Bewustzijn is geen geheim genootschap (of ook: Dan Brown leest vlot. Bewustzijnsonderzoek is interessanter)

Ik ben recent begonnen in het meest recente boek van Dan Brown. Zoals altijd weet hij wetenschap, mysterie en grote woorden over bewustzijn vlot te mengen tot iets wat leest als dit zou wel eens waar kunnen zijn. Een van die woorden is noëtisch. Dit is het idee dat bewustzijn meer is dan hersenactiviteit alleen, en misschien zelfs een eigen kracht heeft. Dat soort claims leest spannend, maar ze maken me tegelijk extra nieuwsgierig. Want wat gebeurt er eigenlijk in het echte wetenschappelijk onderzoek naar bewustzijn. En dan liefst zonder geheime genootschappen of verborgen manuscripten?

Twee recente wetenschappelijke artikelen geven daarop een veel nuchterder, maar eigenlijk interessanter antwoord.

Het eerste onderzoek, van Newen en Montemayor, vertrekt vanuit een eenvoudige maar vaak vergeten vraag: wat doet bewustzijn eigenlijk, evolutionair gezien? Zij stellen dat we bewustzijn niet als één ding moeten zien, maar als een gelaagd geheel. Ze onderscheiden een basale vorm van bewustzijn, ze noemen het basic arousal, die fungeert als alarmsysteem: pijn, honger, angst. Die vorm is evolutionair oud en kan zelfs zonder cortex bestaan. Daarbovenop komt een tweede laag: alertheid, waarbij aandacht, leren en flexibel gedrag mogelijk worden. Pas in een derde stap verschijnt zelfbewustzijn, maar dat is volgens hen geen aparte “magische” vorm. Het is gewone alertheid, gericht op jezelf, met metacognitie als inhoud. Hun punt is scherp: bewustzijn is functioneel, geëvolueerd en biologisch verklaarbaar, zonder het mysterie weg te poetsen maar ook zonder het mystiek te maken.

Het tweede artikel, een opinie over bewustzijn bij vogels, sluit daar verrassend goed bij aan. Maldarelli en Güntürkün laten zien dat vogels gedragingen vertonen die sterk lijken op bewuste waarneming en zelfs vormen van zelfbewustzijn. Niet ondanks, maar juist zonder een zoogdiercortex. In experimenten correleert activiteit in specifieke vogelhersengebieden met wat een vogel rapporteert te zien, niet met wat er objectief wordt aangeboden. Dat is precies wat we bij mensen als een mogelijke marker van bewustzijn gebruiken. Ook klassieke testen voor zelfbewustzijn, zoals de spiegeltest, blijken te grof: vogels falen die soms, maar tonen in ecologisch realistische situaties wel degelijk dat ze zichzelf van anderen kunnen onderscheiden. De conclusie is geen spectaculaire onthulling, maar een rustige verschuiving: bewustzijn lijkt gradueel, contextafhankelijk en niet gebonden aan één specifieke hersenarchitectuur.

Samen doen deze twee studies iets wat Dan Brown bewust níét doet. Ze maken bewustzijn niet mysterieus door het los te zingen van biologie, maar juist interessanter door het serieus te nemen als geëvolueerde functie. Geen noëtische krachten, geen verborgen lagen van de werkelijkheid. Ze brengen wel een complex, gelaagd fenomeen dat meer doet dan vaak wordt aangenomen. Misschien minder spectaculair. Maar wetenschappelijk gezien een stuk steviger.

Een gedachte over “Bewustzijn is geen geheim genootschap (of ook: Dan Brown leest vlot. Bewustzijnsonderzoek is interessanter)

  1. Pingback: Bewustzijnsonderzoek wordt zelfbewust: veel theorie, weinig tests

Geef een reactie