Sneller voor de klas, maar ook sneller weer weg?


Vorige week kreeg ik al verschillende journalisten aan de lijn, en een van de thema’s was het lerarentekort. Een thema dat misschien de komende tijd iets milder zou kunnen worden door demografische ontwikkelingen. Maar neem van me aan dat het tekort nog steeds veel scholen (en directies) parten speelt. Dit blijft wereldwijd een uitdaging, en dus worden er vaak nieuwe manieren gezocht om mensen sneller voor de klas te krijgen. Denk daarbij aan zij-instroom en andere verkorte trajecten. Dat is begrijpelijk: als je te weinig leraren hebt, wil je de toegang tot het beroep niet onnodig moeilijk maken. Maar er zit mogelijk ook een addertje onder het gras…

Een nieuwe Amerikaanse studie van Shuai Li keek naar beginnende leraren die of via een traditionele lerarenopleiding of via zo’n alternatieve route in het onderwijs terechtkwamen. Daarvoor gebruikte de onderzoeker verschillende grote, Amerikaanse representatieve datasets.

Wat blijkt? Leraren die via een alternatieve route instroomden, voelden zich bij de start duidelijk minder goed voorbereid op het beroep. Dit is niet helemaal onlogisch. Dat patroon dook trouwens op in verschillende cohorten. Het ging daarbij, voor alle duidelijkheid, niet om een vaag gevoel van onzekerheid, maar om behoorlijk concrete zaken zoals klasmanagement en differentiatie. Zaken waar veel beginnende lesgevers mee worstelen, maar deze groep nog relatief meer.

En dan komt de volgende stap. Dat gevoel van onvoldoende voorbereid te zijn, bleek namelijk vervolgens samen te hangen met een sterkere intentie om van school te veranderen of – en dat is ook herkenbaar – zelfs het onderwijs te verlaten. Het is belangrijk te beseffen dat de opleidingsroute zelf die vertrekintenties niet rechtstreeks voorspelde. Het verband liep via hoe voorbereid leraren zich voelden.

En wat bleek als men bij een kleine groep leraren één jaar later terugcheckte of de vertrekintenties werkelijkheid bleken te zijn geworden, was het antwoord vaak ja. De eerdere intenties bleken te leiden tot zowel daadwerkelijk veranderen van school als daadwerkelijk stoppen met lesgeven.

Toch is hier voorzichtigheid nodig. De studie kon namelijk niet aantonen dat leraren uit alternatieve trajecten een jaar later ook significant vaker het beroep hadden verlaten. Bovendien gaat het om observationeel onderzoek en is het gevoel van voorbereid te zijn gebaseerd op zelfrapportage. We kunnen dus niet zomaar besluiten dat een kortere opleiding ervoor zorgt dat mensen zich minder voorbereid voelen en daardoor uiteindelijk vertrekken, al doet het onderzoek dit vermoeden.

En dat vermoeden is relevant als aandachtspunt. Als antwoord op een lerarentekort klinkt het logisch om mensen sneller voor de klas te krijgen. Maar sneller voor de klas mag niet hetzelfde betekenen als minder goed voorbereid voor de klas.

Geef een reactie