Doodt school creativiteit? Deze vraag wordt al jaren besproken en werd eerder onderzocht in dit bericht en in ons eerste mytheboek. Maar nieuw onderzoek werpt nieuw licht op hoe de creativiteit van kinderen zich in de loop van de tijd ontwikkelt.
Dit recente onderzoek van Jankowska en Karwowski volgde kinderen van de kleuterschool tot de basisschool en mat hun creativiteit op meerdere punten. Wat ze ontdekten, spreekt de wijdverbreide overtuiging tegen dat creativiteit onvermijdelijk afneemt naarmate kinderen ouder worden.
Drie creatieve trajecten
In plaats van een soort van universele inzinking, identificeerde de onderzoekers drie verschillende ontwikkelingspaden:
- Lage start, matige groei: de grootste groep (ongeveer tweederde van de kinderen) begon met lagere creativiteitsscores, maar verbeterde gestaag in de loop van de tijd.
- Middelmatige start, intensieve groei: deze kinderen begonnen met matige creativiteit, maar maakten een aanzienlijke groei door.
- Stabiel-hoog: een kleinere groep kinderen begon met hoge creativiteitsniveaus en bleef consistent sterk.
Dus in plaats van een onvermijdelijke afname, lijkt creativiteit te groeien, maar in verschillende mate naargelang de verschillende kinderen.
Hoe zit het met divergent denken?
De studie keek ook naar divergent denken (het vermogen om veel verschillende ideeën te genereren), een andere belangrijke component van creativiteit. Hier vonden ze een toename in vloeiendheid (hoeveel ideeën een kind kan bedenken) en originaliteit (hoe uniek die ideeën zijn), maar flexibiliteit (het vermogen om te schakelen tussen verschillende perspectieven) liet weinig verandering zien. Dit daagt het idee uit dat het creatieve denken van kinderen opdroogt als ze naar school gaan.
Het schooleffect: hulp of belemmering?
Deze studie suggereert dat hoewel school creativiteit niet per se “doodt”, de omgeving van belang is. Sommige kinderen bloeien van nature op, terwijl anderen meer ondersteuning nodig hebben om hun creatieve vermogens te ontwikkelen. Onderwijssystemen die exploratie, spel en probleemoplossing aanmoedigen, kunnen meer kinderen helpen het pad van ‘intensieve groei’ te volgen in plaats van te stagneren.
Dus…
In plaats van aan te nemen dat school creativiteit verplettert, moeten we ons afvragen hoe scholen verschillende creatieve trajecten kunnen koesteren. Met de juiste aanpak kan onderwijs een katalysator zijn in plaats van een belemmering.
Abstract van de studie:
How does children’s creativity change? Although this is a central question to the developmental studies of creativity, longitudinal investigations that follow the changes in various aspects of children’s creative abilities are scarce. This study longitudinally examines the trajectories of the development of synthetic creative abilities in preschool (N = 194) and early school-age (N = 236) children. We also analyzed if this development was associated with changes in divergent thinking. Children solved the Test for Creative Thinking-Drawing Production (TCT-DP), a measure of synthetic creative abilities, either four (preschool children) or six times (primary school students), with sessions six months apart and the Torrance Tests of Creative Thinking (TTCT) (three times). Latent growth curve models demonstrated the increasing trend in synthetic creative abilities, yet there was also substantial variability in the rate and pattern of changes among participants. Latent mixture models revealed three trajectories of changes in synthetic creative abilities: (1) low-beginning-moderate-growth trajectory, whose synthetic creative abilities started low yet increased in time; (2) medium-start-intensive-growth trajectory, whose synthetic creative abilities increased substantially, and (3) stable-high trajectory, who scored high in synthetic creative abilities in the first wave and kept stable afterward. These trajectories tended to differ in their initial divergent thinking and the patterns of changes in fluency, flexibility, and originality. We discuss these differences in light of potential idiosyncrasies in creativity development and the possibility of integrating person-centered and dynamic approaches in the creativity literature.