Het is een opmerking die ik de voorbije jaren al meer dan eens hoorde van leerkrachten of zag opduiken in resultaten van Teacher Tapp. Niet als grote theorie of dramatische analyse, maar gewoon als observatie uit de klas:
“Sinds corona lijkt het alsof sommige leerlingen meer moeite hebben om op te letten.”
“Het duurt langer voor iedereen mee is.”
“Ze raken sneller afgeleid.”
Met zulke indrukken moet je altijd voorzichtig zijn. Onderwijs heeft een lange geschiedenis van verhalen over hoe het vroeger beter was. Maar tegelijk kan het ook wel degelijk het geval zijn dat er dingen veranderd zijn. En af en toe verschijnt er onderzoek dat minstens probeert te begrijpen waar dat gevoel vandaan kan komen.
Een recente studie in Child Development van Eleanor Johns en collega’s volgde 139 kinderen tussen ongeveer 2,5 en 6,5 jaar. De onderzoekers keken naar hun executieve functies: vaardigheden zoals aandacht sturen, regels onthouden, impulsen onderdrukken en flexibel omgaan met veranderende opdrachten. Dat zijn precies de cognitieve vaardigheden die in een klas voortdurend gevraagd worden.
De studie deed iets wat in dit soort onderzoek niet altijd gebeurt. De onderzoekers gebruikten longitudinaal meerdere jaren lang dezelfde test. Daardoor konden ze beter zien hoe die vaardigheden zich ontwikkelen doorheen de vroege kindertijd.
Zoals te verwachten, gaan executieve functies er in die jaren duidelijk op vooruit. Peuters worden kleuters en kleuters worden leerlingen. Tegelijk blijven er duidelijke verschillen tussen kinderen bestaan. Kinderen die al vroeg relatief sterk zijn in die vaardigheden blijven gemiddeld ook later sterker.
Maar de studie kreeg een onverwachte extra dimensie. Het onderzoek liep al toen de pandemie begon. Daardoor konden de onderzoekers ook kijken naar het effect van COVID-19 op de ontwikkeling van die vaardigheden, ook al zaten alle kinderen in die situatie en was er natuurlijk geen controlegroep. Maar toch…
Daaruit kwam namelijk een interessant verschil. Kinderen die al in hun eerste jaar van de lagere school zaten toen de eerste lockdown begon, vertoonden later een tragere groei in executieve functies dan kinderen die toen nog in de voorschoolse fase zaten. >
Een mogelijke verklaring is dat net die overgang naar school een periode is waarin routines, klasstructuur en interactie met leeftijdsgenoten belangrijk zijn voor de ontwikkeling van zelfregulatie. Wanneer die plots wegvallen, kan dat een effect hebben.
Je moet zulke resultaten natuurlijk voorzichtig interpreteren. Het gaat om één studie met een beperkte steekproef. Bovendien spelen er veel factoren tegelijk: thuissituatie, stress, schoolsluitingen, minder sociale interactie.
Maar het helpt misschien wel om iets te begrijpen wat leerkrachten soms intuïtief beschrijven. Wanneer leerlingen vandaag meer moeite hebben om hun aandacht vast te houden, instructies te volgen of zichzelf weer bij de les te brengen, dan kan dat te maken hebben met vaardigheden die net in die jaren sterk in ontwikkeling waren.
En voor een hele generatie kinderen verliepen die jaren simpelweg anders dan normaal.
Hoi Pedro, dank je wel voor het delen van deze info!
In onze teamkamer vroegen we ons af in hoeverre telefoonfabrikant, van zowel ouders als kinderen zelf, een rol kan spelen? Zorgen minder/slechtere communicatie met ouders en meer schermtijd ook voor veranderend gedrag en verminderde concentratie?
Weet jij of daar onderzoek naar is gedaan?
Groet!
Morgen uitgebreid antwoord op deze blog!
Pingback: Heeft smartphonegebruik ouders invloed op aandacht kinderen?
Pingback: Hoe gelukkig is de leraar met zijn werk? – Teacher Tapp Nederland