Er verschijnen het voorbije decennium heel wat studies over de relatie tussen onderwijs en het brein. Vaak gaat dat over neuromythes (“we gebruiken maar 10% van ons brein”) of over de vraag of kennis uit de cognitieve neurowetenschappen echt relevant is voor de klaspraktijk. Een nieuwe studie van Yasin Arslan en collega’s (2025) zet een stap verder: ze vroegen zich af hoe goed leraren eigenlijk onderlegd zijn in “educational neuroscience”, en vooral: welke factoren verklaren die kennis?
Voor dit onderzoek vulden 366 leraren uit het Verenigd Koninkrijk een vragenlijst in. Daarin zat de nieuwe Educational Neuroscience Knowledge Test (ENKT), die bestond uit 18 stellingen met neuromythes en 18 stellingen met onderbouwde neuro-feiten, zowel over algemene cognitieve functies (zoals geheugen en aandacht) als over specifieke onderwijsbehoeften (zoals dyslexie of ADHD). Leraren moesten aangeven in welke mate ze het met de uitspraken eens waren. Op die manier konden de onderzoekers niet alleen nagaan hoeveel correcte kennis leraren hadden, maar ook of ze in staat waren misvattingen te doorprikken. Belangrijk, want zoals de onderzoekers terecht benadrukken: weten dat slaap belangrijk is voor leren is mooi, maar het is minstens even waardevol als je een valse claim – denk aan leerstijlen – kunt doorprikken. Naast deze test gaven de deelnemers informatie over hun ervaring en over welke opleidingen of bijscholingen ze gevolgd hadden.
De resultaten zijn tegelijk hoopgevend en ontnuchterend. Hoopgevend, omdat leraren gemiddeld significant beter scoren dan toeval. Ze onderscheiden dus wél degelijk feiten van mythes. Ontnuchterend, omdat de verschillen groot zijn naargelang de soort opleiding die ze volgden. Een degelijke opleiding – bijvoorbeeld een universitaire module in educational neuroscience – leidt tot veel hogere scores dan losse bijscholingen of zelfstudie via boeken en blogs (nee, geen reden voor mij om hier mee te stoppen). Professionalisering of informele bronnen helpen een beetje, maar niet genoeg. Jaren ervaring in de klas maken opvallend genoeg géén verschil.
De boodschap lijkt duidelijk: wie wil dat leraren echt beter gewapend zijn tegen neuromythes en pseudowetenschap, moet zorgen voor systematische, degelijke opleiding. Toch zijn er kanttekeningen nodig bij deze studie. De groep leraren met zo’n opleiding was relatief klein, en wellicht ook selectief: het zijn mensen die zelf al geïnteresseerd waren en bewust extra modules volgden. Dat maakt de resultaten minder representatief. Bovendien blijft de vraag onbeantwoord hoeveel van deze kennis uiteindelijk doorsijpelt in de klaspraktijk. Weten dat retrieval practice goed werkt, betekent nog niet dat je het ook structureel in je lessen inbouwt.
Wat deze studie vooral aantoont, is dat we met vrijblijvende initiatieven en losse workshops niet ver genoeg komen. Willen we neuromythes echt terugdringen, dan moet kennis over cognitieve en neuropsychologische principes een structureel onderdeel worden van lerarenopleidingen én van nascholing. Terwijl ik dit schrijf, besef ik meteen dat er ook voorzichtigheid geboden is: dit mag geen hype worden waarbij elk nieuw hersenfeitje kritiekloos in het curriculum belandt. Onderwijs blijft complexer dan wat je met een scan van het brein kunt verklaren.
Kortom: ja, een degelijke opleiding helpt. Maar de grootste uitdaging is misschien niet het overdragen van nóg meer neuro-kennis, maar het ontwikkelen van een kritisch professioneel oordeel bij leraren: wat is robuust bewijs, wat is wishful thinking, en hoe vertaal je dat verantwoord naar je klas?
Abstract van het onderzoek:
Understanding factors which might influence teachers’ knowledge of educational neuroscience is essential for designing effective initial training and professional development programmes. This study assessed teachers’ knowledge using our novel Educational Neuroscience Knowledge Test (ENKT). The validated ENKT provided a structured measure of teachers’ understanding of educational neuroscience, distinguishing between knowledge of general cognitive functions and special educational needs. Test results allowed for an evaluation of teachers’ familiarity with evidence-based concepts in both areas. Findings indicated that formal educational neuroscience training was associated with significantly higher knowledge scores than exposure through continuing professional development (CPD) or informal sources. Implications for teacher training programs and CPD include the need for structured, formal educational neuroscience training to improve teachers’ knowledge of this field and better support evidence-informed teaching practices.
Ik denk wel dat je terughoudend moet zijn met wat deze studie tussen de regels ook nog lijkt te zeggen, namelijk dat mensen die aan zelfstudie doen eigenlijk hobbyisten zijn. Het is maar net hoe fanatiek je dat doet, de bronnen waarmee je dat doet, en of die kennis misschien niet ook verbonden is met kennis die op een formele manier is verkregen.
In mijn geval was het bovendien nog eens zo dat de formele opleiding die ik volgde me ook dergelijke neuromythes gevoerd heeft als bruikbare theorieën, maar dat ik ze zelf door verder te lezen in twijfel ben gaan trekken. Dat ik dat deed is me in het onderwijsveld overigens niet altijd in dank afgenomen.