Mijn boek ‘De Schaduw van de Raaf’ heeft geen boodschap. En dat was de bedoeling.

Toen ik, als in een heerlijke koortsdroom, begon met schrijven aan “De Schaduw van de Raaf” besefte ik al snel dat ik een keuze zou moeten maken. Niet over de plot, niet over de personages, maar over iets nog fundamentelers: wat wil ik dat een lezer meeneemt als het boek uit is?

Het antwoord dat ik zonder verpinken gaf, is mogelijk onverwacht voor een jeugdboek van een pedagoog: namelijk niets. Of preciezer: niets dat ik zelf bepaal.

Dat klinkt misschien provocerender dan het is. Ik bedoel niet dat het boek leeg is, of dat er geen lagen in zitten. Integendeel. Maar ik heb er bewust geen moraal of boodschap ingebouwd. Max en Joris worden aan het einde niet wijzer over het leven. Mila leert geen les over vriendschap. Oom Charles geeft geen speech over wat echt telt. Ze lossen een mysterie op, krijgen meer vragen dan antwoorden, en gaan hopelijk naar huis. Nee, hier verklap ik geen spoilers mee.

Jeugdliteratuur wordt vaak beoordeeld op haar boodschap, op de waarden die ze overdraagt, op wat kinderen ervan leren. Dat ik dat niet doe, is een bewuste keuze. Je moet het niet zien als een vorm van stille rebellie, maar een standpunt over wat een verhaal ook mag zijn.

Jaren geleden kreeg ik een brief van een leerkracht na een lezing in Utrecht. Ze mailde me niet als docente, maar als moeder. Ze klaagde dat ze geen boeken vond voor haar 13-jarige zoon, die nochtans graag las. Maar alle boeken voor zijn leeftijd waren, dixit de zoon, ‘voor meisjes en gaan enkel over miserie’. Ik herkende dit bij een van mijn eigen kinderen die nu noodgedwongen in het Engels leest.

Dit alles heeft me getriggerd en ik bracht het ter sprake in de Taalraad waarin ik zetel. We belden met inkopers van bibliotheken, met uitgevers. En wat bleek: het is inderdaad zo dat er heel weinig voor die doelgroep uitkomt. Een uitgeefster vertrouwde me toe: maar er schrijft ook niemand meer zulke boeken. Nee, ik heb me toen niet voorgenomen er een zelf te schrijven. Maar toen ik in december 2024 plots een idee kreeg voor een boek, was het meteen zo’n boek.

Een kind dat leest voor het plezier van het lezen, zonder dat er achteraf een gesprek over waarden volgt, doet iets wat onderwijs zelden toelaat: het ervaart iets zonder dat er meteen iemand staat om het te duiden. Dat is niet niks.
De Schaduw van de Raaf heeft wel degelijk lagen. Er zijn verwijzingen naar onder veel andere Poe en Hitchcock, naar Douglas Adams en Agatha Christie, naar een Casablanca-gevoel en een Emma Peel-logica. Wat het boek anders maakt dan de boeken waar ik als kind van genoot, is het meta-niveau. En wie van nummers houdt, die pas betekenis krijgen als je ze samen ziet, amuseer je! Maar al die lagen liggen er voor de lezer die ze wil zien, niet als verplichte doorgang naar een inzicht dat ik vooraf heb bepaald.

Mijn zoon in het boek, of was het mijn echte zoon die model stond voor het kritische personage in de tussenhoofdstukken, formuleert het scherpst als hij vraagt of er verliefdheden in zullen zitten, mentale breakdowns, ouders die scheiden. Ik zei nee. Hij knikt. “Ik wil gewoon spannende boeken lezen. Niet meer, niet minder.”

Dat is ook een boodschap, besef ik nu. Maar het is er een die niet van mij komt.

Wil je zelf ontdekken hoe het boek dan leest? Dinsdag 2 juni komt het boek uit!

Geef een reactie