Generatieve AI-tools zoals ChatGPT en Copilot maken ons werk vaak makkelijker. Dat is handig – maar wat betekent het voor ons vermogen om kritisch te blijven denken? Een nieuwe studie van Hao-Ping Lee en collega’s onder 319 kenniswerkers biedt daar een inkijk in.
De onderzoekers vroegen deelnemers om concrete voorbeelden te geven van taken waarbij ze GenAI gebruikten (936 in totaal) en te beschrijven in hoeverre ze daarbij kritisch dachten. ‘Kritisch denken’ werd breed opgevat: van het scherp formuleren van doelen en prompts, tot het controleren van feiten, het aanpassen van AI-teksten aan context, en het integreren van AI-output in groter werk.
Het beeld is dubbel. Enerzijds zien veel kenniswerkers zichzelf kritisch nadenken, vooral als ze:
-
zeker zijn van hun eigen kunnen,
-
vertrouwen hebben in hun vermogen om AI-output te evalueren,
-
of sowieso al vaak reflecteren in hun werk.
Anderzijds geldt ook: hoe groter het vertrouwen in AI, hoe minder kritisch denken men rapporteert. En in de meeste gevallen ervoeren deelnemers dat GenAI het benodigde denkwerk juist minder inspannend maakte – soms omdat AI hen ondersteunt, maar soms ook omdat ze simpelweg minder diep nadachten.
Interessant is ook hoe het kritisch denken verschuift. In plaats van zelf inhoud te creëren, gaat de energie vaker naar het beoordelen en integreren van AI-output. Dat vraagt nog steeds scherpte, maar is een ander soort cognitieve inspanning. Het risico is dat, zeker bij routinetaken of lage-stakes werk, die kritische laag langzaam afbrokkelt.
Het sterke punt is dat dit geen laboratoriumstudie is, maar een breed, praktijkgericht onderzoek onder kenniswerkers in allerlei sectoren. De studie brengt goed in kaart wanneer en waarom mensen kritisch denken met AI, en schetst een rijk beeld van de verschuiving in cognitieve inspanning – van maken naar beoordelen. Dat is waardevol voor iedereen die wil weten hoe AI het dagelijks werk beïnvloedt.
Dit blijft zelfrapportage: mensen zeggen hoe ze dénken dat ze werken, maar dat hoeft niet overeen te komen met hun feitelijke gedrag. Er is geen objectieve meting van kritisch denken of van de kwaliteit van het eindresultaat. De steekproef is bovendien niet representatief – het gaat om Prolific-gebruikers die AI al regelmatig inzetten. En ‘minder inspanning’ kan zowel efficiëntie betekenen als verlies aan diepgang – dat onderscheid wordt hier niet scherp gemaakt.
Deze studie laat zien dat GenAI ons niet dommer hoeft te maken, maar dat het risico van verslapping reëel is – vooral als we AI klakkeloos vertrouwen. Ontwerpers van AI-tools zouden gebruikers meer kunnen prikkelen tot reflectie, bijvoorbeeld via gerichte vragen, verificatie-opdrachten of alternatieve perspectieven. En wijzelf? Misschien moeten we onszelf af en toe de simpele vraag stellen: “Heb ik dit nu gecontroleerd, of heb ik het gewoon aangenomen omdat het mooi klonk?”
Abstract van de paper:
The rise of Generative AI (GenAI) in knowledge workflows raises questions about its impact on critical thinking skills and practices. We survey 319 knowledge workers to investigate 1) when and how they perceive the enaction of critical thinking when using GenAI, and 2) when and why GenAI affects their effort to do so. Participants shared 936 first-hand examples of using GenAI in work tasks. Quantitatively, when considering both task- and user-specific factors, a user’s task-specific self-confidence and confidence in GenAI are predictive of whether critical thinking is enacted and the effort of doing so in GenAI-assisted tasks. Specifically, higher confidence in GenAI is associated with less critical thinking, while higher self-confidence is associated with more critical thinking. Qualitatively, GenAI shifts the nature of critical thinking toward information verification, response integration, and task stewardship. Our insights reveal new design challenges and opportunities for developing GenAI tools for knowledge work.