Vandaag start de school en er zullen minder schermpjes zijn in de klassen en in de gangen van onze schoolgebouwen. ik ben daar niet per se rouwig om, maar schermtijd: het blijft een heikel onderwerp. Ouders, leraren en beleidsmakers vrezen vaak dat uren op sociale media of met videogames ten koste gaan van schoolresultaten. En inderdaad, onderzoek laat meestal (vaak wat kleinere) negatieve verbanden zien tussen schermtijd en prestaties. In mijn Lectuur op zaterdag zat al dit nieuwsbericht van de BBC met nuance. Een nieuw grootschalig Amerikaans onderzoek (Hales & Hampton, 2025) nodigt ons nu ook uit om de lens wat te verschuiven met de nodige nuances.
De onderzoekers volgden meer dan 2.500 leerlingen uit het secundair en keken niet alleen naar hoeveel tijd jongeren online doorbrachten, maar ook naar welke digitale vaardigheden ze daarbij opdeden. Hun conclusie is verrassend: ja, sociale media hangen samen met iets lagere scores, vooral bij meisjes. Maar dat effect is klein, en wordt vaak volledig gecompenseerd door iets anders: de digitale skills die jongeren opdoen tijdens dat online “gefreewheel”. Die vaardigheden – denk aan informatie zoeken, omgaan met online tools, communicatie – blijken een veel sterkere voorspeller van betere schoolresultaten dan de nadelen van schermtijd.
Wat opvalt: jongens lijken er op dit vlak méér bij te winnen dan meisjes. Vooral via gamen en websurfen ontwikkelen ze digitale vaardigheden die hun lezen en schrijven ondersteunen, waardoor traditionele achterstanden kleiner worden. Voor meisjes zijn de voordelen minder uitgesproken, en soms zelfs afwezig. Dat heeft te maken met hun voorkeur voor sociale media, die blijkbaar minder digitale vaardigheden oplevert dan gamen. Het onderzoek suggereert dus dat schermtijd ongelijk rendeert: afhankelijk van wat jongeren online doen en van bestaande genderpatronen, ontstaan er andere uitkomsten.
En hier zit de interessante invalshoek: we kijken naar schermtijd vaak in termen van verdringing. Elk uur gamen of scrollen zou zogezegd een uur huiswerk of lezen vervangen. Maar deze studie laat zien dat dit een te smalle kijk is. Net zoals buitenspelen vroeger hielp om veerkracht en sociale vaardigheden te ontwikkelen, zo kan ongestructureerd online bezig zijn digitale vaardigheden opleveren die vandaag minstens even relevant zijn.
Toch moeten we voorzichtig zijn met deze conclusies. De studie is – zoals veel onderzoeken in dit thema – cross-sectioneel en kan dus geen oorzakelijke verbanden aantonen: het kan evengoed zijn dat sterke leerlingen ook sneller digitale vaardigheden oppikken. Bovendien komt de steekproef uit één staat in de VS, wat de generaliseerbaarheid beperkt. De data over schermtijd en digitale skills zijn ook zoals vaak gebaseerd op zelfrapportage, terwijl we weten dat jongeren hun eigen mediagebruik niet altijd accuraat inschatten. En vooral: het onderzoek focust uitsluitend op schoolresultaten. Mogelijke negatieve effecten van schermtijd op slaap of mentaal welzijn blijven buiten beeld.
Dat alles neemt niet weg dat de studie een belangrijke nuance toevoegt aan het debat. Misschien is de echte vraag niet hoeveel tijd jongeren op hun scherm doorbrengen, maar wat ze daar precies doen – en hoe we die ervaringen kunnen benutten om digitale vaardigheden te versterken. Want die skills blijken niet alleen belangrijk voor de toekomst, maar ook voor hun schoolresultaten vandaag.
Abstract van het onderzoek:
Concerns about the detrimental effects of screen time on adolescents’ academic achievement are widespread. However, this perspective often overlooks the potential educational benefits of online leisure time, and gender differences in online and offline activities. We examine the relationship between digital media use (social media, video games, etc.), digital skills, and standardized test scores (SAT) in a sample of 2,582 students in grades 8-11. Using path analysis, we find a compensatory mechanism. Like unstructured time spent in-person with peers, time spent on social media has a small, negative, direct relationship to academic achievement. However, unlike time spent in-person, digital activities offset the small, negative relationship to achievement with a larger, positive, indirect relationship through digital skills. Notably, boys benefit more than girls in reading and writing from unstructured digital media use, with little difference in math. This potentially mitigates some gender-based achievement gaps. Gender differences are tied to media preferences and the relationship between different digital activities and different digital skills. These findings challenge the simplistic view that unstructured leisure time spent on digital media is inherently harmful or unproductive. We underscore the need for shifts in policy and parenting practices to recognize the benefits of casual leisure and unstructured time with peers, both online and offline, for learning and development.