Het rapport *Reviewing Education Policies to Advance Equity* van David Lopez en collega’s bespreekt hoe onderwijsbeleidsmakers ongelijkheid kunnen aanpakken door hun beleid kritisch tegen het licht te houden en waar nodig aan te passen. De auteurs stellen vast dat vaak bestaande regels systemische ongelijkheden in zich dragen, zoals racisme en vooroordelen. Echte verandering kan alleen worden bereikt door het beleid te herzien, gebaseerd op data en door samenwerking met de verschillende gemeenschappen in een samenleving.
Het *Systemic Equity Review* (SER) Protocol van WestEd biedt hiervoor een hulpmiddel, waarbij vijf belangrijke domeinen worden gebruikt om onderwijsbeleid te evalueren:
1. Toegang en onderwijsrechten: Dit domein onderzoekt of beleid ervoor zorgt dat elke leerling de middelen krijgt die hij of zij nodig heeft. Het gaat niet alleen om gelijke toegang, maar ook om het aanpassen van beleid aan de unieke behoeften van elke leerling en familie.
2. Afwijzen van vooroordelen: Onderwijsbeleid moet actief vooroordelen en discriminatie, zoals racisme en seksisme, tegengaan. Dit betekent bijvoorbeeld dat beleidsregels geen ruimte mogen laten voor stereotype denkbeelden, en expliciet moeten zijn in het benoemen en aanpakken van bias.
3. Betrokkenheid van studenten, families en de gemeenschap: Beleidsvorming mag niet alleen van bovenaf worden opgelegd. Studenten, hun families en de gemeenschap moeten actief betrokken worden bij het creëren van beleid. Dit vergroot de kans dat het beleid recht doet aan de diverse ervaringen en behoeften van alle betrokkenen.
4. Gebruik van data en evidentie: Goed onderwijsbeleid moet altijd gebaseerd zijn op duidelijke data en evidentie. Het verzamelen van gegevens moet transparant gebeuren, en de resultaten moeten toegankelijk zijn voor iedereen in de schoolgemeenschap. Data helpt om ongelijkheden in kaart te brengen en te meten of beleidswijzigingen daadwerkelijk effect hebben.
5. Ondersteuning van cultureel responsief onderwijs: Het beleid moet leraren en scholen in staat stellen om onderwijs te geven dat rekening houdt met de culturele achtergrond van leerlingen. Cultureel responsief onderwijs helpt niet alleen om betere leerresultaten te behalen, maar zorgt ook voor een inclusievere en respectvollere omgeving.
Een concreet voorbeeld dat in het rapport wordt besproken, is wat er kan misgaan met een disciplinebeleid, zoals strafmaatregelen voor wangedrag op school. Veel van deze regels, zoals de manier waarop gedragsincidenten worden aangepakt, kunnen een onevenredig negatieve impact hebben op bepaalde leerlingengroepen, met name leerlingen van kleur en leerlingen met een beperking.
Het rapport benadrukt dat disciplinebeleid impliciete vooroordelen kan bevatten. Zo kan bijvoorbeeld een beleidsregel die bepaalt dat “storend gedrag” wordt bestraft, in de praktijk leiden tot een overmatige bestraffing van bepaalde groepen, omdat de definitie van storend gedrag cultureel gekleurd kan zijn. Dit type beleid kan ertoe leiden dat deze leerlingen vaker geschorst of verwijderd worden uit de klas, wat hun onderwijsresultaten negatief beïnvloedt.
Om dit probleem aan te pakken, beveelt het SER Protocol aan om disciplinebeleid te herzien door data te gebruiken om patronen van ongelijke behandeling bloot te leggen. Daarnaast is het belangrijk om beleid te ontwikkelen dat expliciet vooroordelen en stereotyperingen afwijst. Bijvoorbeeld, in plaats van vage regels over “storend gedrag”, kan het beleid richtlijnen geven die rekening houden met culturele verschillen in gedrag en communicatie, en een focus leggen op herstelgerichte praktijken in plaats van bestraffende maatregelen.
Op deze manier kan het herzien van disciplinebeleid bijdragen aan een eerlijkere behandeling van alle leerlingen en ervoor zorgen dat niemand onterecht wordt benadeeld door impliciete vooroordelen in de regels.
Het rapport benadrukt dat het niet voldoende is om alleen de intentie uit te spreken om ongelijkheid te bestrijden. Beleidswijzigingen moeten tastbaar en meetbaar zijn, en de betrokkenheid van studenten, families en gemeenschappen is essentieel om echte veranderingen door te voeren. Door beleid te herzien op basis van data en evidentie, en door het te baseren op culturele responsiviteit, kunnen we ongelijkheid in het onderwijs effectief aanpakken.