Ik heb soms het gevoel dat ik in herhaling val, maar de effecten van smartphones al dan niet verbieden op scholen blijft voor interessant onderzoek zorgen. Zo tracht een nieuwe NBER working paper van Henry Saffer voor het eerst de effecten van schoolbrede smartphoneverboden in de Verenigde Staten causaal te onderzoeken. Jonathan Haidt leest wellicht alvast mee. De conclusie zal voor voor- én tegenstanders van smartphonebans wellicht wat frustrerend zijn: voorlopig vindt de studie geen duidelijk bewijs dat smartphoneverboden op school het mentale welzijn van jongeren verbeteren. Dat betekent niet dat smartphones geen probleem kunnen zijn. Maar het betekent ook niet automatisch dat een verbod dé oplossing is.
De studie gebruikt gegevens uit de National Survey of Children’s Health tussen 2016 en 2024 en koppelt die aan recente smartphoneverboden in Amerikaanse staten zoals Florida, Indiana en Louisiana. De onderzoeker kijkt naar schermtijd én verschillende indicatoren van psychologisch welzijn zoals interesse, concentratie, kalmte, sociale relaties en pestgedrag.
De kernbevinding? Er werd geen significante verbetering gevonden in schermtijd of mentale gezondheid na de invoering van de verboden. En eerlijk: dat is misschien minder verrassend dan het op het eerste gezicht lijkt.
Want een schoolverbod betekent uiteraard niet dat jongeren plots geen smartphone meer hebben. Andere studies suggereren net dat jongeren het gebruik gewoon verschuiven naar buiten de schooluren. Ook deze paper verwijst daarnaar. Een verbod op school kan dus perfect leiden tot minder schermtijd tijdens de les zonder dat de totale schermtijd over een week echt verandert.
Dat is meteen ook een belangrijke nuance in het bredere debat. Heel af en toe wordt gedaan alsof een smartphoneverbod automatisch een soort mentale reset veroorzaakt. Maar als problemen samenhangen met sociale media, slaaptekort, online vergelijking, cyberpesten of constante bereikbaarheid, dan spelen die processen grotendeels buiten de schoolmuren verder.
Tegelijk toont de studie ook iets anders belangrijks: onderzoek naar smartphonebeleid is methodologisch moeilijker dan sommige snelle conclusies doen vermoeden. De auteur benadrukt zelf meermaals dat dit nog “early evidence” is. Er zijn simpelweg nog weinig staten met voldoende jaren na invoering van zo’n verbod om sterke conclusies te trekken. Bovendien blijken de modellen statistisch eigenlijk nog te zwak om kleine effecten betrouwbaar te detecteren. De resultaten zijn dus compatibel met “geen effect”, maar ook met “een klein effect dat momenteel nog moeilijk meetbaar is”.
Tegelijk bestaan er ook studies die wél positieve effecten vinden. In Noorwegen bijvoorbeeld werden smartphoneverboden gelinkt aan betere resultaten en verbeterd welzijn bij meisjes. In Florida vonden andere onderzoekers betere testscores in het tweede jaar na invoering van een verbod. Maar ook daar blijven vragen bestaan over mechanismen, context en mogelijke alternatieve verklaringen.
Misschien is dat voorlopig de veiligste conclusie: smartphoneverboden zijn waarschijnlijk geen magische oplossing, maar ook geen zinloze maatregel. Een school (of in ons geval regio) kan perfect goede redenen hebben om smartphones tijdens de les te beperken. Minder afleiding. Minder onderbrekingen. En minder sociale druk tijdens de schooldag. Meer aandacht voor interactie in de klas. Dat zijn op zich legitieme pedagogische doelen, zelfs als de impact op mentale gezondheid beperkt blijft.
Alleen moeten we opletten dat we van zo’n verbod geen wondermiddel maken voor bredere maatschappelijke problemen rond jongerenwelzijn. De geschiedenis van onderwijs zit vol voorbeelden van maatregelen die op zichzelf logisch klinken, maar uiteindelijk minder effect hebben dan gehoopt omdat het onderliggende probleem groter en complexer blijkt. Of eenvoudiger gezegd: een smartphoneverbod kan misschien helpen aan de randvoorwaarden voor leren en samenleven op school. Maar het zal waarschijnlijk niet op zichzelf de mentale gezondheidscrisis van jongeren oplossen.