Iets wat je misschien nog niet las over de Vlaamse 15-jarigen in PISA: over klasklimaat, spijbelen,…

Zoals ik gisteren al aangaf, bevraagt de OESO voor PISA veel meer dan waar we nu allemaal aandacht voor hebben in de media. Ik gaf gisteren al enkele krenten uit het rapport, maar in het Vlaamse rapport dat de onderzoekers van de universiteit maakten specifiek voor onze regio, zitten nog verschillende opvallende zaken ivm het klasklimaat.

Over spijbelen:

Het Vlaamse percentage spijbelaars is laag: slechts 8% van de Vlaamse 15-jarigen geeft aan van in de laatste 2 weken voor de testafname minstens eenmaal een volledige dag gespijbeld te hebben en 12% zegt in diezelfde periode minstens eenmaal gespijbeld te hebben voor sommige lessen. Overheen de OESO-landen liggen deze percentages op respectievelijk 21% en 27%.

In bijna alle landen vertoont spijbelen een negatieve samenhang met de leesprestatie, zelfs na controle voor verschillen in de sociaal-economische thuissituatie (SES). Dit geldt ook in Vlaanderen. Vlaamse leerlingen die aangeven een volledige dag gespijbeld te hebben de laatste twee weken scoren na controle voor SES gemiddeld 44 punten lager voor leesvaardigheid dan leerlingen die aangeven niet gespijbeld te hebben. Bij leerlingen die spijbelden voor sommige lessen ligt de leesscore gemiddeld 40 punten lager.

Over ondersteuning door leerkrachten:

Bij de rapportage van achtergrondfactoren gebruikt PISA heel wat indexen. Dit is ook zo voor de ondersteuning door leerkrachten. Deze index bundelt de antwoorden van leerlingen op de vraag hoe vaak bepaalde zaken gebeuren tijdens de lessen Nederlands. Een voorbeeld van een stelling die leerlingen hierbij krijgen, is: ‘De leerkracht toont interesse voor het leerproces van iedere leerling’. Leerlingen moeten aangeven of dit ‘elke les’, ‘de meeste lessen’, ‘sommige lessen’ of ‘nooit of bijna nooit gebeurt’. Alle antwoorden worden dan samengevoegd tot de index voor ondersteuning die leerkrachten geven.

Vlaanderen scoort heel laag op de index voor de ondersteuning door leerkrachten. De Vlaamse indexscore bedraagt -0,25. Slechts 4 landen hebben een nog lagere indexscore: Kroatië(-0,34), Nederland (-0,43), Oostenrijk (-0.45) en Slovenië (-0,61). De meest opvallend antwoordtrend is bij de stelling ‘De leerkracht helpt leerlingen met hun leren’. Slechts 55% van de Vlaamse leerlingen zegt dat hun leerkracht dit doet in de meeste lessen of in elke les. Enkel in Slovenië (44%), Oostenrijk (52%) en Nederland (52%) ligt het percentage nog lager.

Over competitie en samenwerking:

Ook deze 2 aspecten rapporteert PISA aan de hand van een index. De Vlaamse score op index voor samenwerking is relatief hoog. Slechts 12 landen hebben een hogere index dan de Vlaamse 0,23. Vlaamse leerlingen geven vaker dan gemiddeld over de OESO-landen aan dat ze samenwerking voelen onder elkaar.

De Vlaamse score op de index voor competitie bedraagt -0.20 en is dan weer relatief laag in vergelijking met de andere landen. Slechts 19 landen scoren lager op de index voor competitie. Vlaamse leerlingen geven minder vaak dan gemiddeld over de OESO-landen aan dat ze competitie voelen onder elkaar.

Door de tegengestelde antwoordpatronen bij de 2 indexen is het verschil tussen de index voor samenwerking en de index voor competitie in Vlaanderen groot. Slechts in 6 landen is het verschil nog groter.

Een gedachte over “Iets wat je misschien nog niet las over de Vlaamse 15-jarigen in PISA: over klasklimaat, spijbelen,…

  1. Het onderwijsdebat in het Vlaams parlement gezien deze namiddag?
    – Bij aanvang is slechts een klein aantal aanwezig. Te laat komen kan, zonder verontschuldiging.
    – De smartphones zijn nooit ver weg; voor een selfie, een tweet, … ,aandacht weg van de les.
    – Polariseren en het doorschuiven van ‘de zwarte piet’. Inhoudelijk gaf ik hen een 0/10.

    Moeten we dit het ‘goede’ voorbeeld voor onze jongeren noemen? Hopelijk keken ze niet.

    Wat me vooral treft in het onderzoek gaat naar de ondersteuning die de leraar biedt aan de leerling. Daar ligt m.i. de sleutel. Het gaat er niet om dat de leraar dit niet doet of niet wil doen. Het gaat erom dat leerlingen het zo ervaren. Hoe kan een leraar voldoende ondersteuning realiseren voor een groep van 20 – 25 leerlingen, met alle bijkomende hedendaagse uitdagingen? Ook een duizendpoot heeft maar één kop.
    Zolang onze Vlaamse regering niet investeert in leerkrachten zullen noch de resulaten, noch het lerarentekort opgelost geraken.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.