Dit is zo’n studie waarbij je eerst denkt: ja, dat weten we toch al. En toch loont het de moeite om even trager te lezen. Guixia Wang en haar collega’s analyseerden PISA-data van meer dan 400.000 leerlingen in 53 landen. Hun vraag was op zich eenvoudig: hoe hangt prestatiemotivatie samen met schoolgerelateerde angst? Het antwoord is dat ook.
In 49 van de 53 landen geldt: hoe hoger de prestatiemotivatie, hoe hoger ook de angst. Geen klein effect in één context, maar een patroon dat zich bijna wereldwijd herhaalt. PISA-data laat geen causaliteit doe, maar dit is opvallend.
Het schuurt een beetje met hoe we soms over motivatie praten in onderwijs. We willen ze verhogen, aanwakkeren, versterken. Ambitie is goed. Doelen stellen is goed. Het beste uit jezelf halen is goed, want je weet wel: hoge verwachtingen. Maar deze studie laat zien dat die redenering maar een deel van het verhaal vertelt.
Wat het interessanter maakt, is dat de relatie niet overal even sterk is. In meer collectivistische contexten – waar verwachtingen van familie of groep sterker doorwegen – is de link tussen motivatie en angst duidelijk sterker. In meer individualistische contexten is die zwakker. De verklaring ligt voor de hand. Als presteren niet alleen iets van jou is, maar ook iets van “ons”, dan wordt falen zwaarder. De inzet blijft dezelfde, maar de druk neemt toe.
Tot zover de studie. Maar hier wordt het pas echt interessant. Want als je door een zelfdeterminatietheoretische bril kijkt, dan wringt er iets in hoe “motivatie” hier gebruikt wordt. Wat meten Wang en collega’s eigenlijk? Items zoals “ik wil de beste zijn” en “ik wil topresultaten halen”. Dat is geen neutrale vorm van motivatie. Dat is motivatie die sterk leunt op vergelijking, competitie en presteren.
Met andere woorden: dit zit dichter bij gecontroleerde of ego-gedreven motivatie dan bij autonome motivatie. En dan wordt de uitkomst plots minder verrassend. Als motivatie gevoed wordt door druk – van jezelf, van anderen, van verwachtingen – dan is het niet onlogisch dat angst mee stijgt. Niet omdat motivatie op zich problematisch is, maar omdat de vorm ervan dat kan zijn.
Dat is ook waar de studie voor mij iets te snel gaat. Ze toont overtuigend dat er een relatie is tussen prestatiemotivatie en angst, en dat cultuur die relatie beïnvloedt. Maar ze maakt minder scherp onderscheid tussen verschillende soorten motivatie. Terwijl net daar een belangrijk deel van de verklaring zit.