Onlangs vond ik een interessante studie van Dan Willingham, die er altijd in slaagt om inzichtelijk onderzoek naar onderwijs en psychologie aan te wijzen. Deze specifieke studie viel me op omdat het de hardnekkige mythe die we bespraken in ons boek Juffen zijn Toffer dan Meesters opnieuw onder de loep neemt: het verleidelijke maar twijfelachtige idee van een soort magische verre transfer die plaatsvindt, zodat wanneer je A leert, je beter wordt in B.
U kent de bewering: het leren van één complexe vaardigheid (zoals schaken of muziek leren) zou compleet ongerelateerde vaardigheden of cognitieve vermogens versterken. In dit nieuwe onderzoek pakten de auteurs de populaire bewering aan dat muziektraining het vermogen van kinderen om emoties in stemmen en gezichten te herkennen verbetert. Dat lijkt logisch, toch? Muziek kan emotioneel, genuanceerd en sociaal ingebed zijn, dus zou muziektraining sociaal-emotionele vaardigheden moeten versterken.
Nou, zoals vaak het geval is met aantrekkelijke ideeën in het onderwijs, is de realiteit minder eenvoudig. De studie bestond uit twee delen. Ten eerste, een robuuste longitudinale interventie waarbij 110 kinderen betrokken waren die twee jaar lang muziek, basketbal of niets nieuws leerden. De resultaten? Muziektraining verbeterde wat motorische vaardigheden en auditief geheugen, wat past bij het leren van muziek, maar het hielp helemaal niet bij het herkennen van emoties of andere cognitieve en sociaal-emotionele taken.
Het tweede deel, met bijna 200 kinderen, vergeleek degenen die naar een muziekschool gingen met degenen die dat niet deden. Opnieuw leek muzikale training aanvankelijk te correleren met een betere emotieherkenning, maar zodra de onderzoekers rekening hielden met sociaaleconomische status, muzikale vaardigheden of kortetermijngeheugen, verdwenen de veronderstelde voordelen volledig. Dit doet me denken aan de oorspronkelijke studie van Thorndike van meer dan een eeuw geleden, waarin hij de invloed van het leren van Latijn op andere talen onderzocht. Het voordeel verdween ook toen hij corrigeerde voor sociaaleconomische achtergrond.
Deze bevindingen zijn terug een waarschuwend verhaal over de mythe van een magische verre transfer. Iets specifieks leren, zoals muziek spelen, heeft inderdaad veel directe voordelen. Maar hopen dat het op magische wijze ongerelateerde vaardigheden zoals emotieherkenning zal verbeteren, is gewoon wensdenken. Het lijkt erop dat andere onderliggende factoren, zoals sociaaleconomische achtergrond, de waargenomen correlaties beter verklaren dan de muziektraining zelf.
Het enthousiasme in het onderwijs rondom ‘magische verre transfer’ is nog steeds groot, maar zoals we al eerder zeiden, is het waarschijnlijk verstandiger (en wetenschappelijk gezien ook correcter) om leeractiviteiten te waarderen om de specifieke vaardigheden en vreugde die ze bieden, in plaats van ze te overdrijven als cognitieve of emotionele wondermiddelen.
Abstract of the study:
Music training is widely claimed to enhance nonmusical abilities, yet causal evidence remains inconclusive. Moreover, research tends to focus on cognitive over socioemotional outcomes. In two studies, we investigated whether music training improves emotion recognition in voices and faces among school-aged children. We also examined music-training effects on musical abilities, motor skills (fine and gross), broader socioemotional functioning, and cognitive abilities including nonverbal reasoning, executive functions, and auditory memory (short-term and working memory). Study 1 (N = 110) was a 2-year longitudinal intervention conducted in a naturalistic school setting, comparing music training to basketball training (active control) and no training (passive control). Music training improved fine-motor skills and auditory memory relative to controls, but it had no effect on emotion recognition or other cognitive and socioemotional abilities. Both music and basketball training improved gross-motor skills. Study 2 (N = 192) compared children without music training to peers attending a music school. Although music training correlated with better emotion recognition in speech prosody (tone of voice), this association disappeared after controlling for socioeconomic status, musical abilities, or short-term memory. In contrast, musical abilities correlated with emotion recognition in both prosody and faces, independently of training or other confounding variables. These findings suggest that music training enhances fine-motor skills and auditory memory, but it does not causally improve emotion recognition, other cognitive abilities, or socioemotional functioning. Observed advantages in emotion recognition likely stem from preexisting musical abilities and other confounding factors such as socioeconomic status.
Pingback: De rol van gewoontes in morele vorming en onderwijs - Darwin en de lerende mens