Wie al wat langer meedraait in de wereld van onderzoek, zal misschien iets van déjà vu voelen bij deze post. De voorbije jaren waaide de zogenaamde replicatiecrisis door de psychologie, en dat liet behoorlijk diepe sporen na. Klassieke bevindingen bleken moeilijk te herhalen. Methodologische zwaktes kwamen aan het licht. En sommige ‘grote namen’ bleken vooral goed in storytelling. Stuart Ritchie beschreef dat messcherp in Science Fictions: wetenschap is een menselijk systeem, en dus even feilbaar als de mensen die haar bedrijven.
Nu, een of twee vogels maken de lente of in dit geval de crisis niet, maar misschien is nu onderwijsonderzoek aan de beurt? Het was iets dat in verschillende gesprekken die ik had de voorbije week in binnen- en buitenland ter sprake kwam. De replicatiestudie van mijn Utrechtse collega’s over scaffolding liet zien dat een van de meer geciteerde experimenten uit de onderwijswetenschap van Wood et al. (1978) niet zomaar te herhalen is. Hun conclusie was voor alle duidelijkheid niet dat scaffolding “niet werkt”. Wel tonen de onderzoekers dat de oorspronkelijke evidentie wankeler is dan we dachten. Dat is belangrijk, want het begrip is intussen een heilige pijler geworden in opleidingen, handboeken en beleidsdocumenten.
Natuurlijk betekent één replicatiestudie geen crisis op zich. Replicatie is in het onderwijs trouwens een pak complexer dan in een labcontext. Maar het dwingt ons wel om scherper te kijken naar wat we als ‘vaststaand’ beschouwen.
Het deed me terugdenken aan een eerdere post die ik schreef over onderzoek naar gespreide herhaling en retrieval practice. Dit zijn twee van de meest robuuste leerprincipes ooit, maar zelfs daar levert echt klaslokaalonderzoek soms meer vragen dan antwoorden op. Dit alles sluit aan bij wat ik eerder al schreef over de toestand van replicatie in de onderwijswetenschap: we doen het iets beter dan vroeger, maar het blijft fragiel.
Toch denk ik niet dat dit een reden tot wanhoop is. Misschien is een kleine crisis precies wat we nodig hebben, ook al zou het bijvoorbeeld mijn verschillende jobs een pak moeilijker maken. Want wat de psychologie de voorbije tien jaar geleerd heeft, is dat een crisis ook een kans kan zijn: voor betere data, transparantere methoden, preregistratie, open datasets, en minder snelle claims. Onderwijsonderzoek zou daar baat bij hebben, ook al merk ik dat we gelukkig zonder crisis ook al verschillende van deze zaken gaandeweg overnemen.
We staan immers voor een paradox: aan de ene kant verwachten beleidsmakers en leraren duidelijke antwoorden (“Wat werkt?”), aan de andere kant weten we dat de meeste effecten contextafhankelijk zijn, klein van omvang, en vaak niet of nauwelijks gerepliceerd. Dergelijke verbeterde wetenschap zal minder catchy slogans opleveren, maar meer betrouwbare kennis op de lange termijn.
Beste Pedro – Dit begint op een persoonlijke moral panic bij jou te lijken. Dat 1 interventiestudie ui 2023 over space retrieval van Higham c.s. uit 2023 anders uitpakt dan verwacht betekent niet dat ordners artikelen en honderden studie niet kloppen. Kijk naar het recente artikel van John Sweller over hoe discrepanties bij onderzoek leidde tot een sterkere basis voor CLT. Dit is wetenschap en af en toe komt het – voor wat voor reden dan ook – anders uit, maar dat is geen reden voor panic, hoe genuanceerd jij het probeert over te brengen 🙂
Dag Paul,
uit gesprekken met wetenschappers de voorbije weken is er potentieel meer. En… het is geen paniek, integendeel als je de post goed leest.
Pingback: Is een crisis in onderwijsonderzoek precies wat we nodig hebben?
Pingback: Evidence-informed & de complexiteit van de praktijk - Vernieuwenderwijs