De grenzen van vrijheid van onderwijs

Verwacht geen traktaat over de vrijheid van onderwijs, dat laat ik liever over aan Johan Lievens die hierover een zeer goed doctoraat schreef. Maar het is misschien wel handig om te weten hoe klein de invloed is van de minister van onderwijs op wat er in de klas gebeurt, voorlopig los van de vraag of dit goed of slecht is.

Stel: we weten dat een van de belangrijkste manieren om het kwaliteitsprobleem op te krikken van didactische aard is, bijvoorbeeld directe instructie. Ik zeg niet dat dit de enige zaligmakende oplossing is – die bestaan wellicht niet -, maar eerder onderzoek toont dat het een belangrijk middel is in de toolbox van de leerkracht om basiskennis en -vaardigheden aan te leren.

Kan de minister van onderwijs dan zeggen aan leraren dat ze deze tool moeten gebruiken? Nee.

Kan de minister dan zeggen dat de lerarenopleidingen deze didactische aanpak moet aanleren aan toekomstige leerkrachten? Nee.

Kan de minister dan vragen aan de koepels om deze didactische aanpak te promoten en er bijscholingen over te organiseren? U raadt het al: nee.

Kan de minister de kwaliteit van handboeken checken? Laat maar.

Wel kan de overheid subtiel proberen duwtjes in de richting te geven door projecten te steunen die hier rond werken, maar de overheid kan enkel bepalen wat de minimumdoelen zijn die door een grote meerderheid van de populatie bereikt moet worden. Doelen die niet tot deze eindtermen behoren – zoals het ingevoerde beleid dat basisscholen vroeger mogen starten met vreemde talen – dan kunnen scholen en koepels zelfs gewoon beslissen: we gaan dat niet doen.

Als zoals eerder deze week bleek dat voor bepaalde eindtermen dat slechts 22% is, dan kunnen scholen op de vingers getikt worden of kan de vraag gesteld worden of de eindterm niet te hoog gegrepen is. Maar hoe het probleem op school aangepakt wordt, is de verantwoordelijkheid van de school.

Wel, kan de overheid bijvoorbeeld bepalen dat nascholingen als prioritair thema bijvoorbeeld begrijpend lezen hebben en ultiem kunnen ze wellicht wel vragen dat er bijvoorbeeld een leescoördinator op school komt. Maar hoe die persoon dan zijn of haar werk uitvoert, komt dan weer aan de grenzen van de autonomie van de school.

En dan nu de vraag die ik even liet liggen, wat vind ik hiervan? Als voorstander van evidence-informed werken, waarbij het respect voor professionaliteit centraal staat, zou het hypocriet zijn om opeens voor een soort van staatspedagogiek te pleiten. Het zou mijn inziens ook niet werken. Context, doelen en wie er voor jou zit, doet je als leraar bepalen welke didactische aanpak je nodig hebt.

Tegelijk zou meer kwaliteitscontrole op bijvoorbeeld handboeken of bijscholingen misschien niet slecht zijn. Niet omdat ik twijfel aan de goede bedoeling en de kwaliteit van de meeste, maar tegelijk zag ik ook al de nodige zaken waar je wel vragen kan bij hebben. Maar hoe dit zich zou verhouden met de vrijheid van onderwijs, is dan weer een andere vraag.

2 gedachten over “De grenzen van vrijheid van onderwijs

  1. Het is inderdaad zo dat de overheid het “wat” (eindtermen) bepaalt en het “hoe” overlaat aan het onderwijsveld. Maar hoe “absoluut” die vrijheid van onderwijs is, dat is volgens mij geen uitgemaakte zaak. Wanneer bvb vrij duidelijk zou kunnen worden aangetoond dat een bepaalde aanpak niet werkt, dan lijkt het me een boeiende (juridische) kwestie of enige “overheidssturing” toch niet zou worden aanvaard. (in eerste instantie door de RvS, in tweede instantie door het grondwettelijk hof).

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.