En nee, dan ga ik niet opeens wel over de grote vergelijkende studie van de OESO schrijven die vandaag om 9u30 gepubliceerd wordt en waar je dan ook hier van alles over zal kunnen lezen. Het is gewoon een beetje vreemd om nu iets te zitten schrijven terwijl straks het grote nieuws volgt. Maar misschien is het dan des te interessanter om bij iets anders stil te staan, bijvoorbeeld hoe je zorgen maken over geld samenhangt met ons brein en onze cognitieve vaardigheden als we ouder worden
Het gaat in deze blogpost dan om nieuw onderzoek van Liu et al. (2026), Persistent financial adversity and cognitive aging: a life course investigation, gepubliceerd in Innovation in Aging. Ze gebruiken de beroemde Britse 1946 birth cohort, met 2.759 deelnemers, en voor een kleinere groep ook hersenscans op latere leeftijd (n ≈ 356–468). Minder dan de honderduizenden vijftienjarigen die aan PISA meededen, maar qua cohortestudie indrukwekkend.
De onderzoekers hadden informatie over de financiële situatie op verschillende momenten tussen het 26ste en 53ste levensjaar van de deelnemers aan de cohortestudie. Ze keken vervolgens zowel naar een laag inkomen als naar financiële moeilijkheden. Dit laatste is dan de ervaring dat het lastig is om met het beschikbare geld rond te komen, wat bij de meeste budgetten kan voorkomen als de maand langer blijkt dan je loon. Vervolgens konden ze die informatie koppelen aan cognitieve tests vanaf de leeftijd van 53 jaar. Voor een kleinere groep waren er bovendien hersenscans beschikbaar rond hun zeventigste.
Wat bleek? Mensen die gedurende langere tijd een laag inkomen hadden of financiële moeilijkheden rapporteerden, scoorden op 53-jarige leeftijd gemiddeld slechter op o.a. verbaal geheugen en verwerkingssnelheid. Hoe langer de financiële tegenslag duurde, hoe duidelijker dat verband doorgaans werd. Je zou nu kunnen denken: zie je wel, geldzorgen doen je brein sneller verouderen. Dacht ik eerst ook, en het klopt ergens wel, maar het is toch iets complexer.
De mensen die langdurig financiële moeilijkheden hadden gekend, gingen daarna namelijk niet opeens sneller achteruit cognitief. Voor verbaal geheugen zagen de onderzoekers zelfs een tragere achteruitgang. Besef wel dat dit laatste niet echt goed nieuws is. Deze mensen begonnen namelijk op 53-jarige leeftijd al op een lager niveau. Het verschil lijkt dus niet zozeer te ontstaan doordat hun cognitieve vaardigheden vanaf de middelbare leeftijd sneller achteruitgaan, maar omdat ze gewoon al minder konden.
De hersenscans leverden extra aanwijzingen op voor een mogelijk verband. Langdurig een laag inkomen hebben ging samen met een groter volume van de hersenventrikels rond 70 jaar. Ik wist ook niet wat dit betekende, maar het kan blijkbaar wijzen op meer hersenatrofie (afname van het hersenvolume). Sommige verbanden bleken trouwens sterker bij mannen, bij mensen die zelf in minder gunstige sociaal-economische omstandigheden waren opgegroeid en bij dragers van een genetische risicovariant voor de ziekte van Alzheimer. Sommige mensen hebben alle pech.
Toch is er weer een belangrijke waarschuwing nodig. Ondanks de enorme dataset, is dit nog steeds een observationeel onderzoek. Het kan natuurlijk ook niet anders. De onderzoekers hebben mensen uiteraard niet willekeurig arm of rijk gemaakt en hen vervolgens veertig jaar gevolgd. Inkomen, opleiding, beroep, gezondheid en cognitieve vaardigheden beïnvloeden elkaar gedurende het leven van een mens. Zelfs met een uitzonderlijk rijke dataset kun je die kluwen nooit echt ontwarren.
De studie toont dus niet aan dat geldzorgen je brein beschadigen. Tegelijk hebben we ook gelijkaardige aanwijzingen over de invloed van zorgen op de ontwikkeling van het brein van jonge kinderen. En de studie laat zien dat financiële tegenslag gedurende het volwassen leven decennia later nog steeds samengaat met verschillen in cognitie en hersenstructuur. Dit alles deed me niet cynisch maar eerder melancholisch denken. Je kan een persoon uit armoede halen, maar de armoede niet echt uit de persoon.