar het inkomen van het gezin waarin ze geboren worden en opgroeien. Maar wat betekent dat in het dagelijkse leven van die kinderen? Om het beeld scherper te stellen ontwikkelden onderzoekers op Europees niveau een aanvullende indicator, die de specifieke deprivatie bij kinderen meet. De Koning Boudewijnstichting publiceert vandaag een studie waarin Frank Vandenbroucke (Universiteit van Amsterdam) en Anne-Catherine Guio (Luxembourg Institute of Socio-Economic Research) de deprivatie bij kinderen in België (globaal en per regio) vergelijken met andere Europese landen. Ze formuleren ook aanbevelingen voor een ambitieus beleid tegen kinderarmoede.

NOOT: dit persbericht verwijst naar drie grafieken die u gratis kan downloaden via het Infogram-programma.

De Koning Boudewijnstichting levert al jaren mee strijd tegen kinderarmoede, een gesel die deze kinderen ervan weerhoudt om in waardigheid te leven en echt deel uit te maken van de samenleving. Om sleutelactoren blijvend te mobiliseren, ondersteunt de Stichting de publicatie van een nieuwe studie, die een andere kijk geeft op de cijfers over kinderarmoede.

17 criteria

De indicator van deprivatie die op Europees niveau werd uitgewerkt, benadert het dichtst de echte leefomstandigheden van kinderen. Hij is gebaseerd op de toegang tot 17 essentiële zaken: eet het kind dagelijks fruit en groenten? Is de woning voldoende verwarmd? Kan het kind deelnemen aan uitstappen en schoolfeesten? Komen er soms thuis vriendjes over de vloer? Kan het kind minstens één week per jaar op vakantie?… Een kind wordt beschouwd als gedepriveerd als minstens drie van de 17 elementen ontbreken in zijn leven.

Vergelijkingen

In België bedraagt het aantal gedepriveerde kinderen ongeveer 15%. Dat cijfer is vergelijkbaar met dat van Frankrijk, maar het ligt hoger dan dat van de andere buurlanden. Deprivatie is in ons land ernstiger: als we een hogere drempel nemen (bijvoorbeeld vier of vijf criteria), wordt de kloof met onze buurlanden (Duitsland, Nederland, Luxemburg) nog groter – Zie grafiek 1.

Het Belgische gemiddelde verbergt bovendien grote regionale verschillen: het aantal kinderen dat tot minstens 3 zaken geen toegang heeft, bedraagt 29% in Brussel, 22% in Wallonië en 8% in Vlaanderen. – Zie Grafiek 2. In een Europese vergelijking positioneert Vlaanderen zich in de groep van de best presterende landen, met een laag percentage gedepriveerde kinderen (zoals in Scandinavische landen), Wallonië neemt een middenpositie in (vergelijkbaar met Kroatië, Malta, Polen en het Verenigd Koninkrijk), terwijl het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest kampt met zeer ernstige vormen van deprivatie bij kinderen(vergelijkbaar met Spanje, Italië of Litouwen).

Risicofactoren

Verschillende factoren verklaren deprivatie bij kinderen: het gezinsinkomen, opgroeien in een huishouden waar (bijna) niet gewerkt wordt, het opleidingsniveau van de ouders, opgroeien in een eenoudergezin, schulden en woonkostenhuurder zijn of chronische gezondheidsproblemen.

België en zijn drie regio’s zijn overigens de uitzondering in de Europese Unie wat betreft het hoge percentage gedepriveerde kinderen die opgroeien in een huishouden waar niet gewerkt wordt – Zie grafiek 3. Dit kan verklaard worden door het feit dat de meeste vervangingsinkomens (zoals de minimum werkloosheidsuitkering of het leefloon) niet volstaan om begunstigden boven de armoededrempel uit te tillen.

Aanbevelingen

De aanbevelingen in dit rapport zijn uitgewerkt in samenwerking met een comité van experten in dit vakgebied. Ze tonen aan dat geen enkele speler, geen enkel bevoegdheidsniveau in zijn eentje kinderarmoede kan aanpakken. De situatie van deze kinderen kan alleen fors verbeteren met een globale, ambitieuze en gecoördineerde aanpak, die alle bevoegdheidsniveaus betrekt, ook de lokale besturen – een niveau dat cruciaal is om kinderen met een risico op een leven in armoede, te bereiken.

Concreet moeten verschillende beleidslijnen gecombineerd worden om gunstige effecten te bereiken: vroege kindertijd, werk, huisvesting, gezondheid, onderwijs… Er moeten nieuwe sociale en fiscale hervormingen komen om het netto-inkomen van geïsoleerde en laagopgeleide ouders te verhogen, zonder de koopkracht van werkloze gezinnen aan te tasten. Deze hervormingen moeten gepaard gaan met een uitgebreider aanbod van betaalbare en kwaliteitsvolle kinderopvang. Op het vlak van huisvesting moeten er meer sociale woningen komen; sociale verhuurkantoren moeten meer ondersteund worden op de private huurmarkt.

Samengevat: een ambitieus plan voor de strijd tegen deprivatie bij kinderen, waarvan de volgende regeringen (op federaal, gewest- en gemeenschapsniveau) een prioriteit moeten maken.

Een gedachte over “Persbericht en rapport KBS over kinderarmoede in België

  1. Sommige kinderen hebben geen toegang toet bepaalde dingen omdat ze sociale problemen ervaren (bv gepest worden, dus geen vriendjes over de vloer) , waardoor gepeste kindjes sneller aan hun drie criteria komen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.