Het idee dat intelligentie vooral in de genen zit, is hardnekkig. Sommige mensen lijken nog steeds te denken dat je IQ vastligt bij de geboorte. Dan is het alsof het een soort intern serienummer is dat je levenslang met je meedraagt. Maar zoals we in Bijna alles wat je moet weten over psychologie ook uitleggen: het oude debat tussen nature en nurture is al een tijdje voorbij. De realiteit is complexer. Onze aanleg bepaalt mee wat mogelijk is. Maar om dat potentieel te ontwikkelen, speelt de omgeving een enorme rol. En onderwijs hoort daarbij tot de krachtigste invloeden.
Een nieuwe studie die ik via Gerard Govers vond, illustreert dat mooi. Jared Horvath en Katie Fabricant verzamelden álle beschikbare gegevens van eeneiige tweelingen die apart zijn opgegroeid, 87 paren in totaal, en keken niet enkel naar hun IQ-scores, maar ook naar hun schoolloopbaan. Dat is opvallend, want in veel klassiek tweelingenonderzoek werd scholing nauwelijks meegewogen. Dit terwijl we intussen wél weten dat onderwijs het IQ kan beïnvloeden.
De onderzoekers deelden de tweelingen in drie groepen:
- die met vergelijkbare schoolervaring,
- die met wat verschil, en
- die met sterk uiteenlopende scholing.
Het resultaat was duidelijk: tweelingen die ongeveer hetzelfde onderwijs genoten, verschilden gemiddeld maar 5,8 IQ-punten van elkaar — zowat even weinig als tweelingen die samen opgroeien. Maar bij paren met erg verschillende schoolachtergronden liep dat verschil op tot 15 punten.
Met andere woorden: hoe meer de schoolervaring uit elkaar liep, hoe groter het IQ-verschil werd. Zelfs genetisch identieke mensen blijken dus niet immuun voor de invloed van onderwijs, zowel ten goede als ten kwade.
Horvath en Fabricant trekken er een interessante conclusie uit: als onderwijs zulke grote verschillen kan verklaren bij mensen met exact hetzelfde DNA, dan is het dus echt hoog tijd om voorzichtiger om te gaan met grote uitspraken over de erfelijkheid van intelligentie. Zoals ik al schreef in de intro: het is niet óf nature óf nurture, maar de manier waarop ze elkaar voortdurend beïnvloeden.
En dat is tegelijk goed nieuws voor leraren, leerlingen en beleidsmakers. Want het betekent dat leren, onderwijzen en kansen creëren echt uitmaken. We kunnen mensen slimmer maken, letterlijk.