Zijn leraren nog tevreden met hun job? Een verrassende blik op 16 jaar TALIS-data

Wie de berichtgeving over onderwijs de voorbije jaren, maanden en weken heeft gevolgd, zou gemakkelijk kunnen denken van niet. Het lijstje redenen om te klagen is behoorlijk lang. Denk maar aan het lerarentekort, de toenemende werkdruk, de administratieve lasten, moeilijke vacatures, zorgen over het imago van het beroep, en enkele jaren geleden de impact van corona… Niets nieuws in deze blog tot nu toe, maar… Tegen een dergelijke achtergrond zou je verwachten dat de arbeidstevredenheid van leraren de voorbije jaren een flinke duik zou hebben genomen.  Een nieuwe studie in Teaching and Teacher Education van Jelena Veletic en collega’s onderzocht precies die vraag met gegevens uit vier rondes van TALIS, de internationale bevraging van leraren en schoolleiders. Samen gaat het om gegevens uit 49 onderwijssystemen tussen 2008 en 2024. De resultaten zijn op zijn minst opmerkelijk (en ja, dat is een cliffhanger)

Internationaal gezien steeg de gemiddelde arbeidstevredenheid van leraren licht tussen 2008 en 2013 en bleef daarna opvallend stabiel. Ook na COVID-19 zien de onderzoekers geen algemene internationale daling. Dat betekent niet dat elk land hetzelfde patroon vertoont. Landen zoals Noorwegen en Japan laten bijvoorbeeld wel een dalende trend zien. Maar het bredere internationale beeld is er niet een van een voortdurende achteruitgang.

Dat is interessant omdat het ingaat tegen een vaak impliciete aanname. Veel problemen waarmee het onderwijs vandaag geconfronteerd wordt, zijn reëel. Toch lijken die zich niet automatisch te vertalen in een algemene daling van de arbeidstevredenheid van leraren.

De onderzoekers probeerden ook te achterhalen welke veranderingen binnen scholen samenhangen met veranderingen in tevredenheid. Daarbij kwamen verschillende factoren naar voren. Meer pesten en meer personeelstekorten gingen samen met een lagere tevredenheid. Meer gedeelde besluitvorming en betere relaties tussen leraren en leerlingen gingen samen met een hogere tevredenheid. Wanneer alle factoren tegelijk werden bekeken, bleef vooral één factor overeind: de kwaliteit van de relaties tussen leraren en leerlingen.

Dat is misschien minder verrassend dan het op het eerste gezicht lijkt. Onderwijs is uiteindelijk een relationeel beroep. Natuurlijk spelen loon, werkdruk, beleid en organisatie een rol. Maar voor veel leraren zit de betekenis van hun werk nog steeds in de dagelijkse interacties met leerlingen. De auteurs verwijzen daarbij naar onderzoek dat laat zien dat leraren, net als leerlingen, behoefte hebben aan positieve relaties en verbondenheid.

Tegelijk zijn er enkele belangrijke nuances. De eerste is dat de studie niet peilt naar werkdruk, stress of welzijn, maar naar algemene arbeidstevredenheid. Dat zijn verwante maar verschillende zaken. Je kunt tevreden zijn met je beroep en tegelijk vinden dat de omstandigheden moeilijker zijn geworden.

De tweede nuance is volgens mij wellicht nog belangrijker. TALIS bevraagt alleen leraren die nog in het beroep actief zijn. Wie het onderwijs heeft verlaten, zit niet meer in de steekproef. De auteurs wijzen daar zelf ook op. De stabiele tevredenheid van actieve leraren betekent dus niet automatisch dat er geen uitstroomprobleem bestaat!

Maar dat betekent ook niet dat we het onderzoek moeten wegrelativeren. Deze studie toont niet aan dat alles goed gaat in het onderwijs. Ze toont evenmin aan dat er geen lerarentekorten zijn of dat werkdruk geen probleem vormt. Wat ze wel laat zien, is dat het vaak gehoorde idee van een algemene en voortdurende instorting van de arbeidstevredenheid van leraren weinig steun vindt in deze internationale gegevens.

Geef een reactie