Cool is zelden braaf en vice versa

Wie onderwijs en psychologie volgt – en ja, als je vaak deze blog leest, heb ik het dus over u -, weet dat sommige onderzoeksvragen bijna speels klinken, maar toch iets wezenlijks blootleggen. De British Psychological Society had onlangs zo’n voorbeeld in hun Digest, met de veelzeggende titel So you want to be cool. Het stuk verwees naar een nieuwe, omvangrijke studie van Todd Pezzuti en collega’s waarin bijna zesduizend mensen uit dertien landen werd gevraagd iemand te nomineren die ze cool vinden, of net niet, en iemand die ze goed vinden, of net niet. Een eenvoudige vraag, maar met verrassend robuuste antwoorden.

Wat blijkt? Cool en goed overlappen, maar niet op de manier die we soms intuïtief zouden vermoeden. Cool zijn blijkt zo niets met vriendelijkheid of zorg te maken te hebben, wellicht is dat zo COVID-periode. De onderzoekers tonen dat coolheid wereldwijd gekoppeld wordt aan zes eigenschappen: extraversie, hedonisme, macht, avontuur, autonomie en openheid. Niet bepaald de checklist die je krijgt bij een schoolproject over burgerschap. En wat mij vooral opvalt: dit patroon duikt bijna identiek op in Australië, India, Turkije, Spanje, Nigeria, de VS en China. Je zou verwachten dat cultuur hier het verschil maakt, maar cool blijkt, raar maar waar, behoorlijk stabiel over continenten heen.

De andere kant van het verhaal is minstens even interessant. De eigenschappen die we namelijk typisch associëren met ‘goede’ mensen zoals warm, rustig, gewetensvol, zorgzaam, veilig, traditioneel, conformerend,… scoren systematisch lager bij de zogenaamde ‘coolen’ onder ons. Capabel zijn is de enige trek die zowel cool als goed is, al helpt dat weinig om het onderscheid te begrijpen. Een coole persoon is dus zelden de brave persoon. Eerder een figuur die avontuur niet schuwt, grenzen aftast en zijn of haar eigen koers vaart. In de BPS Digest wordt het mooi samengevat: cool is geen synoniem voor positief, maar een apart soort sociaal label.

Dat het onderzoek deze verschillen zo scherp kan aanwijzen, komt omdat de auteurs niet alleen keken naar wat mensen fijn vinden, maar naar wat mensen cool vinden. Dat onderscheid blijkt cruciaal. Niet elke goede persoon is cool, en niet elke coole persoon is goed. Dat klinkt banaal, maar het is empirisch best lastig om te vangen. Het helpt dat deze studie degelijk is opgezet: grote steekproeven, preregistratie, vertalingen met back-translation, en een combinatie van persoonlijkheidsschalen en waardenvragenlijsten. Alsof dat nog niet genoeg was, deden de auteurs ook meerdere replicaties en controle-experimenten. Zelfs wanneer proefpersonen mensen moesten nomineren die “meer cool dan de gemiddelde persoon” of “minder goed dan de gemiddelde persoon” waren, bleef het patroon overeind.

Maar waarom zijn dit precies de eigenschappen die overal als cool worden gezien? De auteurs suggereren dat coolheid misschien een soort parallelle statuslogica vormt. Niet status door zorgzaamheid of betrouwbaarheid, maar door durf, autonomie en vernieuwing. In informatiemaatschappijen, waar creatieve afwijkingen vaak meer opleveren dan brave conformiteit, is dat niet eens zo’n gekke gedachte. Coolheid wordt dan een sociaal signaal dat je niet alleen anders bent, maar ook de ruimte hebt om anders te durven zijn.

Wie in een middelbare school rondloopt, of op sociale media kijkt, zal veel herkennen. De stille, vriendelijke leerling is respectabel, maar niet per se cool. De extraverte, avontuurlijke figuur wel. En dat laatste lijkt dus niet louter een Westers cliché, maar iets dat mensen wereldwijd herkennen.

Zoals altijd zit er ook een kanttekening in dit soort onderzoek. Het gaat om percepties, niet om objectieve eigenschappen. Bovendien is coolheid context- en subcultuurgebonden. Een punker, een influencer en een jazzmuzikant kunnen elk iets anders cool vinden. Toch is het opvallend hoe stabiel het globale patroon is. Het onderzoek laat zien dat coolheid geen willekeurige trend is, maar een sociaal construct dat zijn eigen logica volgt.

Of je er iets aan hebt als je morgen beslist cool te willen zijn, is een andere vraag. De studie leert vooral dat coolheid iets anders beloont dan goedheid. En dat de spanning tussen die twee misschien net is wat dit thema zo fascinerend maakt.

Geef een reactie