Soms lijkt het onderwijs vol te staan met begrippen die iedereen gebruikt, maar waarvan nog maar weinigen zich herinneren waar ze eigenlijk vandaan komen. Scaffolding – of in goed Nederlands: steun op het juiste moment – is daar een mooi voorbeeld van. Sinds Bruner en Wood (ja, diezelfde Bruner van het sociaal-constructivisme) het in de jaren zeventig introduceerden, is het uitgegroeid tot een van de heilige pijlers van effectief lesgeven. In handboeken, beleidsdocumenten en opleidingen duikt het overal op: geef leerlingen precies de juiste hulp, op het juiste moment, en ze leren meer zelfstandig denken en handelen.
Maar hoe sterk is de evidentie daar eigenlijk voor?
Een groep onderzoekers aan onder andere de Universiteit Utrecht, collega’s Nienke Smit, Renske de Kleijn, Jelte Wicherts en Janneke van de Pol, besloot dit uit te zoeken. Niet met een “nieuw model”, maar met iets wat in de onderwijswetenschap nog te weinig gebeurt: een directe replicatie. Ze reconstrueerden het klassieke experiment van David Wood en collega’s uit 1978, dat vaak wordt gezien als het eerste empirische bewijs dat scaffolding werkt.
De toren van Nottingham, opnieuw
Het originele experiment was simpel én briljant: peuters moesten een houten piramide bouwen, bekend als de beroemde Tower of Nottingham, terwijl een volwassene hen begeleidde volgens verschillende instructiestrategieën. De “contingente” aanpak was de sleutel: geef meer hulp als het kind faalt, minder als het slaagt. Wood vond toen dat kinderen die zulke begeleiding kregen veel beter presteerden dan leeftijdsgenootjes die enkel demonstraties of mondelinge uitleg kregen.
De Utrechtse onderzoekers reconstrueerden het hele experiment, inclusief houten blokken, protocollen en instructieregels, maar deden het met 285 kinderen in plaats van 32, meerdere tutoren in plaats van één, en volgens hedendaagse open-science-standaarden: pre-registratie, video-analyse, onafhankelijk gecodeerde data, en alle materialen vrij beschikbaar op OSF.
En… het effect bleef uit
De uitkomst was even verrassend als belangrijk: ze konden het oorspronkelijke effect niet repliceren.
Kinderen die “contingente” begeleiding kregen, presteerden niet beter dan kinderen in de andere condities. Ze bouwden niet sneller, niet beter, en niet zelfstandiger. De onderzoekers konden aantonen dat de tutors de regels net zo goed volgden als in het oorspronkelijke experiment, en dat alle andere condities netjes overeenkwamen. Alleen het spectaculaire effect van 1978 bleef uit.
Dat klinkt als slecht nieuws, maar het is eigenlijk goed nieuws en broodnodig! De resultaten tonen dat wat we al bijna vijftig jaar als evident aannemen, misschien te simplistisch is. “Meer hulp na falen, minder na succes” is een te smalle definitie van contingentie. In werkelijkheid gaat het om iets rijkers: voortdurend inschatten waarom een leerling faalt, wat die nodig heeft, en hoe dat moment past in een bredere context van motivatie, aandacht en begrip.
Waarom dit ertoe doet
Replicaties als deze helpen het onderwijs vooruit, juist omdat ze nuance brengen. De studie leert ons dat scaffolding niet mag herleid worden tot een algoritme van “meer of minder hulp”. Onderwijscontext, individuele verschillen en interactiepatronen spelen mee.
Dat betekent niet dat scaffolding “niet werkt”, wel dat het werkt anders dan we dachten. Wat effectieve tutoren doen, is niet simpelweg reageren op succes of falen, maar voortdurend oordelen, voorspellen, en afstemmen. Dit is een vorm van professionele gevoeligheid die moeilijk in experimentele regels te vatten is.
En misschien is dat precies wat goed lesgeven zo moeilijk én zo mooi maakt.
Interessant. Dat terwijl het principe van ‘scaffolding ‘ zo logisch aanvoelt.
Zouden er zo nog méér standaard-technieken ‘debunked’ kunnen worden?
Het is niet per se ‘debunken’ eerder nuanceren, denk ik. Zie bijvoorbeeld ook: https://theeconomyofmeaning.com/2024/04/09/a-study-on-spaced-retrieval-practice-delivers-more-questions-than-answers/
Pingback: Effect van autonomie op leerprestaties in nieuwe TIMSS-analyse
Pingback: Luchtkwaliteit en inclusief onderwijs – Teacher Tapp Nederland
Pingback: Effectieve didactiek vs evidence-informed, een tegenstelling?