“Werkt differentiatie?”

Gisteren kreeg ik een vraag van een journaliste en mijn reactie was een diepe zucht. Of ze een paar uur had. De vraag was “werkt differentiatie?”

Het motto van Klaskit is ‘Niet alles werkt en niks werkt altijd’, maar in het geval van differentiatie is het antwoord nog een beetje complexer. Er zijn namelijk veel vormen van differentiatie. De keuze die onze kinderen maken voor studierichtingen bijvoorbeeld, is een vorm van differentiatie die nochtans door verschillende onderwijsdenkers verguisd wordt. Je zou zittenblijven (niet zo effectief) en versnellen (meer dan behoorlijk effectief) ook vormen van differentiatie kunnen noemen, net zoals ability grouping.

Is het dan zo dat sommige vormen van differentiatie (meestal) werken en andere niet? Een nieuwe review-studie van Lindsay Graham et al toont dat die vraag behoorlijk moeilijk te beantwoorden is, omdat het onderzoek van de voorbije 20 jaar harde uitspraken niet echt toelaat. De onderzoekers stellen vast dat de meeste studies weliswaar een positief effect doen vermoeden, maar de lijst van bedenkingen over de onderzoeken is behoorlijk lang:

  • Half the 34 studies were conducted in the United States and most in the elementary (primary) school phase with very few studies focusing on secondary schools.
  • Survey and case study designs were dominant, as was research of influences on teacher practice.
  • Only a small group of studies focused on differentiation’s impact on student outcomes and these typically only examined specific elements of differentiation or in specific academic domains, such as science or reading.
  • The majority of studies were undermined by methodological weaknesses—such as a tendency to rely on convenience samples and to use weak forms of survey methodology, as well as to attempt to determine the impact of differentiation using only student achievement scores—validating some concerns about the state of the research on differentiation.
  • Poor design weakened the strength of the overall findings because of the incommensurability between the measures used by participants from different schools and districts, and the incommensurability of practices across cases.
  • Although there were some studies that investigated the impact of differentiation using rigorous procedures, the majority of research was compromised by the use of small sample sizes and researcher-developed instruments with no clear theoretical or empirical foundation.
  • A lack of transparency due to poor reporting and very little cross-referencing between studies led to the majority ‘remaking the wheel’ rather than working together to create a coherent evidence-base.

Sommigen zouden nu kunnen denken dat we dan maar niet moeten werken aan differentiatie, maar zo eenvoudig is het dus ook niet. Het is niet omdat het onderzoek geen harde uitspraken toelaat, dat het effect onbestaande of negatief zou zijn. Ik had het al een paar keer over personalized review, ook een vorm van differentiatie aan de hand van technologie die wel degelijk steeds een positief effect lijkt te hebben volgens een NBER-review. Tegelijk weten we ook dat bijvoorbeeld de doorgedreven vorm van differentiatie die nu her en der bepleit wordt, personalisering, de ongelijkheid eventueel kan vergroten, niet altijd werkt, maar soms ook wel.

De review maakt vooral duidelijk hoe we in onderwijsonderzoek misschien toch een tandje bij moeten steken in het onderzoeksdesign om hardere uitspraken na te streven. Zo wil ik ook het aantal case studies rond co-teaching niet tellen, maar een onderzoek naar de effectiviteit met een sample die groot genoeg is?

2 gedachten over ““Werkt differentiatie?”

  1. “Versnellen is behoorlijk effectief”: inderdaad, dat blijkt uit talloze onderzoeken.
    Soms vraag ik me wel af of de vastgestelde effectiviteit niet vooral te maken heeft met het gemak waarmee men een ingreep al dan niet “verkeerd” kan implementeren.
    Versnellen kun je niet beloven en dan toch niet doen (iedereen weet in welk leerjaar een leerling zit). Je kunt het ook lastig verknoeien (op voorwaarde dat de keuze om te versnellen gebaseerd is op een objectieve meting van het huidige niveau, inclusief testen boven niveau).
    Bij zittenblijven kun je de lat voor zittenblijvers echter (bewust of onbewust) lager leggen (“is blijven zitten, zal dus een wat zwakkere leerling zijn”), waardoor een kind op langere termijn afzakt (zeker als de beslissing tot zittenblijven -onbewust- gebaseerd is om onnozele factoren zoals geboortemaand).
    Bij “differentiatie” kun je het “vergeten” of laten ontaarden in “meer van hetzelfde” of in “leuke bezigheidstherapie”.
    Kortom, de variantie van de onderzoeksresultaten bij een onderzoek naar versnelling zal steevast VEEL kleiner zijn dan de variantie bij onderzoek naar zittenblijven of “differentiatie”. Versnellen kun je maar op 1 manier, zittenblijven en differentiatie op vele manieren.

  2. Pingback: “Werkt differentiatie?” – Debdus

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.