Singapore betaalt mensen om te lezen. Is dat wel een goed idee?

Singapore komt met een nogal opmerkelijk antwoord op ontlezing. De stadstaat wil mensen geld geven om te lezen. Even voor alle duidelijkheid: Singapore doet het nog steeds erg goed in de PISA-rankings. Maar ook zij zien de dalende trend.

Het klinkt spectaculair, maar we moeten eerlijk zijn, betalen is misschien wel een heel groot woord. Als onderdeel van het nieuwe vijfjarige ReadSG-programma worden mensen gevraagd om elke dag minstens vijftien minuten te lezen om op die manier virtuele munten te verdienen. Na vijftig van zulke leesmomenten heb je één Singaporese dollar verdiend. Ik vermoed dus echt niet dat er binnenkort veel Singaporezen hun baan zullen opzeggen om professionele lezer te worden.

Sommige slimmer lezers van deze blog denken nu dat dit haaks staat op wat we weten uit motivatieonderzoek. We weten behoorlijk veel over wat er kan gebeuren wanneer je mensen begint te belonen voor iets. Zou mensen betalen om te lezen er uiteindelijk niet net er voor kunnen zorgen dat ze minder gemotiveerd raken om te lezen?

Het klassieke antwoord vanuit de zelfdeterminatietheorie? Ja, dat kan. Er bestaat namelijk een lange onderzoekstraditie naar wat het undermining effect of crowding-out wordt genoemd. Dat is als mensen al intrinsiek gemotiveerd zijn om iets te doen en vervolgens een verwachte tastbare beloning aangeboden krijgen. Als dit gebeurt, kan hun reden om bijvoorbeeld te lezen verschuiven. Die reden kan dan evolueren van “ik doe dit omdat ik het graag doe” naar “ik doe dit omdat ik er iets voor krijg”. Als vervolgens de beloning verdwijnt, kan ook een deel van de motivatie verdwijnen (moet hierbij trouwens altijd aan loss aversion denken).

Dat is niet alleen een theoretische mogelijkheid. In hun bekende meta-analyse vonden Deci, Koestner en Ryan dat verwachte tastbare beloningen intrinsieke motivatie kunnen ondermijnen. Zoals wel vaker in onderzoek zijn de details daarbij ook belangrijk. Zo moet je ook kijken wat precies wordt beloond, hoe mensen die beloning ervaren en vooral ook welke motivatie er voorheen al aanwezig was.

Op het eerste gezicht lijkt Singapore dus precies te doen waar motivatieonderzoekers al decennialang voor waarschuwen. Maar ik ben niet zo zeker of het hier zo eenvoudig is.

Om te beginnen is de financiële beloning verwaarloosbaar. Vijftig dagen lezen voor één Singaporese dollar (dit was op moment van schrijven 68 cent) kun je moeilijk beschouwen als een aantrekkelijk loon of beloning. Het lijkt daardoor minstens even aannemelijk dat die virtuele muntjes vooral functioneren als punten, badges of streaks in andere tokensystemen. Het is dan meer een manier om gedrag zichtbaar te maken en mensen een klein duwtje te geven om het vol te houden. Noem het gewoon een vorm van gamification.

En de vraag is ook of er überhaupt nog intrinsieke motivatie aanwezig is om mee te beginnen? Neem iemand die graag leest en iedere avond spontaan een boek opent zoals ik zelf nog steeds doe. Die persoon 68 cent beloven na vijftig leesdagen is vanuit motivatietheorie gewoon dom. Je voegt een externe reden toe aan gedrag waarvoor al een prima intrinsieke reden bestond.

Maar tegelijk kun je bij iemand die quasi nooit leest moeilijk die intrinsieke leesmotivatie wegnemen. De kans is reëel dat die er niet of nauwelijks is. Voor dit deel van de bevolking speelt er dus een andere vraag. Kan een externe prikkel iemand ertoe brengen om te beginnen met lezen en, nog belangrijker, zal er vervolgens onderweg ook een andere vorm van motivatie ontstaan?

Binnen de zelfdeterminatietheorie van Deci en Ryan is extrinsieke motivatie namelijk niet simpelweg het tegenovergestelde van intrinsieke motivatie. Er bestaan verschillende vormen van extrinsieke motivatie, afhankelijk van de mate waarin iemand de waarde van een activiteit heeft geïnternaliseerd (zie ook ons psychologieboek, trouwens).

Zo kun je iets doen omdat iemand anders je ertoe aanzet, of omdat je er iets voor krijgt, zoals in dit Singaporese experiment. Vervolgens lees je omdat je zelf het nut ervan begint in te zien. En misschien, heel misschien, zelfs uiteindelijk omdat je het lezen zelf prettig begint te vinden.

Iemand zou dus voor de muntjes kunnen beginnen met lezen en onderweg ontdekken: hé, dit boek is eigenlijk best goed of nog beter, hé, dat lezen kan effectief leuk zijn. De muntjes kunnen misschien helpen om iemand aan het lezen te krijgen, maar ze kunnen niet garanderen dat iemand lezer wordt. Daarvoor moet er tijdens dat lezen iets anders gebeuren.

Mensen moeten zo bijvoorbeeld genoeg boeken tegenkomen die hen werkelijk interesseren. Ze moeten voldoende competentie ervaren om zonder al te veel moeite te kunnen lezen (technisch lezen en achtergrondkennis blijven hierbij cruciaal). Ze moeten enige autonomie ervaren over wat, waar en wanneer ze lezen. Misschien helpt ook het sociale aspect: praten over boeken, zien wat anderen lezen, boeken aanraden en zelf aangeraden krijgen.

Dat sluit aan bij wat we uit onderzoek naar leesmotivatie weten. Vooral interventies die proberen interesse te wekken, blijken te kunnen helpen. Gewoon externe redenen toevoegen om te lezen is dus iets anders dan omstandigheden creëren waarin mensen daadwerkelijk zin zouden kunnen krijgen om te lezen.

De crux zal dus zitten in wat er naast en na de muntjes gebeurt. Stel dat iemand vijftig dagen lang elke dag een kwartier leest omdat een app hem eraan herinnert en er muntjes tegenover staan. Wat gebeurt er op dag 51? En nog interessanter: wat gebeurt er wanneer Singapore over vijf jaar met het programma stopt? Blijven mensen dan lezen? Want uiteindelijk moet dat de echte test zijn. Niet hoeveel leesminuten mensen tijdens de campagne hebben geregistreerd, en ook niet hoeveel virtuele muntjes er zijn uitgedeeld. Het programma is pas echt interessant als de oorspronkelijke reden om te lezen onderweg overbodig wordt.

Geef een reactie