Kunnen doorzettingsvermogen en openheid ongelijkheid op school verkleinen? Een beetje

Er wordt vaak gesteld dat schoolsucces niet alleen afhangt van intelligentie, maar ook van wat we “niet-cognitieve vaardigheden” noemen. Denk dan aan zaken zoals doorzettingsvermogen, openheid, sociale vaardigheden,… Een nieuwe internationale studie van Avanesian en Rozhkova (2025) kijkt precies naar hoe dergelijke vaardigheden (het zijn in feite eerder persoonlijkheidstrekken) samengaan met schoolprestaties. Ze gebruikten hiervoor  een gigantische dataset van de OECD (meer dan 44.000 leerlingen in 7 landen) en vroegen zich af: kunnen die niet-cognitieve vaardigheden of persoonlijkheidstrekken de invloed van sociaal-economische achtergrond op schoolsucces verkleinen? Niet onbelangrijk detail: deze data komen uit de OECD Survey on Social and Emotional Skills (SSES) uit 2019, die niet landelijk representatief is maar gebaseerd op steekproeven in een aantal steden, zoals Helsinki, Houston en Bogotá.

Het korte antwoord is:  een beetje. Kinderen uit rijkere gezinnen blijven gemiddeld veel vaker bij de beste 25% van hun klas, ongeacht hun talenten. Maar vaardigheden zoals taakgerichtheid (een soort consciëntieusheid) en openheid bleken wél degelijk een (beetje) verschil te maken, vooral bij leerlingen uit armere gezinnen. Een stijging van één standaarddeviatie in taakgerichtheid verhoogde de kans om bij de top te horen met zo’n 4 procentpunten. Geen mirakeloplossing, maar wel relevant.

Maar de analyses brengen ook verrassingen. Samenwerken en emotionele regulatie, die doorgaans als positief worden gezien, hingen juist negatief samen met hoge prestaties. Bij samenwerking vonden de onderzoekers zelfs een “te-veel-van-het-goede”-effect: een beetje samenwerken helpt, maar té veel gaat ten koste van je eigen leerprestaties. Voor emotionele regulatie zagen ze iets gelijkaardigs: te veel kalmte kan ook leiden tot minder academische ambitie. Dat nuanceert het vaak simplistische discours dat “meer sociaal-emotionele vaardigheden altijd beter zijn.”

Toch blijft de grootste olifant in de kamer de ongelijkheid zelf. Zelfs met dezelfde niet-cognitieve vaardigheden hebben kinderen uit rijke gezinnen gemiddeld meer kans om te excelleren dan kinderen uit arme gezinnen. De onderzoekers concluderen terecht dat zulke vaardigheden belangrijk kunnen zijn, maar dus niet genoeg om sociale ongelijkheid weg te werken. Daarvoor spelen school- en systeemfactoren een veel grotere rol.

Wat leren we hieruit? Dat investeren in niet-cognitieve vaardigheden waardevol kan zijn in de mate dat deze aanleerbaar zijn. Ook is dit dus zeker het geval voor kinderen uit kwetsbare contexten. Tegelijk moeten we onszelf niets wijsmaken: zonder bredere maatregelen tegen ongelijkheid blijven de effecten beperkt. Het is dus niet óf kennis en cognitieve vaardigheden, óf sociaal-emotionele vaardigheden – beide zijn nodig, maar altijd ingebed in een bredere sociale context.

Abstract van het onderzoek:

Academic achievement at school as a crucial determinant of further educational attainment is largely affected by family socio-economic status (SES). Non-cognitive skills may, at least partly, mediate this effect and serve as a promising aim for educational policy in leveling educational inequality. Based on OECD Survey for Social and Emotional Skills (OECD SSES), this paper uses a mixed-effects modeling approach to explore the relationship between non-cognitive skills, SES, and academic achievement for schoolchildren from 8 cities in 7 countries. The results suggest that non-cognitive skills significantly reduce the effect of SES on achievement, although it depends on the differences in country-level socio-economic and cultural context. Task performance and open-mindedness are the most influential non-cognitive skills related to achievement, with the effect being most pronounced among low-SES children. Significant non-linear effects are also observed for collaboration. Overall, our models reveal that while individual student differences account for most of the variance in academic performance, there is a non-trivial proportion of variance explained by non-cognitive skills, particularly among high achievers. This underlines the potential of targeted interventions aimed at developing these skills to foster academic excellence, especially within socio-economically diverse urban environments.

Geef een reactie