Waarom ChatGPT je slimmer lijkt te maken – maar je hersenen mogelijk meer lui maakt

Een essay schrijven met ChatGPT is verleidelijk eenvoudig. Je geeft een prompt, de AI levert een vlot antwoord, en jij voelt je even efficiënt én intelligent. Maar wat doet dat gemak met je brein, je geheugen, je leerproces? Een nieuwe studie van MIT-onderzoekers geeft daar voor het eerst een bijzonder compleet antwoord op—met EEG-metingen, interviews én analyse van de geschreven teksten. Het resultaat is fascinerend én verontrustend. Ik moet trouwens bekennen dat ik deze studie deze keer niet alle 200 pagina’s heb doorgenomen, maar beperkt heb tot de (uitgebreide) samenvatting aangevuld met soms iets opzoeken omdat ze onder ook expliciet naar de cognitve load theory verwijzen van John Sweller en de resultaten in het licht van deze theorie allesbehalve onlogisch lijken.

In het experiment werden studenten verdeeld in drie groepen. De ene schreef essays met alleen hun eigen hoofd (geen hulp), de tweede mocht Google gebruiken, en de derde werkte uitsluitend met ChatGPT. Hun hersenactiviteit werd gemeten met een EEG, de teksten werden geanalyseerd met taalmodellen, en na elke sessie volgde een interview.

De conclusie is opvallend helder en logisch: hoe meer hulp je kreeg, hoe minder je hersenen actief waren. Studenten die volledig zelf schreven, vertoonden de meeste hersenactiviteit, over alle netwerken heen. Wie Google gebruikte zat daar tussenin. En wie met ChatGPT werkte, toonde de minste hersenconnectiviteit, vooral in de alfa- en betagolven die geassocieerd worden met aandacht, planning en integratie van informatie. Ze deden letterlijk minder moeite.

En dat bleef niet zonder gevolgen. De studenten in de LLM-groep:

  • Voelden minder eigenaarschap over hun tekst; (Licht in lijn met eerder onderzoek waarover ik al blogde)

  • Wisten nauwelijks te citeren uit wat ze net geschreven hadden (hadden ze het echt wel gelezen?);

  • Leverden meer uniforme, voorspelbare teksten af, die sterk leken op elkaar én op typische ChatGPT-antwoorden.

Zelfs als de teksten inhoudelijk niet slecht waren, bleken de onderliggende cognitieve processen zwakker. En dat werd helemaal duidelijk in een vierde sessie, waarin sommige studenten wisselden van methode. Wie eerst met ChatGPT had gewerkt en daarna ‘zonder hulpmiddelen’ moest schrijven, toonde aanzienlijk minder hersenactiviteit dan wie de omgekeerde overstap maakte. Het leek alsof hun brein moeilijker weer op gang kwam. Er bouwde zich een soort cognitieve luiheid op. Dit laatste is voor mij het meest alarmerend, eerlijk gezegd.

Natuurlijk is het verleidelijk om hier meteen de AI-alarmbel te luiden, maar de studie roept eerder om nuance dan om paniek. Zo werkten de studenten telkens aan korte essays in een gecontroleerde laboratoriumsetting. Dat is iets anders dan langdurig leren, samenwerken of kritisch herwerken van een tekst. Bovendien blijft de groep deelnemers vrij beperkt (54 in totaal, 18 per conditie) en vooral academisch geschoold. Het zijn studenten van topuniversiteiten.

Maar ondanks die beperkingen wijst deze studie op een reëel risico: wie systematisch cognitieve taken uitbesteedt, loopt het gevaar om minder te leren, minder te onthouden, en minder grip te krijgen op wat hij schrijft. Niet omdat ChatGPT dom is, maar omdat het ons zelden dwingt om zelf diep te denken.

De parallel met de rekenmachine is snel gemaakt. Ook die tool werd ooit verguisd, maar bleek uiteindelijk vooral nuttig als je eerst had leren rekenen. De vraag is dus niet of we ChatGPT moeten verbieden, maar hoe we het doordacht kunnen inzetten: als hulpmiddel bij reflectie en herwerking, niet als vervanging van het denkwerk.

Een gedachte over “Waarom ChatGPT je slimmer lijkt te maken – maar je hersenen mogelijk meer lui maakt

  1. Pingback: Een 16-jarige schrijft een zeer straffe brief aan ChatGPT | X, Y of Einstein?

Geef een reactie