Het voordeel van mijn job en mijn contacten is dat ik vaak rapporten en onderzoeken in mijn mailbox krijg die ik zelf miste. Zo ook met het rapport Effective Practices for Literacy Teaching dat ik via Paul Van den Broeck kreeg. Het rapport werd in opdracht van de Europese Commissie geschreven door een internationaal team van topexperts, onder wie Colin Harrison (Nottingham), Greg Brooks (Sheffield) en P. David Pearson (Berkeley). Aanleiding? De forse terugval in leesvaardigheid na COVID, zoals bleek uit de PISA 2022-resultaten.
Waarom is dit belangrijk voor Europa? Omdat de daling in leesvaardigheid niet alleen een onderwijskwestie is. Het raakt ook gezondheidszorg, werkgelegenheid, armoedebestrijding én democratisch burgerschap. Kortom: als we lezen verbeteren, verbeteren we de samenleving.
Het rapport staat bol van inzichten, maar ik haal er de meest concrete en bruikbare uit. Hier zijn ze, opgesplitst in praktische aandachtspunten:
1. Begin zo vroeg mogelijk – en betrek gezinnen
-
Taalontwikkeling tussen 0 en 3 jaar is cruciaal. Denk aan zingen, voorlezen, praten.
-
Ouders maken een groot verschil. Vooral interactie telt: samen praten over boeken werkt beter dan een kast vol ongelezen kinderboeken.
-
Investeer dus in programma’s voor gezinsgeletterdheid, zoals Bookstart of ouder-kind workshops.
2. Investeer in ECEC (Early Childhood Education and Care)
-
Vroege kinderopvang werkt – zeker voor kinderen in kwetsbare situaties.
-
Kwaliteit is hierbij cruciaal: goed opgeleide medewerkers, doordachte curricula, monitoring en toegankelijkheid.
3. Lezen op school? Zorg voor balans
-
Ja, decoding en technische leesvaardigheid zijn belangrijk, net als voorkennis.
-
Maar even belangrijk: leesplezier, praten over verhalen, zingen en samen lezen (voor mensen die mijn lezingen hierover al zagen: een alleen is niet genoeg)
-
Een schoolbreed leesklimaat maakt het verschil: boeken zichtbaar maken, leraren die zelf lezen, klassenbibliotheken.
4. Differentiëren en personaliseren
-
Goede leesinstructie sluit aan bij niveau en interesses.
-
Leerlingen hebben baat bij directe feedback, ook digitaal.
-
Kleine groepen werken beter dan massaonderwijs – zeker online.
5. Zorg voor ondersteuning van zwakkere lezers
-
Denk aan duo-lezen, peer tutoring, kleine groepjes met begeleide instructie.
-
Begin vroeg, maar vergeet ook de tieners niet: ook in het secundair zijn er sterke leesinterventies mogelijk.
-
Data-ondersteund werken helpt: weten wáár leerlingen vastlopen maakt gerichte hulp mogelijk.
6. Neem digitale en kritische geletterdheid serieus
-
Niet elk kind is een ‘digital native’ (iemand zou daar eens een artikel of een boek moeten over schrijven) – kritisch leren omgaan met (online) teksten is een must.
-
Leer kinderen bronnen te beoordelen, nepnieuws te herkennen, en informatie te integreren.
-
Begin daarmee al in de basisschool.
7. Zet in op volwasseneneducatie
-
Dit rapport pleit (terecht) ook voor aandacht voor volwassenengeletterdheid. Hier ben ik eigenlijk zeer blij mee.
-
Denk aan werkplekleren, laagdrempelige cursussen en outreach naar moeilijk bereikbare groepen.
Dit rapport is sterk omdat het enkele zaken combineert:
-
Onderbouwde analyses (meer dan 600 studies geraadpleegd)
-
Europese breedte (van Finland tot Griekenland)
-
Praktische voorbeelden en concrete aanbevelingen
En vooral: het erkent dat lezen meer is dan een vaardigheid. Het is ook een mindset, een sociale ervaring, en een manier om verbonden te blijven met jezelf en de wereld. Een laatste, extra tip? Gebruik dit rapport niet als dik dossier voor op de plank. Gebruik het als inspiratiebron voor beleid, teamoverleg of lerarentraining.