Kleuteronderwijs: een beroep dat draait op sterke schouders volgens TALIS 2024

Wie vandaag met kleuters werkt, hoeft geen internationaal rapport om te weten dat het werk zwaar, complex en betekenisvol is. Maar af en toe komt er een studie voorbij die dat niet alleen bevestigt, maar ook verrassend precies in beeld brengt. Vandaag verscheen TALIS Starting Strong 2024 en dat is zo’n rapport: een stevige röntgenfoto van het kleuteronderwijs in Vlaanderen, mét contrastvloeistof. En het resultaat is helder, soms geruststellend, soms ongemakkelijk. Net zoals bij een foto heb je wel dokters nodig om soms te begrijpen wat je ziet.

1. Een bijna volledig vrouwelijk beroep, en toch minder vrouwen aan het roer

Dat het kleuteronderwijs vervrouwelijkt is, wisten we al. Maar hoe sterk, blijft opvallend: 96,4% van de Vlaamse kleuterleraren is vrouw . Daarmee zitten we boven het Europese gemiddelde van 93%. Maar dan volgt de onverwachte draai: bij de schoolleiders zakt dat percentage naar 74,5%, terwijl andere landen net een veel gelijker patroon kennen.

Je hoeft geen grote socioloog te zijn om hier de vraag te stellen die al decennia meespeelt: Waarom geraken vrouwelijke leraren zo veel moeilijker in leidinggevende posities? Het rapport geeft geen oorzaken, maar de cijfers spreken voor zich.

2. De grote middenmoot: ervaren, honkvast en weinig doorstroming

De gemiddelde Vlaamse kleuterleraar is 41,6 jaar, wat jonger is dan het Europese gemiddelde, maar dat blijkt niet door een jonge instroom te komen. Integendeel: het percentage leraren jonger dan 30 is exact hetzelfde als het Europees gemiddelde.

Wat wél opvalt:

  • Vlaanderen heeft een grote middengroep (30–49 jaar) die het systeem draagt.

  • 36,4% van het korps heeft meer dan 20 jaar ervaring – de hoogste score van alle vergelijkingslanden.

  • Leraren blijken extreem honkvast: gemiddeld 13,9 van hun 17,1 jaren ervaring brengen ze door in dezelfde school .

Dat is goed nieuws voor stabiliteit, maar tegelijk een alarmsignaal voor toekomstig verloop. Als deze grote middengroep straks tegelijk richting uitgang gaat, komt er een stevige personeelstekort op ons af, al kan dat wel deels eerst samengaan met een enorme dip in de geboortecijfers. Maar ik vermoed dat dit er vooral net na zal komen. Let wel: op dit vlak heb ik geen glazen bol.

3. De Vlaamse keuze voor één profiel en voor relatief weinig ondersteuning

Eén van de meest opvallende bevindingen in het rapport is hoe “monoprofessioneel” ons kleuteronderwijs georganiseerd is. 82,9% van het personeel is kleuteronderwijzer, terwijl in andere landen veel meer gewerkt wordt met grotere en gedifferentieerde teams. Kinderverzorgers zijn in Vlaanderen goed voor 8,7%, tegenover gemiddeld 32% in de EU-7.

  • Vlaanderen sterk leunt op één professioneel profiel.

  • Ondersteunende functies vergeleken met het buitenland relatief zeldzaam zijn.

  • De leraar in Vlaanderen veel taken alleen draagt die elders over verschillende rollen verdeeld worden.

Het verklaart deels waarom werkdruk hier zo vaak genoemd wordt. En het roept tegelijk een ongemakkelijke vraag op: verwachten we niet te veel van één mens?

4. Een systeem dat draait… maar op de toppen van de tenen

TALIS is geen tevredenheidsenquête, maar zoomt wel in op jobtevredenheid, stress en welzijn. En daar blijft iets hangen wat ook in de eerdere Vlaamse TALIS rapporten terugkomt: een combinatie van sterke betrokkenheid en hoge belasting.

Kleuterleraren:

  • werken veel uren (voltijdsen meer dan een voltijdse werkweek),

  • rapporteren hoge stress. En dit niet alleen door gedrag, maar ook door administratie, communicatie en verwachtingen,

  • maar blijven tegelijk een opvallend hoge beroepsidentiteit hebben.

Het is de paradox van het onderwijs in één zin: ze houden van hun werk, maar het werk houdt niet altijd evenveel rekening met hen.

5. Waar Vlaanderen wél in uitblinkt

Tussen alle bezorgdheden door toont het rapport ook drie sterke punten:

  1. Professionele stabiliteit: weinig verloop, veel expertise.

  2. Consistente pedagogische inzet: Vlaamse leraren rapporteren relatief hoge frequenties van taal-, reken- en sociaal-emotionele activiteiten.

  3. Sterke samenwerking en schoolcultuur: de cultuur van overleg en besluitvorming scoort goed en ligt vaak hoger dan het EU-gemiddelde.

Het zijn elementen die vaak onder de radar blijven, maar essentieel zijn voor kwaliteit.

Wat nu?

Zoals ik al aankondigde in de inleiding geeft een dergelijk rapport geen kant-en-klare beleidsoplossingen. TALIS is een thermometer, geen medicijn. Maar wie de cijfers leest, ziet drie uitdagingen die niet genegeerd kunnen worden:

  • De genderkloof in leiderschap is structureel en verdient aandacht.

  • De werkdruk en taakopbouw van het Vlaamse kleuteronderwijs zijn internationaal atypisch.

  • De grote middengroep zal binnen een decennium zorgen voor een uitstroomgolf die vandaag nog te weinig op de radar staat.

En tegelijk: we beschikken over een ervaren, betrokken en stabiel personeelsbestand dat kwaliteit wil leveren. De vraag is vooral hoe we die mensen houden, ondersteunen en versterken. Het rapport legt geen schuld, maar toont waar de sterktes én de uitdagingen zitten. Dat is nuttig. Maar minstens even belangrijk: het toont ook waar de veerkracht zit.

Geef een reactie