Rationeel denken leren ≠ beter leren argumenteren

Soms lees je een studie die eigenlijk niets nieuws zegt en tegelijk alles nog eens scherp stelt. Dit is er zo eentje. Johanna Grimm en Tobias Richter keken of je studenten “rationeler” kunt leren denken. Kort gezegd: bij het reageren ga je minder vertrouwen op intuïtie en meer systematisch nadenken. Hopelijk ga je ook beter omgaan met denkfouten. Dit alles gebeurde via een korte training van slechts een twintigtal minuten, waarin de deelnemers uitleg kregen over biases en ook oefeningen moesten doen. Het resultaat? Studenten werden effectief beter in rationeel denken. Niet echt een groot effect, maar wel duidelijk. Tot zover niets spectaculairs. Maar dan komt het interessante stuk.

De onderzoekers keken ook of die verbetering doorwerkt naar iets wat er sterk mee verwant lijkt: het beoordelen van argumenten. Kunnen studenten na zo’n training beter inschatten of een redenering klopt? Het antwoord? Nee, of toch niet meer dan studenten die een totaal andere training kregen. Beide groepen gingen er wat op vooruit, waarschijnlijk door oefening. Maar de groep die expliciet getraind werd in rationeel denken deed het niet beter dan de controlegroep.

Dat is op zich geen spectaculair resultaat, maar wel een interessant. Omdat het bijna letterlijk illustreert wat we jaren geleden al schreven in Jongens zijn slimmer dan meisjes. Veel vaardigheden zijn minder generiek dan we denken. Ze zitten vast aan context, aan inhoud, aan het soort taken dat je oefent. Je wordt beter in wat je doet, maar dat betekent niet dat die verbetering zomaar doorsijpelt naar andere situaties.

In Juffen zijn toffer dan meesters hebben we dat verder uitgewerkt rond transfer. Het idee dat als je A leert, je automatisch ook beter wordt in B. Zeker wanneer A en B op elkaar lijken. Alleen: dat gebeurt zelden vanzelf. Transfer moet je bijna altijd expliciet organiseren.

Wat deze studie toont, is hoe hardnekkig dat probleem is. Zelfs wanneer de afstand klein is. Rationeel denken en argumentevaluatie liggen niet zo ver uit elkaar, maar toch blijft de transfer uit. Je kan dat teleurstellend vinden, maar eigenlijk is het vooral verhelderend. Die training doet wel iets. Studenten worden beter in precies datgene wat ze oefenen. Alleen niet in alles wat er een beetje op lijkt.

Als je wil dat leerlingen beter worden in het beoordelen van argumenten, dan moet je dat ook oefenen. Niet één keer, niet los van inhoud, maar in verschillende contexten en met echte voorbeelden. Het komt er niet zomaar bij omdat je ergens anders “kritisch denken” hebt aangepakt.

Geef een reactie